Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5594

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
HAA 24/3775 en HAA 24/5122
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wegenverkeerswet 1990Art. 3:4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging intrekking verkeersbesluiten Robert Kochlaan en Sloterweg wegens onvoldoende belangenafweging

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer om twee verkeersbesluiten in te trekken die betrekking hadden op de Robert Kochlaan en de Sloterweg in Badhoevedorp. Eisers, bewoners van deze straten, waren het niet eens met de intrekking omdat zij juist gebaat waren bij de verkeersmaatregelen ter bescherming van verkeersveiligheid en leefbaarheid.

De rechtbank oordeelt dat het college de verkeersbesluiten in redelijkheid heeft ingetrokken, maar dat het niet volstond met louter intrekking. Het college heeft onvoldoende rekening gehouden met de herleefde en voortdurende belangen van de bewoners die door de verkeersbesluiten werden gediend. Sinds juni 2024 is het oude verkeersbeeld teruggekeerd, met toegenomen zwaar verkeer en hinder, wat door eisers met rapporten is onderbouwd.

Het college heeft nagelaten een zorgvuldige belangenafweging te maken en het besluit onvoldoende gemotiveerd. Het voornemen om andere mitigerende maatregelen te nemen is onvoldoende concreet en onduidelijk in tijd en inhoud. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen 12 weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen waarin alle belangen worden meegewogen en passende verkeersmaatregelen worden getroffen.

Eisers krijgen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een evenwichtige belangenafweging en zorgvuldige motivering bij verkeersbesluiten die ingrijpen in de leefomgeving van bewoners.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verkeersbesluiten wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met passende maatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 24/3775 en 24/5122

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit Badhoevedorp, eiseres in HAA 24/3775

(gemachtigde: mr. M. Beukema-Veldkamp),
[eiser], uit Badhoevedorp, eiser in HAA 24/5122, mede namens 53 medebewoners van de Sloterweg, allen gezamenlijk: eisers,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer

