ECLI:NL:RBNHO:2026:591

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
351864
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling deskundigenrapport en schadevergoeding bij geschil over herstelkosten woning

Eiseres vordert vergoeding van herstelkosten voor gebreken aan haar woning, waaronder schade aan de dakkapel, het dak en de balklaag, alsmede waterschade. De rechtbank benoemde een deskundige die een schadeberekening maakte van in totaal €13.072,91 inclusief btw. Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de schadebegroting, stellende dat de deskundige niet uitging van gangbare tarieven en verwees naar hogere offertes.

De deskundige heeft in zijn rapport en reactie op opmerkingen toegelicht dat zijn begroting gebaseerd is op het vervangen van drie beschadigde dakpannen en het verwijderen en opnieuw leggen van 26 dakpannen, en dat uit de dossierstukken niet blijkt dat alle dakpannen verwijderd moeten worden. De rechtbank volgt deze uitleg en oordeelt dat de bezwaren van eiseres onvoldoende aanleiding geven om van het deskundigenrapport af te wijken.

Na verrekening met een factuur van gedaagde resteert een bedrag van €4.808,83 dat aan eiseres wordt toegewezen. Daarnaast worden deskundigenkosten van €1.421,35 en proceskosten van €1.567,50 aan eiseres toegekend. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst een schadevergoeding van €4.808,83 toe aan eiseres, naast deskundigen- en proceskosten, na verrekening met een eerdere factuur.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/351864 / HA ZA 24-232
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R. Vos,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf 1],
wonende te [plaats],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. V.J. Verhulst.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 februari 2025
- het deskundigenbericht van 15 oktober 2025
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser].
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Het deskundigenbericht
2.1. In de tussenvonnissen van 4 december 2024 en 5 februari 2025 heeft de rechtbank J. Nagtegaal als deskundige benoemd voor het verrichten van onderzoek naar de hoogte van de herstelkosten van de schade aan de woning van [eiser]. Op 6 mei 2025 heeft de deskundige het procesdossier ontvangen van mr. Vos. Op 23 juni 2025 heeft de deskundige, na overleg met de advocaten van partijen, de woning van [eiser] bezocht om de schade te onderzoeken. Hierbij waren zowel [gedaagde] als [eiser] en haar partner aanwezig. De deskundige heeft op 15 oktober 2025 zijn definitieve rapport ingediend bij de rechtbank, nadat hij in een eerder stadium heeft gereageerd op de opmerkingen van partijen op zijn conceptrapport.
2.2. De rechtbank heeft J. Nagtegaal de volgende vragen gesteld:
1. Kunt u een gespecificeerde opstelling maken van de herstelkosten van:
- de gebreken aan de dakkapel, het dak en de balklaag in de ouderslaapkamer die worden beschreven in de rapportage van 25 januari 2023 van de heer [betrokkene 1] van [bedrijf 2] (productie 9 van eiseres), de rapportage van 24 september 2023 van de heer [betrokkene 2] van [bedrijf 3] (productie 21 van eiseres) en het door de heer [betrokkene 1] becommentarieerde herstelplan van [gedaagde] van 31 maart 2023 (productie 11 van eiseres);
- de in 2022 ontstane waterschade op de eerste en tweede verdieping van de woning,
U wordt verzocht bij het maken van de kostenopstelling uit te gaan van de gebruikelijke tarieven op dit moment voor arbeid, materiaal en materieel.
Als u het voor het maken van een kostenopstelling noodzakelijk acht om een eigen onderzoek in te stellen naar de gebreken aan de dakkapel, het dak, de balklaag in de ouderslaapkamer en/of de waterschade, staat dit u vrij.
2. Heeft u nog (andere) opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, en zo ja, welke?
2.3. In het deskundigenrapport is, voor zo ver van belang voor beantwoording van de eerste vraag onder het eerste gedachtestreepje, het volgende opgenomen:
“[…]

7.Onderzoek en eigen beschouwing

De in de rapporten van [bedrijf 2] (25 januari 2023 en 31 maart 2023) en [bedrijf 3] (24 september 2023) vermelde gebreken heb ik tijdens mijn bezoek beoordeeld in het kader van herstel. Ik heb de navolgende herstelwerkzaamheden voor deze gebreken bepaald. Daarbij heb ik het herstelplan van [gedaagde] en het commentaar daarop van de heer [betrokkene 1] […] betrokken. De gebreken zijn:
[…]
3.
Beschadigde dakpannen.
Op basis van de foto’s concludeer ik dat drie dakpannen zijn beschadigd. De calculatie is gebaseerd op het vervangen van de drie pannen.
4.
De chaperonpannen zijn niet in een strakke lijn aangebracht.
De uitlijning van de chaperonpannen en de zinken dekstrook is niet gelijk. De calculatie is gebaseerd op het verwijderen van de chaperonpannen, het aanpassen van de panlat en het opnieuw plaatsen van de chaperonpannen.
[…]

8.Antwoorden op de vragen

[…]
De herstelkosten van de onder hoofdstuk 7 opgesomde gebreken heb ik totaal begroot op
EUR 9.065,78 inclusief btw.
[…]
De herstelkosten/dagwaarde van de waterschade heb ik totaal begroot op
EUR 4.007,13 inclusief btw
[…]
Totaal vraag 1 is derhalve EUR 13.072,91 inclusief btw.
[…]

