Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge conclusie van antwoord en het schriftelijk ingediende verweer
- het tussenvonnis van 28 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 23 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
€ 2.628,86.
(€ 9.749,09 exclusief btw) in rekening gebracht. [eiser] heeft een bedrag van € 9.749,09 in oktober 2024 voldaan. [gedaagde] wenste eerst de corresponderende offertes en/of specificatie te zien voordat hij tot betaling overging. [eiser] heeft aan [gedaagde] toegelicht dat door alle deelbetalingen, voor het bedrag € 11.796,00 (€ 9.749,09 ex btw) geen corresponderende offerte bestaat en dat het om een restpost gaat. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 12.087,07) aan hoofdsom zullen worden toegewezen. De overige gevorderde bedragen aan hoofdsom zullen worden afgewezen.
5.De beslissing
5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.081,83 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 22 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,