(gemachtigde: S. Yucel).
Als derde-partijen nemen aan de zaken deel: [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , uit Badhoevedorp en AM B.V. uit Utrecht (gemachtigde: mr. J.C. Ellerman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om twee verkeersbesluiten in te trekken die zagen op de Robert Kochlaan en de Sloterweg (tussen de Keplerstraat en de Zeemanlaan) in Badhoevedorp. Eisers zijn het niet eens met de intrekking omdat zij juist gebaat waren bij de verkeersbesluiten. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de verkeersbesluiten in redelijkheid kon intrekken.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de verkeersbesluiten in redelijkheid heeft ingetrokken, maar niet kon volstaan met die enkele intrekking. Het college heeft daarbij onvoldoende rekening gehouden met de (herleefde en voortdurende) belangen (van eisers) die gediend waren bij de verkeersbesluiten. Eisers krijgen gelijk en de beroepen zijn dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Bewoners rond de Robert Kochlaan en de Sloterweg in Badhoevedorp hebben kortgezegd concrete zorgen geuit over de verkeersveiligheid. De gemeenteraad begreep deze zorgen en heeft het college aangezet om verkeersmaatregelen te nemen.
3.1.
Bij besluit van 15 september 2023 heeft het college een geslotenverklaring ingesteld voor vrachtauto’s, met uitzondering van bestemmingsverkeer, op de Robert Kochstraat en de Sloterweg, tussen de Keplerlaan en de Zeemanlaan. Om sluipverkeer te voorkomen heeft het college ook een aantal omliggende wegen gesloten (hierna: verkeersbesluit I). [1]
3.2.
Bij besluit van 15 september 2023 heeft het college een totaallastbeperking ingesteld op de Sloterweg, tussen de Keplerstraat en de Zeemanlaan (hierna: verkeersbesluit II). [2]
3.3.
Tegen de verkeersbesluiten heeft een groot aantal dorpsbewoners bezwaar gemaakt, waaronder derde-partijen. Bij het bestreden besluit van 18 april 2024 heeft het college na een heroverweging beide verkeersbesluiten ingetrokken (gepubliceerd op 31 mei 2024). Het college heeft het bestreden besluit gebaseerd op het advies van de bezwarencommissie van 23 januari 2024.
3.4.
In juni 2024 zijn de verkeersborden behorend bij de verkeersbesluiten weggehaald, zodat vanaf dat moment de oude situatie weer aan de orde is.
3.5.
Eisers wonen aan de Sloterweg en hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser [eiser] heeft op 16 december 2025 nog aanvullende stukken met bijlagen ingediend. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
3.6.
Derde-partijen hebben zich in de zaken gesteld. [naam 2] en [naam 3] hebben schriftelijk op de beroepen gereageerd.
3.7.
De rechtbank heeft de beroepen op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres [eiseres] met waarnemend gemachtigde mr. P.R. Botman; eiser [eiser] ; en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
4. De rechtbank heeft op de zitting aan eisers voorgehouden dat in ieder geval verkeersbesluit I in tijd beperkt was en op 1 januari 2026 uitgewerkt was. Hierop heeft eiseres aangevoerd dat zij sinds half juni 2024 (weer) hinder en schade ondervindt door het langsrijdende verkeer. Onweersproken heeft zij gesteld dat sindsdien weer zwaar vrachtverkeer door haar straat rijdt. Hiertoe heeft eiseres ook een rapport overgelegd, waaruit volgens haar volgt dat langsrijdend verkeer schade en hinder veroorzaakt aan haar woning.
Voor de rechtbank is deze uitleg niet onaannemelijk. Dat de oude situatie is gaan herleven, waarin volgens eiseres schade en hinder ontstaat, en waarvoor bij verkeersbesluiten maatregelen waren genomen voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid, waar eisers als bewoners van de Sloterweg bij waren gediend, is voldoende om voor beide eisers een procesbelang aan te nemen.
Aangezien verkeersbesluit II niet in tijd beperkt was, neemt de rechtbank aan dat eisers ook procesbelang hebben bij een uitspraak over het intrekken van dat verkeersbesluit. Hoewel het verkeersbesluit volgens het college gericht was op de Connexxion-lijnbus, en de betreffende buslijn 195 niet meer over de Sloterweg rijdt, is het verkeersbesluit niet beperkt tot de lijnbus. Het belang van eisers is daarom niet komen te ontvallen bij een uitspraak over het totaallastverbod voor zwaar verkeer.
Kon het college de verkeersbesluiten in redelijkheid intrekken?
5.1.
Eisers voeren – kort samengevat – aan dat het college bij de belangenafweging die heeft geleid tot het intrekken van de verkeersbesluiten, geen acht heeft geslagen op de belangen van bewoners die juist gediend waren bij de verkeersbesluiten. Het college heeft miskend dat het doen herleven van de oude situatie in evenredigheid
welbetrokken (verkeers)belangen schaadt (artikel 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, Wvw 1994).
Daarnaast bestrijden eisers het standpunt van het college dat de hinder voor bewoners in de oude situatie ‘wel meevalt’. Zij wijzen op de rapportages SBR B (Hinder) van 24 mei 2023 en SBR A (Schade) van Georent B.V. – die laatste is overigens niet in het beroepsdossier ingebracht – maar ook op de rapporten van Zie Expertise in opdracht van de gemeente van
2 februari 2024 en 7 maart 2024. Volgens [eiser] zijn andere straten in de omgeving gelet op de aard van de bodem en de omgeving meer geschikt om zwaar- en vrachtverkeer te verwerken.
5.2.
De rechtbank overweegt dat het college beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen uit artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994. Het college dient deze beantwoording goed te motiveren. Nadat het college heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit niet onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). [3]
