Uitspraak
[naam],
1.De procedure
- het verstekvonnis van 9 oktober 2025 (11870164 / CV EXPL 2574);
- de door [naam] uitgebrachte verzetdagvaarding, met 9 producties.;
- het tussenvonnis van 4 december 2025;
- de volgende voorafgaande aan de mondelinge behandeling ingekomen stukken:
van de zijde van Parteon:- de op 4 mei 2026 ingekomen producties 13 tot en met 15;
van de zijde van de bewindvoerder q.q.:.
- de op 4 mei 2026 ingekomen producties 10 tot en met 13.
2.De feiten
3.Het geschil
(i) de huurovereenkomst ontbindt;
(ii) De bewindvoerder q.q. veroordeelt tot ontruiming;
(iii) De bewindvoerder q.q. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 928,11, te vermeerderen met een bedrag van € 691,47 per maand, voor iedere maand dat De bewindvoerder q.q./ [naam] na 1 september 2025 de gehuurde woning onder zich houdt.
4.De beoordeling
Ter zitting is namelijk duidelijk geworden dat Parteon een groot belang heeft bij de ontruiming. Op de mondelinge behandeling heeft Parteon onweersproken naar voren gebracht dat de gehuurde woning zich bevindt in een kwetsbare wijk waar Parteon te maken heeft met veel problemen die samenhangen met illegale prostitutie en drugs(criminaliteit). Om deze problemen het hoofd te kunnen bieden, is het noodzakelijk voor Parteon om hier voldoende effectief tegen te kunnen optreden. Afwijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming zou Parteon hierin naar het oordeel van de kantonrechter te veel frustreren.
4.8. Hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd over – onder meer - het gebruik van de woning en het (hoofd)verblijf van [naam] , leidt niet tot een andere beslissing en behoeven geen nadere bespreking.