Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5743

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11781564 \ CV EXPL 25-2489
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:18a BWArt. 7:21 BWArt. 6:96 lid 2 sub b BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkoper moet zwembad herstellen maar niet vervangen bij gebreken binnen consumentenkoop

Eiser kocht een zwembad van gedaagde, dat na levering diverse gebreken vertoonde zoals een defect display, roestvorming en loszittende panelen. Eiser vorderde vervanging of herstel van het zwembad, dan wel vergoeding van herstelkosten. Gedaagde betwistte de gebreken en voerde onjuist onderhoud aan.

De kantonrechter stelde vast dat het zwembad niet aan de overeenkomst voldeed en dat de gebreken niet door verkeerd gebruik van eiser waren veroorzaakt. Het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW was van toepassing omdat de gebreken binnen twaalf maanden na aflevering ontstonden. Gedaagde slaagde er niet in dit te weerleggen.

De rechter oordeelde dat vervanging niet van gedaagde kan worden gevergd omdat herstel mogelijk is en de kosten van vervanging niet in verhouding staan tot herstelkosten. Gedaagde werd veroordeeld tot kosteloos herstel van de gebreken binnen 21 dagen, betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek en proceskosten, en een dwangsom bij niet-nakoming. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde moet het zwembad kosteloos herstellen binnen 21 dagen, met oplegging van een dwangsom en betaling van kosten; vervanging wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11781564 \ CV EXPL 25-2489 TB
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. K.W. Janssen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[eiser] heeft bij [gedaagde] een zwembad gekocht voor in zijn tuin. [gedaagde] heeft dit zwembad geleverd en geïnstalleerd in de tuin van [eiser] . [eiser] ontdekt vervolgens in de periode daarna verschillende gebreken aan het zwembad zoals een defect display, roestvorming en panelen die los zitten. Hij wil daarom dat [gedaagde] het zwembad vervangt door een nieuw exemplaar, of de gebreken aan het zwembad herstelt, of de kosten voor herstel van de gebreken en vervanging van het water betaalt. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het zwembad niet hoeft te vervangen, maar wel moet herstellen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025
- de conclusie van antwoord van 5 september 2025
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025
- de brief van [gedaagde] ontvangen op 9 februari 2026.
- de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
[eiser] heeft op 27 september 2020 een Endless Pool E550 Fitness systeem met toebehoren en onderhoudsproducten gekocht van [gedaagde] voor € 45.250,00 (hierna: het zwembad). Het zwembad is in juli 2021 door [gedaagde] bij [eiser] geleverd en in de tuin geplaatst.
2.2.
[eiser] meldt op 21 juli 2021 via WhatsApp aan [gedaagde] dat het display niet meer werkt. [gedaagde] stuurt een nieuw display toe.
2.3.
Op 26 maart 2022 laat [eiser] via een WhatsApp bericht [gedaagde] weten dat de panelen los raken uit de verticale plint. [gedaagde] vraagt [eiser] het een en ander na te lopen, waarop [eiser] reageert dat hij dat liever aan [gedaagde] overlaat.
2.4.
Bij WhatsApp bericht van 24 augustus 2022 laat [eiser] aan [gedaagde] weten dat hij wil dat [gedaagde] langs komt om het paneel en roestvorming te beoordelen dan wel te herstellen. [gedaagde] laat hierop weten dat hij de foto’s die hij van [eiser] heeft ontvangen doorstuurt naar Endless Pools, hun reactie afwacht en dan contact opneemt voor een afspraak.
2.5.
Op 30 mei 2023 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd om binnen een redelijke termijn over te gaan tot herstel van de gebreken.
2.6.
Op 11 augustus 2023 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat hij overleg heeft gevoerd met de fabrikant, Watkins Wellness (gevestigd in de Verenigde Staten). Zij stellen – kort samengevat – dat de bolling van de panelen het gevolg is van direct zonlicht op de panelen en dat roestvorming op de metalen delen van het bad een gevolg is van een verkeerde waterbehandeling.
