Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5787

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/11441616
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 onder e BWArt. 558 sub b Wetboek van RechtsvorderingEnergiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging overeenkomst wegens schending informatieplicht en oneerlijk beding

Eteck Warmte Holding vordert betaling van achterstallige bedragen van [gedaagde] voor de levering van warmte. De procedure omvatte meerdere tussenvonnissen en een mondelinge behandeling waarbij [gedaagde] niet verscheen. De kantonrechter toetst ambtshalve de informatieplichten en de algemene voorwaarden.

De rechtbank oordeelt dat Eteck Warmte Holding niet heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplicht uit artikel 6:230m lid 1 onder e BW, omdat de consument geen inzicht krijgt in de totale prijs door het ontbreken van een indicatie van het verbruik en een voorschotbedrag. Dit leidt tot gedeeltelijke vernietiging van de betalingsverplichting met 20% korting conform de sanctierichtlijn.

Daarnaast wordt het incassokostenbeding uit artikel 12.1 van de algemene voorwaarden vernietigd voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot betaling van hoofdsom en toekomstige voorschotten wordt toegewezen, terwijl de rentevergoeding wordt beperkt. Bij uitblijven van een betalingsregeling wordt de overeenkomst ontbonden en mag Eteck Warmte Holding de levering afsluiten, met een voorwaardelijke ontruimingsmaatregel. Proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering gedeeltelijk toe met 20% korting wegens schending informatieplicht en vernietigt het incassokostenbeding, met voorwaardelijke ontbinding en afsluiting van levering bij uitblijven betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11441616 \ CV EXPL 24-4108 / K.R.
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
ETECK WARMTE HOLDING B.V.,
te Voorburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Eteck Warmte Holding,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025
- akte Eteck Warmte Holding 13 augustus 2025
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, de gemachtigde van Eteck Warmte Holding is op die zitting verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Eteck Warmte Holding naar voren heeft gebracht.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij het tussenvonnis van 16 juli 2025 (hierna: het tussenvonnis) is Eteck Warmte Holding in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van artikel 12.1 van de algemene voorwaarden. Eteck Warmte Holding heeft ter uitvoering van dat tussenvonnis een akte genomen, waarin zij aangeeft zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] de vordering erkend en verzocht om een betalingsregeling.
Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieplichten
2.2.
Op de zitting heeft de gemachtigde van Eteck Warmte Holding gewezen op een tweetal uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam [1] . In die uitspraken heeft het Hof, anders dan de kantonrechter in deze zaak in het tussenvonnis heeft overwogen, beslist dat Eteck Warmte Holding in voldoende mate heeft voldaan aan de wettelijk voorschreven (pre)contractuele informatieplichten zodat er geen sanctie moet worden toegepast. De kantonrechter volgt het Hof niet en blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen. Dit wordt als volgt toegelicht.
2.3.
Anders dan het Hof heeft de kantonrechter in het tussenvonnis uitgebreid toegelicht waarom niet is voldaan aan artikel 6:230 m lid 1 onder e BW. Het Hof daarentegen is in haar beslissing niet inhoudelijk ingegaan of aan deze informatieplicht is voldaan en heeft alleen, in het kader van de beoordeling van het prijsbeding, het volgende overwogen.
‘De maandelijkse vaste kosten en overige kosten zijn voldoende duidelijk en begrijpelijk geformuleerd, maar dat geldt niet voor de maandelijkse variabele gebruikskosten. Voor zowel de levering van ruimteverwarming als voor tapwater moest in 2022 € 48,56 per Gj worden betaald. Een indicatie van het gemiddelde verbruik bij het type woning van de consument, het historisch verbruik of andere gemiddelden van vergelijkbare huishoudens ontbreekt echter, zodat de consument geen inzicht krijgt in het te verwachten aantal Gj dat hij maandelijks zal verbruiken. Ook wordt het voorschot dat maandelijks in rekening zal worden gebracht niet in de overeenkomst genoemd. Op grond van het prijsbeding kan de consument daardoor geen inschatting maken van de te verwachten maandelijkse kosten en daarmee ook niet van de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst. ’
2.4.
In de hiervoor geciteerde overweging vindt de kantonrechter onvoldoende grond voor het oordeel dat Eteck Warmte Holding ook in deze zaak heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder e BW dient de totale prijs van een zaak of dienst immers voor het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze aan een consument kenbaar te worden gemaakt. Dat is niet gebeurd. Zoals het Hof ook heeft overwogen kan een consument aan de hand van de verstrekte informatie namelijk niet vaststellen wat de totale prijs is, doordat de consument geen inzicht krijgt in het te verwachten Gj dat hij maandelijks zal verbruiken en er ook geen voorschotbedrag is genoemd. Aangezien gesteld noch gebleken is dat de prijs redelijkerwijs niet vooraf kon worden berekend en dat daartom kon worden volstaan met enkel het vermelden van de manier waarop de prijs moet worden berekend, blijft de kantonrechter van oordeel dat niet is voldaan aan artikel 6:230m lid 1 onder e BW. Daar komt bij dat het in tegenstelling tot wat het Hof en de kantonrechter in het tussenvonnis hebben overwogen niet zo is dat Eteck Warmte Holding zich moet houden aan maximumtarieven van de ACM. Een energieleverancier moet volgens de Energiewet redelijke tarieven vragen en als de tarieven niet redelijk zijn kan de ACM ingrijpen, maar het is dus niet zo dat de ACM maximumtarieven vaststelt. Dit maakt het daarom des te belangrijker dat een handelaar een consument voor het sluiten van de overeenkomst correct informeert over de totale kosten van de af te nemen energie.
2.5.
De conclusie blijft dan ook dat Eteck Warmte Holding niet heeft voldaan aan de informatieplicht uit artikel 6:230m lid 1 onder e BW. Aangezien het Hof in haar uitspraken niet is ingegaan op andere informatieplichten, handhaaft de kantonrechter op die punten ook hetgeen in het tussenvonnis daaromtrent is geoordeeld.
Wat is hiervan het gevolg?
2.6.
Uit het tussenvonnis volgt dat de informatieplichten op drie punten zijn geschonden. De kantonrechter zal daarom de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%. Eteck Warmte Holding heeft op de zitting weliswaar aangevoerd dat in geval van een schending een sanctie van maximaal 10% proportioneel en gerechtvaardigd is, maar zij heeft onvoldoende toegelicht en onderbouwd waarom afgeweken zou moeten worden van de sanctierichtlijn. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van die richtlijn.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.7.
De kantonrechter blijft ook ten aanzien van het incassokostenbeding uit artikel 12.1 van de algemene voorwaarden bij wat in het tussenvonnis is overwogen. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter het artikel 12.1 van de algemene voorwaarden, voor zover het beding betrekking heeft op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit heeft tot gevolg dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 5.939,76 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 7.424,70 x 0.80). De vordering tot betaling van toekomstige voorschottermijnen vanaf 1 november 2024 worden eveneens toegewezen.
2.9.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Eteck Warmte Holding die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van dagvaarding.
2.10.
De betalingsachterstand is dusdanig hoog dat deze ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de warmtelevering rechtvaardigt. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] echter een betalingsregeling voorgesteld van € 500,00 per maand naast de lopende termijnen. [gedaagde] heeft voorgesteld deze betalingen te verrichten op de 24e van iedere maand. De gemachtigde van Eteck Warmte Holding heeft zich ter zitting bereid verklaard na vonniswijzing een betalingsregeling te treffen. [gedaagde] dient daartoe zo snel mogelijk zelf contact op te nemen met de gemachtigde van Eteck Warmte Holding. Daarbij is toegezegd dat als er een regeling tussen partijen tot stand komt, [gedaagde] deze regeling nakomt en de lopende termijnen tijdig worden betaald, Eteck Warmte Holding de warmtelevering niet zal onderbreken/afsluiten. De kantonrechter zal de ontbinding en afsluiting daarom voorwaardelijk toewijzen.
2.11.
De vordering om te bepalen dat [gedaagde] de kosten van afsluiting moet betalen zullen worden afgewezen, omdat deze kosten niet op voorhand zijn te begroten.
2.12.
[gedaagde] is (overwegend) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eteck Warmte Holding worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
524,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.501,54