11.Reactie van deskundige op opmerkingen en verzoeken

[…]
2. Onder verwijzing naar een bij de e-mail gevoegde offerte van Dakkapelcompany is mr. Verhulst van mening dat alle dakpannen moeten worden verwijderd en opnieuw moeten worden gelegd. Mijn begroting is gebaseerd op het vervangen van de drie beschadigde dakpannen (zie punt 3) en het verwijderen en opnieuw leggen van de 26 pannen aan de linkerzijde van de dakkapel (zie punt 4). Mijn calculatie sluit aan bij de opmerking van [bedrijf 3]: “De dakpannen moeten op een aantal plekken nagelopen worden op plaatsing en gebroken pannen.” Die werkzaamheden maken onderdeel uit van mijn schadebegroting. Ik heb mijn schadebegroting derhalve niet aangepast.
[…]”
Beoordeling deskundigenbericht
2.4.
[gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet op het deskundigenrapport of op de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] gereageerd.
2.5.
[eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen de inhoud van het deskundigenbericht. Zij stelt dat het totaalbedrag van € 9.065,78 dat de deskundige heeft begroot voor de herstelkosten van de gebreken aan de dakkapel, het dak en de balklaag in de ouderslaapkamer te laag is. [eiser] wijst op de door haar overgelegde offertes van de Dakkapelcompany van 11 september 2025 en van [bedrijf 4] van 10 november 2025 die uitkomen op bedragen van € 17.726,50 en € 16.500,00. Volgens [eiser] volgt uit de hoogte van deze offertes dat de deskundige niet is uitgegaan van de gangbare tarieven zoals door de rechtbank is gevraagd. [eiser] verzoekt de rechtbank daarom om de deskundige te vragen op grond van welke gegevens hij meent dat het niet noodzakelijk is om alle dakpannen te verwijderen met mogelijk herstel van de latten, dan wel waarom die werkzaamheden door de aannemers ten onrechte in hun offertes zijn opgenomen. [eiser] vraagt de rechtbank verder om, zo nodig, een andere deskundige aan te wijzen voor de beoordeling van deze vraag.
2.6.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt voor de rechter een beperkte motiveringsplicht ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van een deskundige al dan niet te volgen. Wel dient hij bij de beantwoording van de vraag of hij de conclusies waartoe een deskundige in zijn rapport is gekomen in zijn beslissing zal volgen, alle ter zake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen. Op basis van die aangevoerde stellingen dient de rechter in volle omvang te toetsen of aanleiding bestaat om van de in het rapport geformuleerde conclusies af te wijken. De rechter zal op specifieke bezwaren van een partij moeten ingaan als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van de zienswijze van de deskundige. Indien de deskundige deze bezwaren in een rapport al gemotiveerd heeft verworpen, zal de rechter zich daarbij zonder nadere motivering mogen aansluiten, tenzij de betrokken partij na het rapport nieuwe specifieke bezwaren heeft aangevoerd. [1]
2.7.
De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van de deskundige blijkt dat hij heeft gedaan wat van hem is gevraagd, namelijk het baseren van zijn onderzoek op de in het dossier aanwezige rapporten. In zijn deskundigenrapport onder
“11 Reactie van deskundige op opmerkingen en verzoeken” is de deskundige ingegaan op een e-mail van de advocaat van [eiser] van 30 september 2025, waarin deze de deskundige heeft gewezen op de offerte van de Dakkapelcompany. De deskundige heeft aangegeven dat zijn begroting is gebaseerd op het vervangen van de drie beschadigde dakpannen en het verwijderen en opnieuw leggen van de 26 pannen aan de linkerzijde van de dakkapel. De deskundige heeft hierbij ook uitgelegd dat uit de in het dossier aanwezige rapporten niet blijkt dat het vervangen van alle dakpannen noodzakelijk is voor herstel. De rechtbank kan op basis van deze uitleg de deskundige volgen in zijn stelling dat uit de in het dossier aanwezige rapporten niet blijkt dat alle dakpannen verwijderd moeten worden om tot herstel over te kunnen gaan. De rechtbank merkt hierbij ook op dat, hoewel niet expliciet genoemd door de deskundige in zijn reactie op de opmerkingen van [eiser], ook uit het door [betrokkene 1] becommentarieerde herstelplan van [gedaagde] van 31 maart 2023 niet volgt dat dit nodig zou zijn. [2] De rechtbank is daarom van oordeel dat de deskundige de bezwaren van [eiser] voldoende gemotiveerd heeft verworpen. De offerte van [bedrijf 4] waar [eiser] in haar conclusie na deskundigenbericht op wijst, maakt het voorgaande niet anders. [eiser] heeft in haar conclusie namelijk geen nieuwe specifieke bezwaren aangevoerd.
2.8.
De rechtbank ziet in wat [eiser] heeft aangegeven in haar conclusie na deskundigenbericht dus geen reden om van de conclusie in het deskundigenrapport af te wijken. De rechtbank zal voor de hoogte van de verschuldigde schadevergoeding daarom uitgaan van de schadeberekening van de deskundige. Dat betekent dat de rechtbank uitgaat van € 13.072,91 inclusief btw aan schade. Na verrekening met de factuur van 21 augustus 2022 met factuurnummer 2022-987 van [gedaagde] resteert een bedrag van € 4.808,83. Dit bedrag wijst de rechtbank toe, samen met een verklaring voor recht dat de schuld van [eiser] aan [gedaagde] die voortvloeit uit voornoemde factuur, door verrekening teniet is gegaan.
De deskundigenkosten
2.9.
[eiser] vordert naast vergoeding van de door haar geleden schade € 1.421,35 aan deskundigenkosten. Dit zijn de kosten voor de deskundige van [bedrijf 2] die [eiser] heeft ingeschakeld om de schade aan haar woning te beoordelen. Op grond van artikel 6:96, tweede lid onder b van het Burgerlijk wetboek (hierna: BW) komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Het is redelijk dat [eiser] een deskundige heeft ingeschakeld om de schade en de aansprakelijkheid vast te stellen. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde kosten. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat (ook) [gedaagde] dit redelijke kosten vindt. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag aan deskundigenkosten daarom toe.
De proceskosten
2.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.Aangezien een substantieel deel van de vordering van [eiser] is afgewezen, zal de rechtbank voor het toepasselijke liquidatietarief aanhaken bij het toegewezen bedrag. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
87,00
- salaris advocaat
1.302,50
(2,5 punten × € 521,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.567,50
2.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.808,83,
3.2.
verklaart voor recht dat de schuld van [eiser] aan [gedaagde], voortvloeiende uit de factuur d.d. 21 augustus 2022 met nummer 2022-987, door verrekening met een bedrag van € 8.264,08 aan door [eiser] geleden schade teniet is gegaan,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.421,35 aan deskundigenkosten,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.567,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
1846

Voetnoten

1.HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:279, rov. 3.4.3; HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921, rov. 3.4.5.
2.Zie hiervoor pagina 2 van het becommentarieerde herstelplan van 31 maart 2023.