2.7.
Op 22 september 2023 heeft [eiser] [gedaagde] wederom gevraagd wanneer de gebreken worden opgelost.
2.8.
Op 12 oktober 2023 heeft [gedaagde] aan [eiser] gemeld dat hij nog in overleg is met de fabrikant en dat hij uit coulance bereid is om de onderdelen te vervangen zodra deze binnen zijn. [gedaagde] eist dat [eiser] op voorhand akkoord gaat met betaling van de helft van de kosten van de te vervangen onderdelen.
2.9.
Bij e-mail van 6 november 2023 bevestigt heeft de toenmalige gemachtigde van [eiser] de afspraak dat [gedaagde] op 20 november 2023 in de middag de gebreken komt herstellen. Op 19 november 2023 om 21.35 uur laat [gedaagde] aan [eiser] weten de volgende dag tussen 10.00 uur en 10.30 uur bij [eiser] te zijn om de onderdelen te vervangen. Op 20 november 2023 om 8.38 uur heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde] laten weten dat [eiser] in de ochtend verhinderd is door een ziekenhuisbezoek. Om 10.01 uur stuurt [gedaagde] via WhatsApp bericht aan [eiser] : ‘Goedemorgen, er wordt niet open gedaan.’. [gedaagde] heeft de onderdelen in de tuin achtergelaten en is weer vertrokken. [gedaagde] heeft vervolgens op 4 december 2023 aan [eiser] laten weten niet over te gaan tot vervanging van de onderdelen. [eiser] moet eerst de factuur van [gedaagde] betalen die ziet op de afspraak van 20 november 2023.
2.10.
[eiser] heeft een deskundige, [naam 1] van CED Nederland, opdracht gegeven om onderzoek uit te voeren naar het zwembad. [gedaagde] is uitgenodigd om bij het onderzoek aanwezig te zijn, maar hij laat hierop weten dat hoor en wederhoor op zijn kantoor kan plaatsvinden en dat hij op de voorgestelde datum verhinderd is. Het onderzoek heeft op 5 maart 2024 plaatsgevonden. [gedaagde] was niet aanwezig. Het rapport van 25 maart 2024 vermeldt de volgende gebreken:
De cover (oprolbaar afdekpakket) vertoont rondom roestplekken. De sluitingen (metalen drukknopen) zijn door corrosie aangetast.
De metalen handgrepen en schroeven zijn ernstig door roest (corrosie) aangetast.
Het endless pool display is defect.
e kunststof kuip vertoont bruine roestvlekken.
De wandpaneel sluit niet aan op de badrand en staat los.
In het poolwater troffen wij gruis-roestdeeltjes aan.
De filters zijn vervuild.
Volgens de deskundige zijn alle geconstateerde gebreken, behalve e, een gevolg van gebrekkige materialen, c.q. productiefouten; gebrek e is het gevolg van onjuiste installatie.
2.11.
De deskundige heeft de kosten voor herstel van het zwembad begroot op € 8.250,00. De deskundige merkt nog op dat de zwemmachine mogelijk door inwerking van corrosiedelen (vervuiling van het zwembadwater) vervuild of beschadigd is geraakt. Dit moet worden onderzocht door een gespecialiseerd bedrijf. De kosten voor het onderzoek van de deskundige bedragen € 2.144,60.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat – primair dat het zwembad door [gedaagde] wordt vervangen en subsidiair dat het zwembad door [gedaagde] kosteloos wordt hersteld, zoals door de deskundige vastgesteld inclusief de gebreken waar volgens de deskundige nog onderzoek naar gedaan moet worden, zowel primair als subsidiair binnen 21 dagen na betekening van het vonnis, onder verbeurte van een dwangsom. Meer subsidiair wil [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de kosten voor herstel van de gebreken en vervanging van het water, begroot op € 7.950,00, met veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. In alle gevallen vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het deskundige onderzoek van € 2.144,60 en in de kosten van deze procedure en in de nakosten.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Het zwembad beantwoordt niet aan de overeenkomst: er zijn verschillende ernstige roestplekken, een kapot display, een vervormd wandpaneel, een verroeste cover, kapotte filters en mogelijk een beschadigde zwemmachine als gevolg van inwerking van roestdeeltjes. Omdat sprake is van non-conformiteit heeft [eiser] recht op herstel of vervanging van het zwembad. Door het tijdsverloop acht [eiser] primair vervanging op zijn plaats en niet herstel omdat herstel van de gebreken die tot op heden bekend zijn niet met zekerheid tot gevolg heeft dat alle gebreken worden hersteld.
3.3.
[gedaagde] voert het volgende aan. In de eerste plaats voert [gedaagde] aan dat de verkeerde partij gedagvaard is. Zijn eenmanszaak draagt niet de naam [naam 2] maar [naam 3] . [gedaagde] voert verder aan dat de problemen met het zwembad door een verkeerde waterbehandeling zijn veroorzaakt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Niet-ontvankelijkheid
4.1.
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de vordering moet worden afgewezen omdat hij ten onrechte is gedagvaard als [naam 2] . Volgens [gedaagde] is dat niet de handelsnaam die hij gebruikt, maar [naam 3] . De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Hoewel het juist is dat [eiser] niet de juiste handelsnaam van [gedaagde] heeft opgenomen in de dagvaarding, is [gedaagde] daarmee niet in zijn belangen geschaad en gaat het te ver om (enkel) op grond hiervan de vordering van [eiser] af te wijzen. Het gaat immers om [gedaagde] , die als natuurlijk persoon een bedrijf heeft en in die hoedanigheid, als eigenaar van een eenmanszaak, is gedagvaard. Uit de artikelen 45 en 111 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) blijkt niet dat de handelsnaam van een natuurlijk persoon moet worden vermeld. [gedaagde] , die dus als natuurlijk persoon eigenaar is van een eenmanszaak, is volledig persoonlijk aansprakelijk.
Conformiteit bij een consumentenkoop
4.2.
[eiser] heeft op 27 september 2020 van [gedaagde] een zwembad gekocht. Er is daarom sprake van een consumentenkoop. Bij een consumentenkoop moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden, de zaak moet ‘conform’ zijn. [1] Dit is op grond van het tweede lid van dit artikel niet het geval als het zwembad niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
Het zwembad beantwoordt niet aan de overeenkomst
4.3.
Uit het rapport van de deskundige blijkt dat het zwembad meerdere gebreken vertoont. [gedaagde] heeft de gebreken niet inhoudelijk betwist. [gedaagde] heeft twijfels geuit over de onafhankelijkheid en deskundigheid van de deskundige, maar onderbouwt ook dat op geen enkele wijze. De kantonrechter gaat daarom uit van de aanwezigheid van de door de deskundige geconstateerde gebreken.
4.4.
[gedaagde] stelt dat de gebreken zijn ontstaan door onjuist onderhoud door [eiser] . Gelet op de problemen is waarschijnlijk te veel chloor toegevoegd. In combinatie met een afdekking die luchtdicht afsluit kunnen vervolgens deze gebreken ontstaan. [eiser] heeft volgens [gedaagde] de mondeling gegeven uitleg niet goed tot zich genomen, en heeft ook daarna zich niet ingelezen of hulp gezocht. [gedaagde] heeft nooit chloortabletten geadviseerd. Deze zijn wel toegepast door [eiser] . [eiser] is na oplevering zelf verantwoordelijk voor een juiste desinfectie van het water en onderhoud aan zijn zwembad.
