Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5590

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
12031268 \ WM VERZ 25-4566
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:25 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak gijzeling naar bevoegde rechtbank Midden-Nederland

De officier van justitie heeft op 16 december 2025 een vordering tot gijzeling ingediend tegen betrokkene. De zaak werd behandeld op 11 maart 2026, waarbij noch de officier van justitie noch betrokkene aanwezig waren. De kantonrechter constateerde dat betrokkene sinds 15 juni 2025 staat ingeschreven op een adres in Almere, waardoor de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd is om over de vordering te beslissen.

Op grond van artikel 6:6:25 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet de vordering tot gijzeling worden behandeld door de kantonrechter in het arrondissement waar het adres van betrokkene is geregistreerd. Dit adres is in dit geval in Almere, binnen het arrondissement Midden-Nederland.

Daarom heeft de kantonrechter de zaak verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland voor verdere behandeling. De uitspraak is gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de bevoegde kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland wegens gebrek aan bevoegdheid van de rechtbank Noord-Holland.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Locatie Haarlem
Zaaknummers : 12031268 \ WM VERZ 25-4566
CJIB-nummers : [nummer]
Uitspraakdatum : 16 maart 2026
Uitspraak op een vordering tot gijzeling als bedoeld in artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De officier van justitie heeft op 16 december 2025 een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie niet verschenen. Betrokkene is ook niet verschenen, ondanks een oproep daartoe in een brief van de rechtbank. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
In artikel 6:6:25 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat dat een vordering tot gijzeling wordt ingesteld bij de kantonrechter in het arrondissement waar het adres is van degene aan wie in een strafbeschikking de geldboete is opgelegd, waarvoor verhaal is gezocht. Als het adres van degene aan wie de geldboete is opgelegd, wordt aangemerkt het in de basisregistratie personen vermelde adres.
2.2.
De kantonrechter is gebleken dat betrokkene sinds 15 juni 2025 staat ingeschreven in de basisregistratie personen op een adres in Almere. Dat betekent dat niet de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland bevoegd is om over de vordering te beslissen, maar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland.
2.3.
De zaak zal dus voor verdere behandeling worden verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verwijst de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter