Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5975

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
11844217 \ CV EXPL 25-2971
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:18a lid 2 BWArt. 7:21 lid 3 BWArt. 7:22 lid 2 BWArt. 6:271 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop tweedehands auto ontbonden wegens ernstige gebreken en niet-nakoming verkoper

De eiser kocht een tweedehands Mazda uit 2011 bij Autohuis Midden Nederland B.V. Binnen twee weken na aflevering werden diverse ernstige gebreken geconstateerd die wezen op langdurige verwaarlozing en achterstallig onderhoud. De auto voldeed daardoor niet aan de koopovereenkomst.

De eiser stelde Autohuis meerdere malen in gebreke en gaf een termijn voor herstel, maar Autohuis reageerde niet adequaat en herstelde de gebreken niet binnen een redelijke termijn zonder ernstige overlast. De eiser ontbond daarom de koopovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde terugbetaling van de koopsom, schadevergoeding en medewerking aan tenaamstelling.

De kantonrechter oordeelde dat de auto niet aan de overeenkomst voldeed, dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat Autohuis tekortgeschoten was in haar verplichtingen. De vorderingen van de eiser werden toegewezen, waaronder terugbetaling van de koopsom, vergoeding van schade en incassokosten, en medewerking aan tenaamstelling, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitkomst: De koopovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling, schadevergoeding en medewerking aan tenaamstelling.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11844217 \ CV EXPL 25-2971 TB
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Heimensem,
tegen
de besloten vennootschap
AUTOHUIS MIDDEN NEDERLAND B.V.,
te Vaassen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Autohuis,
gemachtigde: mr. A.W. Boer.
De zaak in het kort
[eiser] heeft een tweedehands auto bij Autohuis gekocht. Het gaat om een consumentenkoop. Binnen twee weken na aflevering bleek dat er verschillende gebreken waren aan de auto. De technische staat van de auto ligt significant onder de gebruikelijke normen van een dergelijke auto, terwijl Autohuis heeft meegedeeld dat de auto prachtig onderhouden is en in zeer goede staat verkeert. De auto beantwoordt daarom niet aan de koopovereenkomst. Omdat Autohuis niet binnen redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] tot herstel of vervanging van de gebreken is overgegaan, mocht [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Autohuis wordt veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, vergoeding van schade en medewerking tot wijziging van de tenaamstelling.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 augustus 2025
- de conclusie van antwoord van 22 oktober 2025
- het tussenvonnis van 12 november 2025
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft op 8 januari 2025 een Mazda uit 2011 gekocht voor de koopprijs van € 9.450,00 (hierna: de auto). [eiser] heeft daarbij zijn Toyota ingeruild voor € 4.450,00.
2.2.
Voorafgaand aan de koop is de auto door Autohuis via Marktplaats te koop aangeboden. In de advertentie is onder meer het volgende opgenomen: “
Maak kennis met deze prachtig onderhouden Mazda 6 1.8 sportbreak TS uit 2011.” Partijen hebben vervolgens via Marktplaats verschillende berichten uitgewisseld. [eiser] heeft op 6 januari 2025 aan Autohuis gestuurd: “
ik twijfel tussen deze auto en een zwart exemplaar in Wieringerwerf. Die heeft 136000 km op de teller en komt ook uit 2011. (…)”. Autohuis reageert als volgt: “
Met alle respect deze auto verkeerd in een zeer goede staat veel opties en heeft 54000 km minder gereden. Dat mag je absoluut niet vergelijken.
2.3.
Op 8 januari 2025 heeft [eiser] aan Autohuis geappt: “
er schiet me nog iets te binnen. Het stuur is erg versleten zeker gezien het lage aantal kilometers. Dat is best raar…”. Autohuis heeft gereageerd met de volgende mededeling: “
Niks raars aan. Ik kan eventueel een stuurhoes voor u regelen als u dat zou willen.
2.4.
De auto is op 31 januari 2025 aan [eiser] geleverd. Voorafgaand aan de levering (op 27 januari 2025) is de auto APK goedgekeurd.
2.5.
[eiser] heeft vervolgens een wintercheck laten uitvoeren bij de lokale garage. Deze heeft een aantal gebreken geconstateerd. [eiser] heeft die op 10 februari 2025 aan Autohuis gemeld. Daarbij heeft hij laten weten de koop te willen ontbinden en als Autohuis daarmee niet akkoord gaat voorgesteld een onafhankelijke expertise te laten uitvoeren. Autohuis heeft hierop niet gereageerd.
2.6.