[eiser] betwist dat de gebreken door een verkeerde chemicaliën huishouding zijn ontstaan. Ten tijde van de aankoop van het zwembad heeft [gedaagde] geadviseerd een startpakket voor het onderhoud van het water aan te schaffen. Het startpakket bevat een handleiding, teststrips, chemicaliën, chloortabletten en een vlotter en is vlak voor de aflevering van het zwembad ontvangen door [eiser] . Na installatie van het zwembad heeft [gedaagde] mondeling uitgelegd hoe het zwembad onderhouden moet worden met gebruikmaking van het door [gedaagde] geleverde startpakket.
4.5.
Het geschil spitst zich dus toe op de vraag of de gebreken te wijten zijn aan verkeerd gebruik/onderhoud door [eiser] .
4.6.
Vast staat dat de gebreken binnen twaalf maanden na aflevering zijn ontstaan. Dit heeft tot gevolg dat het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW geldt. Op grond van dit artikel wordt vermoed dat het zwembad bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord omdat de afwijking van dat wat is overeengekomen (o.a. de roestvorming) zich binnen een termijn van twaalf maanden na aflevering openbaart, tenzij [gedaagde] anders aantoont. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende bewijs heeft aangedragen dat het zwembad wel voldeed aan de verwachtingen die [gedaagde] mocht hebben en het ontstaan van de roestvorming en de overige gebreken niet voor zijn rekening en risico moeten komen bij deze consumentenkoop. De kantonrechter motiveert dit als volgt.
4.7.
Vooropgesteld wordt dat uit de stukken blijkt dat de fabrikant van het zwembad (Watkins Wellness) gebruik van een vlotter afraadt omdat vlotters de chloorgassen verhogen [2] , terwijl het onderhoudspakket [3] dat door [gedaagde] is geleverd, chloortabletten en een drijver (vlotter) bevat. Bovendien staat in de instructies die bij dat pakket zitten dat een (chloor)drijver gebruikt kan worden. Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] de handleidingen niet goed heeft begrepen of gelezen en verkeerd onderhoud heeft uitgevoerd faalt alleen al om die reden. De instructies die [gedaagde] heeft gegeven zijn immers in strijd met de instructies van de fabrikant.
4.8.
Daar komt bij dat niet is komen vast te staan dat er verkeerd onderhoud zou zijn gepleegd door [eiser] . Volgens [gedaagde] is het verkeerde gebruik een te hoge dosering van chloor geweest. De deskundige heeft echter tijdens het onderzoek vastgesteld dat de pH waarden op dat moment goed waren. Dat betekent dat niet aannemelijk is dat [eiser] met enige regelmaat een te hoge dosering chloor heeft gebruikt. Het lag op de weg van [gedaagde] om zijn stelling met bewijs te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan.
4.9.
Het vorenstaande betekent dat vast is komen te staan dat het zwembad niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat dit niet te wijten is aan verkeerd gebruik door [eiser] . [gedaagde] is daarmee tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst.
Gevolgen van het tekortschieten van [gedaagde]
[gedaagde] hoeft het zwembad niet te vervangen
4.10.
Primair wil [eiser] dat het zwembad kosteloos wordt vervangen, omdat herstel van de bekende gebreken niet met zekerheid tot gevolg heeft dat dan alle gebreken zijn hersteld. Door het weigeren van [gedaagde] om de gebreken te herstellen is al lange tijd corrosie in het water aanwezig. De deskundige adviseert daarom verder onderzoek. [gedaagde] heeft desgevraagd op de zitting kenbaar gemaakt dat hij vervanging van het zwembad belachelijk vindt, in die zin dat de (geringe) gebreken vervanging van het zwembad niet rechtvaardigen. De onderdelen kunnen eenvoudig worden vervangen.
4.11.
Op grond van artikel 7:21 lid 1 sub c BW Pro kan [eiser] vervanging van het zwembad eisen, tenzij de afwijking van dat wat is overeengekomen te gering is om dit te rechtvaardigen. Op grond van lid 4 en lid 5 van hetzelfde artikel komt [eiser] geen vervanging toe als dit niet van [gedaagde] gevergd kan worden. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en licht dit als volgt toe.
4.12.
