Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk eigenaar van een woning die aan de man is toegedeeld volgens een echtscheidingsconvenant. In dit convenant is bepaald dat de man drie maanden na ontbinding van het huwelijk de woning kan overnemen en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid kan laten ontslaan.
De man heeft de hypotheekaanvraag laat ingediend en slaagde er niet in binnen de afgesproken termijn de woning over te nemen. Hij vordert verlenging van deze termijn en medewerking van de vrouw, die dit weigert. De vrouw vordert in reconventie onder meer dat de man zich uitschrijft van het adres van de woning en betaling van misgelopen toeslagen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vertraging niet aan de vrouw te wijten is, omdat de ontruimingsverklaring pas na afloop van de termijn is toegezonden en niet is gebleken dat de financiering uitsluitend daarvan afhankelijk was. Ook de vorderingen in reconventie worden afgewezen, mede omdat de Belastingdienst de toeslagen met terugwerkende kracht aan de vrouw zal uitbetalen.
De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.