[eiser] heeft expertisebureau DEKRA Automotive opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de auto. Het onderzoek heeft op 10 maart 2025 plaatsgevonden. In de conclusie van het expertiserapport staat - samengevat - dat op basis van de uitgevoerde visuele inspectie, technische beoordeling en de bevindingen is vastgesteld dat het voertuig diverse technische gebreken vertoont. Deze gebreken wijzen aantoonbaar op achterstallig onderhoud en langdurige verwaarlozing van essentiële componenten. Zowel het onderstel, de ophangingsdelen, banden, remmen als de motorische componenten bevinden zich in een slechte en verwaarloosde staat. Het optreden van deze gebreken is niet te herleiden tot een plotseling ontstaan defect of een recent voorval. Het voertuig bevindt zich reeds gedurende lange tijd in deze staat.
2.7.
Op 25 april 2025 is de auto door Autoconsult (die is ingeschakeld door Autohuis) opgehaald.
2.8.
Op 12 juni 2025 heeft [eiser] Autohuis via WhatsApp en per e-mail in gebreke gesteld en Autohuis een termijn van zeven dagen gegeven om met een passende oplossing te komen. Autohuis heeft niet gereageerd.
2.9.
Op 26 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] een ingebrekestelling aan Autohuis gestuurd, waarin Autohuis de keuze is gegeven om binnen veertien dagen kosteloos tot herstel van de in het expertiserapport van DEKRA genoemde gebreken over te gaan of om de koopovereenkomst te ontbinden met terugbetaling van de koopsom. Ook wordt aanspraak gemaakt op een schadevergoeding voor het expertiserapport en het schorsen van het voertuig. Autohuis heeft niet gereageerd.
2.10.
Bij e-mail van 24 juli 2025 om 11:39 uur heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en verzocht om terugbetaling van de koopsom en vergoeding van een aantal schadeposten.
2.11.
Vervolgens heeft op diezelfde dag Autohuis zowel telefonisch als per e-mail (om 13:22 uur) aan [eiser] bericht dat de auto rijklaar staat om afgehaald te worden en dat Autohuis wil weten wanneer [eiser] de auto komt afhalen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert primair – samengevat – een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Subsidiair vordert [eiser] de koopovereenkomst te vernietigen op grond van een wilsgebrek. Zowel primair als subsidiair vordert [eiser] Autohuis te veroordelen tot terugbetaling van de koopsom van € 9.450,00 en betaling van een schadevergoeding van € 1.341,54. Daarnaast vordert [eiser] dat Autohuis de auto terug neemt en medewerking verleent aan de tenaamstelling op naam van Autohuis op straffe van een dwangsom. Ook vordert [eiser] Autohuis te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijk incassokosten van € 1.068,33, de wettelijke rente over de diverse bedragen en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt - kort gezegd - aan de vorderingen ten grondslag dat sprake is van een consumentenkoop en de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, omdat de auto gebrekkig is en hij de gebreken niet hoeft te verwachten van deze auto gelet op de mededelingen die de verkoper heeft gedaan en op de advertentie. Autohuis heeft nagelaten tot deugdelijk herstel over te gaan en is daarom tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. [eiser] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom. Daarnaast maakt hij aanspraak op vergoeding van de kosten van de deskundige van € 816,75, kosten voor het schorsen van de auto van € 123,05, kosten van de verzekering over de periode dat hij de auto in bezit had van € 184,74 en kosten van de wegenbelasting over de periode dat hij de auto in bezit had van € 217,00, totaal € 1.341,54.
3.3.
Autohuis voert verweer. De auto voldoet aan de eisen die daaraan in redelijkheid gesteld kunnen worden. De gestelde gebreken zijn grotendeels van beperkte aard. Autohuis heeft de door DEKRA geconstateerde gebreken binnen een redelijke termijn laten verhelpen en de herstelkosten gedragen. [eiser] heeft nagelaten de auto op te halen. De geconstateerde gebreken betreffen onderhoud en duidelijk zichtbare slijtage en leveren geen non-conformiteit op. De gebreken rechtvaardigen niet de ontbinding van de overeenkomst en het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de gevolgen van de ontbinding voor rekening van Autohuis te laten komen. Het gaat om een relatief oude auto met inherente kleine gebreken en slijtages, die [eiser] in redelijkheid had kunnen verwachten. [eiser] heeft nagelaten zich vooraf goed te informeren en dat moet voor zijn rekening en risico komen. Voor het geval de kantonrechter tot ontbinding overgaat, voert Autohuis aan dat [eiser] een vergoeding verschuldigd is voor de waarde van de geleverde prestatie van € 1.047,37. Autohuis doet daarom een beroep op verrekening.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vooropgesteld wordt dat de overeenkomst die tussen Autohuis en [eiser] is gesloten een consumentenkoop betreft, omdat Autohuis heeft gehandeld in de uitoefening van een bedrijf en [eiser] een natuurlijk persoon is die met de aankoop van de auto niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
4.2.
De belangrijkste vraag die in deze procedure moet worden beantwoord is of [eiser] de overeenkomst met Autohuis rechtsgeldig heeft ontbonden. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Dat wordt hierna uitgelegd.
De uitgangspunten
4.3.
Bij een consumentenkoop hebben partijen op grond van de wet een aantal rechten en plichten. De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden. Daarvan is geen sprake als - mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper - de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [1] Bij de koop van een tweedehands auto houdt dat – onder andere – in dat de auto geschikt moet zijn voor normaal gebruik. Daarbij geldt dat de koper van een tweedehands auto – afhankelijk van de ouderdom, het aantal gereden kilometers en de koopprijs – tot op zekere hoogte rekening moet houden met het bestaan van mankementen. Een auto is ook bij normaal gebruik namelijk aan slijtage onderhevig en in het algemeen geldt dat de kans dat gebreken gaan optreden groter wordt naarmate de auto ouder is. Dat gegeven is verdisconteerd in de koopprijs van de tweedehands auto die meestal lager is dan die van een nieuwe auto. De koper van een tweedehands auto moet er in het algemeen daarom rekening mee houden dat een tweedehands auto eerder gebreken vertoont dan een nieuwe. Uit de rechtspraak volgt dat een auto in ieder geval niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid als gevolg van een gebrek. Verder geldt er een wettelijk vermoeden: als een probleem zich binnen een termijn van één jaar na aflevering openbaart, wordt vermoed dat de auto ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. [2]
De gebreken
4.4.
Beide partijen gaan uit van het expertiserapport van DEKRA, dus de kantonrechter doet dat ook. Uit dit rapport blijkt dat de auto diverse technische gebreken vertoont en dat deze gebreken aantoonbaar wijzen op achterstallig onderhoud en langdurige verwaarlozing van essentiële componenten. Het betreft 1) een matige tot slechte staat van het onderstel en de wielophanging, 2) overmatige slijtage aan de ophangingsdelen, draagarmen en fuseekogelrubbers, 3) roestvorming en corrosie zichtbaar op de dragende delen, 4) de banden en de remmen bevinden zich in een vergevorderde staat van slijtage, 5) overmatig olieverbruik in de ontbrandingsruimte en 6) de bougies zijn ernstig aangetast en verkoold. De conclusie in het rapport is dat de technische staat van het voertuig ondermaats is: de algehele technische staat van het voertuig ligt significant onder de gebruikelijke normen.
4.5.
Autohuis voert aan dat deze gebreken niet ernstig maar grotendeels van beperkte aard zijn, met uitzondering van de motor wat een groter gebrek betreft. Maar zij specificeert en onderbouwt deze stelling verder niet. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de technische staat van de auto op alle zes onderdelen significant onder de gebruikelijke normen van een dergelijke auto ligt. Daarmee is sprake van ernstige gebreken.
De auto beantwoordt niet aan de koopovereenkomst
4.6.
Omdat de gebreken zich binnen een jaar na aankoop hebben geopenbaard, wordt vermoed dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. [eiser] hoefde deze ernstige mate van slijtage ook niet te verwachten gelet op de mededelingen van Autohuis dat de auto “prachtig onderhouden” is en “in een zeer goede staat” verkeert.
4.7.
Autohuis voert aan dat [eiser] geen beroep op non-conformiteit toekomt, omdat hij zijn onderzoekplicht heeft verzaakt. De kantonrechter volgt dit standpunt niet. Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat de twijfels die [eiser] had vóór de koop/aflevering van de auto zijn weggenomen door Autohuis. [eiser] heeft verschillende vragen gesteld aan Autohuis over de staat van de auto waarop Autohuis heeft gereageerd dat de auto in zeer goede staat verkeert en dat er niks raars is. Door de tekst van de advertentie en deze mededelingen van Autohuis was er voor [eiser] geen aanleiding meer om te twijfelen aan de staat van de auto. [eiser] mocht erop vertrouwen dat hij een tweedehands auto kocht die in goede, gebruikelijke staat van onderhoud verkeerde. En dat was niet het geval, integendeel.
4.8.
De conclusie is dan ook dat Autohuis is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de koopovereenkomst.
[eiser] heeft de koopovereenkomst terecht ontbonden
4.9.
