Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van de advocaat van de vrouw.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De vrouw, als enige huurster van de woning, vordert dat haar ex-partner de woning verlaat en dat hem wordt verboden de woning na ontruiming opnieuw te betreden. De man verblijft zonder recht of titel in de woning sinds de beëindiging van hun relatie ruim een jaar geleden en weigert te vertrekken ondanks herhaalde verzoeken.
Tijdens mediationgesprekken gaf de man aan bereid te zijn te vertrekken, maar vroeg om een termijn van ongeveer vijf maanden. De vrouw stelde een uiterste vertrekdatum van 22 april 2026 voor, welke niet werd geaccepteerd door de man. De voorzieningenrechter oordeelt dat de man de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis moet ontruimen, gelet op de langdurige situatie en het ontbreken van concrete acties van de man om vervangende woonruimte te vinden.
Het verbod om de woning opnieuw te betreden zonder toestemming van de vrouw wordt eveneens toegewezen, met een gematigde dwangsom. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan met behulp van de sterke arm worden uitgevoerd indien de man niet vrijwillig vertrekt.
Uitkomst: De ex-partner wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en het verbod om de woning zonder toestemming te betreden wordt toegewezen.