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat het college de verkeersbesluiten in redelijkheid heeft ingetrokken omdat geen sprake was van een evenwichtige belangenafweging. Terecht stelt het college dat het niet de bedoeling kan zijn om de problemen af te wentelen op de omliggende wijken (‘het waterbedeffect’). Hier had het college onderzoek naar moeten doen.
5.4.
Daarbij is de rechtbank echter ook van oordeel dat het college het bestreden besluit evengoed onzorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Het college heeft in redelijkheid niet kunnen volstaan met enkel het intrekken van de verkeersbesluiten, waardoor de oude situatie herleefde. Vaststaat dat sinds half juni 2024 weer zwaar- en vrachtverkeer over de Robert Kochstraat en de Sloterweg rijdt. Deze situatie was voor de gemeenteraad en het college de aanleiding om maatregelen te treffen voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de wijk. Eisers wijzen in dit kader op het rapport van Goudappel Coffeng bij de actualisatie van het Verkeersstructuurplan en verkeerstellingen uitgevoerd door de gemeente. Hieruit volgt dat de verkeersintensiteit op de Sloterweg hoog is. Het als acceptabel aangewezen aantal vervoersbewegingen van 4.000 per dag wordt overschreden. Door de maatregelen in te trekken, zijn de bijbehorende problemen voor de bewoners aan de Robert Kochstraat en de Sloterweg teruggekomen. Volgens eisers is (weer) sprake van hinder en schade. Het college heeft deze omstandigheden bij de belangenafweging in het bestreden besluit losgelaten. Dat volgens het college geen (verkeers)belangen worden geschaad door terug te gaan naar de oude situatie, volgt de rechtbank dan ook niet. Immers heeft het college in de verkeersbesluiten overwogen dat de belangen gediend bij het nemen van maatregelen voor de veiligheid en leefbaarheid zwaar wegen. Uit het voornemen van het college om andere mitigerende maatregelen te nemen begrijpt de rechtbank dat het college zich beseft dat nog steeds maatregelen nodig zijn voor de Robert Kochstraat en de Sloterweg. Echter doet enkel een voornemen geen recht aan de eerst bij verkeersbesluiten erkende belangen bij de concrete verkeersmaatregelen. Deze maatregelen hadden in het bestreden besluit aanstonds – zo nodig in de vorm van andersluidende verkeersbesluiten – moeten worden geconcretiseerd. Op de zitting kon de gemachtigde van het college – bijna twee jaar na het bestreden besluit – geen duidelijkheid verschaffen over wat het college concreet voornemens is aan mitigerende maatregelen en op welke termijn die maatregelen zullen ingaan, en wat de resultaten of stappen zijn voor de evaluatie van het Verkeersstructuurplan.
5.5.
Tot slot volgt de rechtbank het standpunt van het college niet dat in de oude situatie geen feitelijk bewijs is dat de bewoners hinder ervaren. Het college heeft gewezen op de rapporten van Zie Expertise van 2 februari 2024 en 7 maart 2024. Deze rapporten zijn opgesteld in opdracht van de gemeente nadat zij door bewoners aansprakelijk is gesteld voor trillingsschade door passerend (bus)verkeer. In het onderzoek van 7 maart 2024 zijn trillingen waargenomen die de streefwaarden niet overschrijden. De hinder is desondanks gekwalificeerd als matige hinder. In het onderzoek van Georent van 24 mei 2023 (in opdracht van de bewoners) zijn trillingen waargenomen die de streefwaarden wel overschrijden. Hieruit leidt de rechtbank af dat in ieder geval vaststaat dat de bewoners hinderlijke trillingen ervaren. Wat verder ook zij van de onderzoeksmethoden en conclusies van deze rapporten, de rechtbank is niet overtuigd dat de bewoners geen hinder ondervinden van zwaar- en vrachtverkeer, wat volgens eisers verbeterd werd met de verkeersbesluiten. Hierbij betrekt de rechtbank ook dat eisers onbetwist hebben gewezen op cijfers uit het Verkeersstructuurplan over de hoge verkeersintensiteit.
6. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank reeds aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Hierom komt de rechtbank niet toe aan andere of overigens aangevoerde beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn gegrond. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen en het bestreden besluit wordt vernietigd. Eiseres [eiseres] krijgt daarom ook een proceskostenvergoeding voor de bijstand door haar professionele gemachtigde.
8. De rechtbank draagt het college op om binnen 12 weken na deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Hierin moet het college met inachtneming van alle relevante belangen concrete (passende) maatregelen nemen voor de huidige verkeerssituatie.
9. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding voor eiseres [eiseres] vast op
€ 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met € 934,- per punt en weging 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 18 april 2024;
  • bepaalt dat het college met inachtneming van deze uitspraak binnen 12 weken een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen;
  • veroordeelt het college tot een proceskostenvergoeding voor eiseres [eiseres] van
  • bepaalt dat het college aan beide eisers het griffierecht van €187,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.A. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wegenverkeerswet 1990
Artikel 2
1.De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
2.De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:
het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Voetnoten

1.Hiervoor zijn borden conform model C7 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 en onderbord OB108 ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’ geplaatst. Een en ander zoals aangegeven op de bij het besluit behorende tekening met nummer 2023-007-028.
2.Hiervoor worden borden conform model C21 uit bijlage C21 uit bijlage I van het RVV 1990 met opdruk ’19 t’ geplaatst. Een en ander zoals aangegeven op de bij het besluit behorende tekening met nummer 2023-007-028.
3.Zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 4 van ECLI:NL:RVS:2025:6009.