In de wet [3] is aan de consument de mogelijkheid geboden om de koopovereenkomst te ontbinden, als het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt. Een overeenkomst kan niet worden ontbonden, als de afwijking van de overeenkomst gering is en een ontbinding daardoor, gelet op alle gevolgen daarvan, niet is gerechtvaardigd. De bevoegdheid om een overeenkomst te ontbinden ontstaat pas als de verkoper (Autohuis) niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper ( [eiser] ) de zaak herstelt of vervangt. Aan deze voorwaarden moet zijn voldaan op het moment dat een ontbindingsverklaring wordt uitgebracht.
4.10.
[eiser] stelt dat hij gerechtigd was om tot ontbinding over te gaan, omdat de auto niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor hem is hersteld. Volgens [eiser] is de auto na het rapport van DEKRA van 10 maart 2025 pas op 25 april 2025 opgehaald, bleef het wekenlang stil en heeft Autohuis pas op 24 juli 2025 nadat de overeenkomst al was ontbonden, laten weten dat de auto gereed was om opgehaald te worden. Autohuis voert aan het herstel van de gebreken wel binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, gelet op de ingebrekestelling van 26 juni 2025. De werkzaamheden zijn op 4 juli 2025 verricht en het herstel heeft wat langer geduurd omdat de tussenpersoon (Autoconsult) door omstandigheden niet in de gelegenheid was deze taak op zich te nemen, volgens Autohuis.
4.11.
De kantonrechter oordeelt dat aan de vereisten voor ontbinding is voldaan. Dat herstel onmogelijk is of niet van Autohuis gevergd kan worden, is niet gesteld of gebleken. Autohuis heeft de gebreken aan de auto niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] hersteld of vervangen. Autohuis heeft op de zitting gesteld dat partijen hebben besproken dat de auto door DEKRA onderzocht zou worden en dat Autohuis een derde zou inschakelen om de gebreken die gerepareerd moeten worden te repareren. De auto is vervolgens op 25 april 2025 opgehaald. Zo’n zeven weken later (op 12 juni) heeft [eiser] de eerste ingebrekestelling gestuurd en twee weken later (op 26 juni) de tweede ingebrekestelling met daarin een termijn van veertien dagen. Al die tijd is het stil gebleven aan de kant van Autohuis. Pas na de ontbinding op 24 juli heeft Autohuis iets van zich laten horen, namelijk dat de auto hersteld is. Volgens Autohuis heeft het herstel plaatsgevonden op 4 juli dus binnen de termijn van de tweede ingebrekestelling. Maar dat herstel ziet volgens Autohuis alleen op de motor van de auto. Gesteld noch gebleken is dat Autohuis de andere gebreken (zoals de remmen) heeft hersteld of vervangen. In deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat Autohuis de gebreken binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] heeft hersteld of vervangen.
4.12.
Autohuis voert nog aan dat het merendeel van de aan de orde zijnde gebreken van beperkt gewicht zijn en geen voldoende grondslag voor ontbinding van de koopovereenkomst, maar dat standpunt volgt de kantonrechter niet gelet op het rapport van DEKRA.
4.13.
Dit betekent dat [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig bij e-mail van 24 juli 2025 heeft ontbonden.
Gevolgen van de buitengerechtelijke ontbinding
4.14.
Door de ontbinding van de koopovereenkomst moeten Autohuis en [eiser] de ontvangen prestaties ongedaan maken. [4] Voor Autohuis is dat het terugbetalen van de ontvangen koopprijs en voor [eiser] is dat het teruggeven van de auto. Ook moet de tenaamstelling worden gewijzigd. Anders dan Autohuis meent is het niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de gevolgen van de ontbinding voor rekening van Autohuis te laten komen.
Strikt genomen moet ook de inruil van de Toyota ongedaan worden gemaakt maar partijen zeggen daar niets over. De kantonrechter laat dat onderwerp daarom buiten beschouwing.
4.15.
De kantonrechter zal de vordering tot terugbetaling van de koopprijs van € 9.450,00 toewijzen. De wettelijke rente over de koopsom is toewijsbaar vanaf de datum van het verzuim van Autohuis ten aanzien van zijn terugbetalingsverplichting. Autohuis is vanaf 1 augustus 2025 in verzuim zodat de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf die datum.
4.16.
De vordering van [eiser] dat Autohuis de auto terugneemt, zal worden afgewezen omdat op de zitting gebleken is dat de auto al bij Autohuis staat.
4.17.
