4.6Op 3 april 2024 hebben eisers telefonisch – en op 27 mei 2024 per brief – doorgegeven dat voor de activiteit bouwen een omgevingsvergunning is verleend, de bezwaren (en het beroep) zien daarom niet meer op de activiteit “bouwen” en “gemeentelijk monument”.
5. Met het bestreden besluit van 20 november 2024 is het college bij de weigering van de omgevingsvergunning gebleven, onder aanvulling van de motivering overeenkomstig het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften. Er is sprake van strijd met het bestemmingsplan omdat het gaat om het samenvoegen van panden, het plan past niet binnen de binnenplanse afwijking. Het college stelt, onder verwijzing naar het advies van de stedenbouwkundige, niet te willen meewerken aan het plan.
6. Op 26 september 2025, dertien dagen voor de zitting, heeft de gemachtigde van eisers een uitgebreid aanvullend beroepschrift ingediend met daarbij een viertal bijlagen waaronder een tegenadvies van een planoloog van 16 pagina’s. Gelet op artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot 10 dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State moeten onder nadere stukken worden begrepen stukken ter (nadere) toelichting van de eerder voorgedragen beroepsgronden. Het eerste lid van artikel 8:58 van de Awb voorziet dus niet in de mogelijkheid om nog tot tien dagen voor de zitting geheel nieuwe beroepsgronden aan te voeren of de materiële invulling van eerder slechts formeel aangeduide beroepsgronden te geven. Die mogelijkheden worden dus niet begrensd door het artikel, maar door de goede procesorde. Aldus handelend kan dus sprake zijn van strijd met de goede procesorde. De rechtbank heeft kennis kunnen nemen van deze stukken en ook het college heeft er kennis van genomen. Ter zitting is opgemerkt dat het niet mogelijk was de stedenbouwkundige mee te nemen naar de zitting. Het standpunt ter zitting is dat het college blijft bij de motivering in de beslissing op bezwaar, zonder nadere reactie op de door eisers ingediende stukken. Het college heeft niet verzocht deze stukken niet bij de beoordeling te betrekken, noch is verzocht om aanhouding. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om de stukken buiten beschouwing te laten.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
7. De bestuursrechter heeft bij herhaling ondervonden dat bij de behandeling van zaken met de gemeente Haarlem , stukken die bij de behandeling door de bezwaarcommissie worden overgelegd, niet in het aan de rechtbank te overleggen procesdossier terechtkomen. Dit is ten onrechte, want dit zijn immers op de zaak betrekking hebbende stukken. Ook in deze zaak deed dit zich opnieuw voor. Ter zitting is ook vastgesteld dat de aanvraag niet compleet aan het dossier is toegevoegd. Artikel 8:42 van de Awb verplicht het bestuursorgaan om de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te sturen aan de bestuursrechter. Deze verplichting strekt er mede toe om zeker te stellen dat de rechter volledig wordt voorgelicht over de zaak. Het bestuursorgaan mag in de op de zaak betrekking hebbende stukken geen selectie maken. De beoordeling of de inhoud van het betreffende stuk voor de besluitvorming in de zaak van belang is (geweest), kan niet geschieden zonder kennisneming van die inhoud door de rechter. De ontbrekende stukken zijn met instemming van de wederpartij op 14 oktober 2025 alsnog aan de rechtbank toegezonden.
Ontvankelijkheid in bezwaar
8. De rechtbank stelt aan de hand van het aanvraagformulier vast dat eiseres sub 2 [eiseres 2] B.V. niet de aanvrager van deze omgevingsvergunning is, maar slechts optrad als gemachtigde. De rechtbank constateert dat bezwaar is gemaakt door eisers sub 1 [eiser] en [eiseres 1] , maar ook door eiseres sub 2. Het college had zich in bezwaar moeten afvragen of eiseres sub 2 wel belanghebbende is bij dit besluit. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Alhoewel eiseres sub 2 als architect ontegenzeggelijk een belang heeft bij deze zaak, is dat geen rechtstreeks belang dat haar tot bezwaarmaker kan maken. De rechtbank concludeert dat het college eiseres sub 2 ten onrechte in haar bezwaar heeft ontvangen. Het beroep is reeds daarom gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit in zoverre vernietigen. Doende hetgeen het college zou behoren te doen, verklaart de rechtbank eiseres sub 2 alsnog niet-ontvankelijk in haar bezwaar. De rechtbank stelt deze beslissing in zoverre in de plaats van het besluit.
Bespreken van de beroepsgronden van eisers sub 1 (hierna: eisers)
Is Reparatieplan C van toepassing op het perceel?