Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
zware mishandeling
poging tot zware mishandeling
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Oplegging van een maatregel
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- Eigen risico 2024 € 196,06
- Eigen risico 2025 € 559,18
- Accupunctuur € 164,50
- Reiskosten € 175,16
- Diversen € 40,80
- Kleding € 149,46
- Kapper € 180,00
- PTSS € 16.000,00
- Armletsel € 5.000,00
- Paracetamol € 2,78
- Kapper € 7,50
- Jas € 129,99
- Trui € 50,00
- Matras € 658,75
- Tennislessen € 138,50
- Ziektekosten € 752,27
- Gederfd inkomen € 1.239,52
- Minder pensioen opbouw P.M.
- Reiskosten € 65,41
- Toekomstige schade € 3.009,00
- PTSS € 16.000,00
- Litteken rug € 5.00,00
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
ontslaatde verdachte daarvoor
van alle rechtsvervolging.
ter beschikkingwordt
gesteld, en beveelt dat hij van
overheidswegewordt
verpleegd.
€ 13.465,16(zegge: dertienduizend vierhonderdvijfenzestig euro en zestien eurocent), bestaande uit € 1.465,16 als vergoeding voor de materiële en € 12.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 13.465,16
(zegge: dertienduizend vierhonderdvijfenzestig euro en zestien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 92 (tweeënnegentig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 8.544,72(zegge: achtduizend vijfhonderdvierenveertig euro en tweeënzeventig eurocent), bestaande uit € 3.044,72 als vergoeding voor de materiële en € 5.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.544,72 (zegge: achtduizend vijfhonderdvierenveertig euro en tweeënzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 67 (zevenenzestig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.