Het gevolg van de ontbinding is ook dat het kenteken niet langer op naam van [eiser] kan blijven staan. Beide partijen moeten eraan meewerken dat het kenteken (weer) op naam van Autohuis wordt gesteld. [eiser] heeft gevorderd dat Autohuis medewerking zal verlenen aan het op naam zetten van Autohuis, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter zal de vordering - als niet weersproken - toewijzen als volgt. Daarbij zal de dwangsom op de hierna te noemen wijze worden gematigd en gemaximeerd.
4.18.
Autohuis heeft betoogd dat [eiser] een vergoeding verschuldigd is voor de waarde van de door haar geleverde prestatie [5] , omdat de auto tot 25 april 2025 is gebruikt en Autohuis tot die tijd een auto beschikbaar heeft gesteld aan [eiser] . Autohuis acht het redelijk om de waarde van de prestatie te relateren aan de fiscale waarde van het enkele beschikbaar stellen van een auto van 15 jaar oud in een werkgevers-werknemersrelatie, zijnde 35% van de economische waarde per jaar, in dit geval € 1.047,37, en doet een beroep op verrekening. De kantonrechter verwerpt dit standpunt. Als de aard van de prestatie uitsluit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt daarvoor een vergoeding in de plaats. [6] Maar dat is hier niet het geval. De ontvangen prestatie die [eiser] ongedaan moet maken is het teruggeven van de auto aan Autohuis. Die prestatie kan worden uitgevoerd en is al uitgevoerd. Dat betekent dat het bepaalde in artikel 6:272 BW Pro niet als grondslag voor de gestelde waardevergoeding kan dienen. Autohuis heeft geen andere grondslag gesteld. Daarbij komt dat [eiser] heeft aangevoerd dat de auto vrijwel vanaf de aankoop bij Autoconsult heeft gestaan en heeft betwist dat hij voordeel van de auto heeft gehad die in een economische waarde kan worden uitgedrukt. Autohuis heeft daar niets meer tegenover gesteld en haar standpunt dus onvoldoende onderbouwd.
4.19.
Het is de kantonrechter niet gebleken dat [eiser] na toewijzing van het bovenstaande een zelfstandig belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Autohuis moet ook een schadevergoeding betalen
4.20.
[eiser] vordert een schadevergoeding van € 1.341,54, bestaande uit onderzoekskosten, kosten voor het schorsen van de auto en kosten van de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies over de periode dat hij de auto in bezit had. Autohuis voert hiertegen geen verweer, ook niet tegen de gevorderde bedragen. De kantonrechter zal deze schadeposten daarom toewijzen.
4.21.
De wettelijke rente over het totaal van de schade (€ 1.341,54) is verschuldigd vanaf het moment dat Autohuis met de betaling daarvan in verzuim is. [eiser] heeft niet gesteld wanneer dat is. Omdat [eiser] in elk geval vanaf 1 augustus 2025 in verzuim is, zal de wettelijke rente vanaf die datum worden toegewezen.
Autohuis moet de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten vergoeden
4.22.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom en de schadevergoeding, totaal € 1.068,33. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is niet van toepassing op de in deze zaak gevorderde bedragen (terugbetaling na ontbinding en schadevergoeding), zodat de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, moet worden getoetst aan het Rapport BGK-integraal. Op grond van dit rapport worden als redelijke kosten aangemerkt de tarieven die volgens de staffel van het Besluit gelden.
4.23.
[eiser] heeft onderbouwd dat hij daadwerkelijk buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. Autohuis heeft dit ook niet weersproken. Het door [eiser] gevorderde bedrag is conform de staffel. De kantonrechter zal daarom het bedrag van € 1.068,33 toewijzen. De kantonrechter zal de wettelijke rente hierover toewijzen vanaf de datum van de dagvaarding (7 augustus 2025), omdat [eiser] in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.
4.24.
Autohuis is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,92
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.412,92.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Autohuis tot betaling aan [eiser] van de koopsom van € 9.450,00, te vermeerderen met de wettelijke over dat bedrag vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Autohuis tot betaling aan [eiser] van € 1.341,54 aan schade, te vermeerderen met de wettelijke over dat bedrag vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Autohuis om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het op naam van Autohuis zetten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 150,00 per dag dat Autohuis niet voldoet aan deze veroordeling, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
5.4.
veroordeelt Autohuis tot betaling aan [eiser] van € 1.068,33 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke over dat bedrag vanaf 7 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.5.
veroordeelt Autohuis in de proceskosten van € 1.412,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Autohuis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt Autohuis tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 BW Pro.
2.Artikel 7:18a lid 2 BW.
3.Artikel 7:21 lid 3 en Pro 7:22 lid 2 BW.
4.Artikel 6:271 BW Pro.
5.Artikel 6:272 lid 2 BW Pro
6.Artikel 6:272 BW Pro.