ECLI:NL:RBNHO:2026:5590
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing zaak gijzeling naar bevoegde rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie heeft op 16 december 2025 een vordering tot gijzeling ingediend tegen betrokkene. De zaak werd behandeld op 11 maart 2026, waarbij noch de officier van justitie noch betrokkene aanwezig waren. De kantonrechter constateerde dat betrokkene sinds 15 juni 2025 staat ingeschreven op een adres in Almere, waardoor de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd is om over de vordering te beslissen.
Op grond van artikel 6:6:25 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet de vordering tot gijzeling worden behandeld door de kantonrechter in het arrondissement waar het adres van betrokkene is geregistreerd. Dit adres is in dit geval in Almere, binnen het arrondissement Midden-Nederland.
Daarom heeft de kantonrechter de zaak verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland voor verdere behandeling. De uitspraak is gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de bevoegde kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland wegens gebrek aan bevoegdheid van de rechtbank Noord-Holland.