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Eteck Warmte Holding € 5.939,76, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 december 2024,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Eteck Warmte Holding een bedrag van € 225,53 per maand vanaf 1 november 2024 aan maandelijkse voorschotten voor elke maand dat [gedaagde] de beschikking heeft over de op het distributienet van Eteck Warmte Holding aangesloten energiemeters/meetinrichting tot aan de datum dat de levering van warmte en/of koude en/of warmtapwater zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze voorschotten ingaande dag van opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.501,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
voor het geval [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een betalingsregeling treft voor de onder 3.1 tot en met 3.3.genoemde bedragen:
3.4.1.
ontbindt de overeenkomst tussen Eteck Warmte Holding en [gedaagde] voor de levering van warmte en/of koude en/of warmtapwater aan het verbruiksadres [adres] te [plaats] ;
3.4.2.
bepaalt dat Eteck Warmte Holding gerechtigd is de leverantie af te sluiten en de meter te verzegelen in het verbruiksadres (zoals voormeld),
3.4.3.
veroordeelt [gedaagde] te gehengen en te gedogen dat Eteck Warmte Holding de leverantie afsluit en de meter verzegelt in het verbruiksadres (zoals voormeld),
3.4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot gedeeltelijke of tijdelijke ontruiming van het verbruiksadres (zoals voormeld), hangende onder de onder 3.4.2 genoemde werkzaamheden, zulks op grond van artikel 558 sub b Wetboek Pro van Rechtsvordering,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Voetnoten

1.ECLI:NL:GHAMS:2025:2469 (tussenvonnis) en ECLI:NL:GHAMS:2026:248 (eindvonnis)