ECLI:NL:RBNHO:2026:5356
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking horeca- en Alcoholwetvergunning en sluiting horecagelegenheid wegens niet-naleving informatieplicht Wet bibob
Eiser exploiteerde een horecabedrijf in Zaandam en kreeg op 18 januari 2024 bericht van de burgemeester over het voornemen tot intrekking van zijn horeca-exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning. Na een zienswijze van eiser en een besluit van de burgemeester op 13 mei 2024 werden de vergunningen ingetrokken met ingang van 5 juni 2024. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en tegen de sluiting van het pand op 19 juni 2024, welke bestuursdwang was toegepast vanwege exploitatie zonder vergunning.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester terecht de vergunningen heeft ingetrokken omdat eiser niet voldeed aan de informatieplicht uit de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). Ondanks herhaalde verzoeken heeft eiser cruciale informatie niet aangeleverd, waardoor sprake is van ernstig gevaar voor misbruik van de vergunningen. De rechtbank wijst het verweer van eiser af dat hij afhankelijk was van zijn boekhouder en dat er geen sprake was van ernstig gevaar.
Ook de sluiting van het horecabedrijf wordt door de rechtbank gerechtvaardigd. Het rapport van toezichthouders toont aan dat het bedrijf op 19 juni 2024 open was en geëxploiteerd werd, ondanks de intrekking van de vergunningen. De belangen van de openbare orde wegen zwaarder dan de financiële gevolgen voor eiser.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, hij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Ludwig op 13 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de vergunningen en de sluiting van het horecabedrijf.