Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5935

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
12046684 BM VERZ 26-48
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van bewind wegens wegvallen noodzaak

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 mei 2026 een beschikking gegeven op een verzoek tot opheffing van bewind over de goederen van betrokkene. Het bewind was ingesteld vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene, waarbij verzoeker was benoemd tot bewindvoerder.

Verzoeker vroeg om opheffing van het bewind, waarbij betrokkene op 22 januari 2026 schriftelijk akkoord ging met dit verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 maart 2026 hebben beide partijen het verzoek nader toegelicht.

De kantonrechter oordeelde op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro dat het bewind kan worden opgeheven indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat. Betrokkene heeft voldoende duidelijk gemaakt dat er geen noodzaak meer is voor het bewind, mede doordat hij alternatieven heeft onderzocht en afspraken heeft gemaakt met zijn broers die hem ondersteunen.

Daarom is het verzoek tot opheffing van het bewind toegewezen en zal het bewind worden opgeheven met ingang van twee weken na de datum van de beschikking.

Uitkomst: Het bewind over de goederen van betrokkene is opgeheven wegens het ontbreken van noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer : 12046684 BM VERZ 26-48 JM
dossiernummer : BM 19230
datum :
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[verzoeker],
[adres],
hierna te noemen: verzoeker,
in het bewind van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene.

1.procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 29 december 2025;
- een akkoordverklaring van betrokkene, ontvangen op 22 januari 2026.
1.2.
Het verzoek is mondeling behandeld op 24 maart 2026.

2.beoordeling

2.1.
Verzoeker is bij beschikking van de kantonrechter benoemd tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Het bewind is ingesteld wegens de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene.
2.2.
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind.
2.3.
Betrokkene heeft op 22 januari 2026 de kantonrechter laten weten hiermee akkoord te gaan.
2.4.
Ter zitting hebben verzoeker en betrokkene het verzoek nader toegelicht.
2.5.
Op grond van artikel 1:449 tweede Pro lid van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek om het bewind op te heffen moet worden toegewezen. De kantonrechter zal uitleggen waarom.
2.7.
Betrokkene heeft de kantonrechter ter zitting voldoende duidelijk gemaakt dat er op dit moment geen noodzaak meer voor het bewind is. De kantonrechter heeft in zijn beslissing meegenomen dat betrokkene goed onderzoek heeft gedaan naar alternatieven voor een bewind en in verband daarmee de hulp van zijn broers [broer 1] en [broer 2] heeft geregeld en afspraken met hen heeft gemaakt.

3.beslissing

3.1.
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van
[betrokkene]op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovenvermelde datum.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.