Uit wat partijen hebben aangevoerd, volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van gebreken die kunnen worden hersteld. Ook de deskundige gaat hiervan uit in zijn rapport. De kosten van vervanging van het zwembad staan in geen verhouding tot de kosten van herstel van de gebreken: de deskundige begroot herstel van de gebreken op een totaalbedrag van € 8.250,00 en het zwembad is gekocht voor € 45.250,00. De deskundige heeft in zijn rapport opgemerkt dat door hem niet kan worden vastgesteld of er ook schade aan de zwemmachine is en dat de zwemmachine daarom nader onderzoek behoeft. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden, zodat met dit mogelijke gebrek in deze procedure geen rekening gehouden kan worden. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] – mede gezien de betwisting door [gedaagde] – niet heeft onderbouwd waarom de gebreken objectief gezien de kosten van totale vervanging van het zwembad kunnen rechtvaardigen. De kantonrechter zal daarom de primaire vordering afwijzen.
[gedaagde] moet het zwembad kosteloos herstellen
4.13.
Subsidiair vordert [eiser] kosteloos herstel van de door de deskundige vastgestelde gebreken inclusief de gebreken waar volgens de deskundige onderzoek naar moet worden gedaan. Gezien het voorgaande zal deze vordering worden toegewezen, met uitzondering van de gebreken waar nog onderzoek naar gedaan moet worden. Zo lang dit onderzoek niet heeft plaatsgevonden, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van gebreken en dat [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk is.
4.14.
[gedaagde] heeft ter zitting nog aangevoerd dat het vervangen van de filters voor rekening van [eiser] moet komen omdat het een gebruiksartikel is dat na een jaar tot anderhalf jaar moet worden vervangen. In dit geval geldt dat [gedaagde] de filters moet vervangen omdat vervuiling van de filters het gevolg is van de roestdeeltjes in het poolwater.
4.15.
[eiser] vordert een dwangsom van € 250,00 per dag (met een maximum van € 15.000,00) voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft met herstel van het zwembad. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis de herstelwerkzaamheden aan het zwembad kan uitvoeren. Een dwangsom is bedoeld om [gedaagde] te bewegen tot tijdige nakoming van het vonnis. Daar is ook aanleiding toe omdat [gedaagde] gedurende de afgelopen jaren voldoende mogelijkheid heeft gehad om over te gaan tot herstel en dat niet heeft gedaan. De gevorderde dwangsom zal daarom worden toegewezen.
4.16.
Nu de subsidiaire vordering grotendeels wordt toegewezen, kan de meer subsidiaire vordering onbesproken blijven.
[gedaagde] moet de kosten van de deskundige betalen
4.17.
De kosten van de deskundigen voor het onderzoek zijn aan te merken als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Deze kosten komen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking. [4] Het gevorderde bedrag van € 2.144,60 is niet betwist en ook daarom toewijsbaar. De buitengerechtelijke kosten zijn in de subsidiaire vordering niet opgenomen en kunnen daarom niet worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.18.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
158,81
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.279,81

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot kosteloos herstel van de gebreken binnen 21 dagen na betekening van het vonnis, door de volgende werkzaamheden uit te voeren:
vervangen van de cover;
vervangen van de door corrosie aangetaste metalen delen;
vervangen van de display;
roestvlekken verwijderen van de kunststof kuip en andere onderdelen met roestvlekken;
herplaatsen en zo nodig vervangen van de wandpanelen en van de bevestigingen daarvan;
vervangen van het poolwater;
vervangen van de filters,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.1. voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de deskundige van € 2.144,60,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.279,81, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Zie achter productie 1 bij de dagvaarding in onderhavige procedure, productie 7 bij de dagvaarding in de procedure bij de rechtbank Midden-Nederland.
3.Zie achter productie 1 bij de dagvaarding in onderhavige procedure, productie 4 bij de dagvaarding in de procedure bij de rechtbank Midden-Nederland.
4.Artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro.