Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6021

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/11970705
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens prostitutiewerk in gehuurde woning

Parteon verhuurt sinds augustus 2020 een woning aan een vrouw met persoonlijke problemen, waaronder alcoholverslaving en PTSS. Medio mei 2025 gaf zij de sleutels aan haar biologische vader, waarna meubels werden verhuisd. Vanaf juni 2025 werd de woning gebruikt voor illegale prostitutiewerkzaamheden, vastgesteld door de gemeente en gemeld door een anonieme tip.

Parteon vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens tekortkoming. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis dat de huurovereenkomst ontbindt, ondanks dat de huurder geen actieve rol had in de prostitutie. De tekortkoming wordt toegerekend aan de huurder vanwege het uit handen geven van de woning zonder toezicht.

De kantonrechter houdt rekening met de kwetsbare situatie van de huurder en stelt daarom een ontruimingstermijn van drie maanden vast. Tevens wordt de huurachterstand aangepast naar € 767,57. De kosten van de procedure worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de woning moet binnen drie maanden worden ontruimd met betaling van een aangepaste huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11970705 \ CV EXPL 25-3400 WD
Vonnis van 11 juni 2026
in de zaak van
DE STICHTING STICHTING SCHULDVRIJ,in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam],
te Alkmaar,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: de bewindvoerder q.q., of [naam] ;
gemachtigde: mr. J. de Haan,
tegen
DE STICHTING STICHTING PARTEON,
te Wormerveer,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: Parteon,
gemachtigde: mr. M. van den Oord.
De zaak in het kort
De kantonrechter handhaaft de in het verstekvonnis genomen beslissing om de huurovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde tot ontruimen. In afwijking van het verstekvonnis stelt de kantonrechter een ontruimingstermijn van 3 maanden vast. Tot slot veroordeelt de kantonrechter gedaagde partij om in afwijking van het verstekvonnis een huurachterstand van € 767,57 te betalen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Parteon, met 12 producties;
- het verstekvonnis van 9 oktober 2025 (11870164 / CV EXPL 2574);
- de door [naam] uitgebrachte verzetdagvaarding, met 9 producties.;
- het tussenvonnis van 4 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de volgende voorafgaande aan de mondelinge behandeling ingekomen stukken:
van de zijde van Parteon:- de op 4 mei 2026 ingekomen producties 13 tot en met 15;
van de zijde van de bewindvoerder q.q.:.
- de op 4 mei 2026 ingekomen producties 10 tot en met 13.
De kantonrechter heeft voorts kennis genomen van het feit dat [naam] bij beschikking van 10 februari 2026 onder bewind is gesteld met benoeming van de bewindvoerder q.q. als zodanig. De bewindvoerder q.q. heeft de hoedanigheid van (formele) procespartij overgenomen van [naam] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Parteon verhuurt met ingang van 5 augustus 2020 aan [naam] de woning aan het [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 691,47 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[naam] is een 37-jarige vrouw met persoonlijke problemen. Zo kampt zij met een alcoholverslaving en psychische problematiek (PTSS).
2.3.
Medio mei 2025 heeft [naam] de sleutels van de gehuurde woning afgegeven aan haar biologische vader.
2.4.
Op of omstreeks 18 mei 2025 zijn verschillende meubels uit de gehuurde woning verhuisd en elders opgeslagen. Tot de verhuisde meubels behoort onder meer een zich daarvoor in de woonkamer bevindende hoekbank.
2.5.
Op 13 juni 2025 ontvangt Parteon een anonieme melding, die er op neerkomt dat [naam] al enkele weken niet meer aanwezig is geweest in de woning en dat de woning veelvuldig kortdurend (20 minuten tot een uur) wordt bezocht door mannen. De melder vermoedt dat er in de woning twee dames aanwezig zijn die “werkzaamheden” uitvoeren.
2.6.
Bij brief van 26 juni 2025 heeft de [gemeente] Parteon geïnformeerd over haar voornemen de woning bestuursrechtelijk te sluiten, omdat zij op 19 juni 2025 bij een controle heeft vastgesteld dat er prostitutiewerkzaamheden plaatsvonden.
2.7.
Van 23 juni tot en met 11 augustus 2025 is [naam] opgenomen geweest in verslavingskliniek Jellinek in Amsterdam.
2.8.
Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de gemeente besloten om vanwege voornoemde prostitutiewerkzaamheden aan [naam] een last onder dwangsom op te leggen.

3.Het geschil

3.1.
Parteon vordert in de inleidende dagvaarding dat de kantonrechter:
(i) de huurovereenkomst ontbindt;
(ii) De bewindvoerder q.q. veroordeelt tot ontruiming;
(iii) De bewindvoerder q.q. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 928,11, te vermeerderen met een bedrag van € 691,47 per maand, voor iedere maand dat De bewindvoerder q.q./ [naam] na 1 september 2025 de gehuurde woning onder zich houdt.
3.2.
Parteon voert hiertoe aan dat [naam] tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. [naam] heeft namelijk de woning aan derden ter beschikking gesteld, de bestemming van de woning gewijzigd en haar hoofdverblijf (tijdelijk) verplaatst door elders te verblijven. Deze tekortkomingen brengen mee dat de huurovereenkomst moet worden ontbonden en dat [naam] moet worden veroordeeld tot ontruiming. Nog afgezien daarvan moet [naam] de huurachterstand inlopen.
3.3.
In het verstekvonnis zijn de vorderingen toegewezen.
3.4.
De bewindvoerder q.q. vordert in de verzetdagvaarding dat zij wordt ontheven van de veroordelingen in het verstekvonnis en dat de kantonrechter de vordering van Parteon alsnog afwijst.
3.5.
De bewindvoerder q.q. voert hiertoe, kort gezegd, het volgende aan. [naam] heeft vanwege de opname in de kliniek en de daarmee verband houdende afwezigheid in de woning de sleutels toevertrouwd aan haar biologische vader. Daarbij is het niet haar intentie geweest dat de woning zou worden gebruikt voor illegale prostitutieactiviteiten. [naam] is daarbij niet betrokken geweest en had daarvan geen weet. [naam] heeft slechts in een kwetsbare situatie haar vertrouwen in de verkeerde persoon gesteld. [naam] kan slechts worden verweten dat zij te goed van vertrouwen is geweest. Onder deze omstandigheden rechtvaardigt de tekortkoming niet dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en zij de voor haar met het oog op het slagen van de hulpverlening noodzakelijke woonruimte verliest. [naam] zal bij ontruiming op straat komen te staan, omdat zij op haar tante na geen vangnet heeft.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Deze zaak draait om de vraag of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden wegens een tekortkoming in de nakoming door [naam] . De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is en legt uit waarop hij dit oordeel baseert. De kantonrechter schaart zich achter de beslissing in het verstekvonnis van 9 oktober 2025.
4.2.
Hoewel de kantonrechter ervan uit gaat dat [naam] geen actieve bemoeienis heeft gehad met de illegale prostitutieactiviteiten in de woning, zijn de in deze zaak niet ter discussie en dus vaststaande feiten voldoende om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst toe te wijzen.
4.3.
[naam] heeft erkend medio mei 2025 de sleutel van de woning aan een derde (haar biologische vader) te hebben afgegeven. Dit terwijl [naam] – naar eigen zeggen – al sinds haar 16e het contact met en het vertrouwen in haar biologische vader aan het opbouwen was. De kantonrechter leidt daaruit af dat van een stabiele vertrouwensvolle relatie geen sprake was. Onder deze omstandigheden komt de wijze waarop derden hierna de woning hebben gebruikt voor risico van [naam] .
4.4.
Voorts staat vast staat dat daarna, maar in ieder geval vanaf 13 juni 2025 ter plaatse structureel en zonder vergunning betaald sekswerk in de woning heeft plaatsgevonden. Het professionele karakter hiervan spreekt te meer uit het feit dat – naast de slaapkamer – ook de woonkamer als afwerkplek was ingericht. Dit blijkt uit het gegeven dat, zoals ter zitting is gebleken, Parteon op enig moment na 13 juni 2025 heeft geconstateerd dat er zich zowel in de slaapkamer als in de woonkamer een tweepersoonsbed bevond, reden waarom de daarvoor in de woonkamer staande hoekbank op 18 mei 2025 uit de woning is gehaald.
4.5.
Deze evidente en zware tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst moet, zoals overwogen, voor rekening en risico van [naam] blijven. De kantonrechter geeft zich er rekenschap van dat [naam] zich in een kwetsbare levensfase bevindt. Echter, de kantonrechter gaat ervan uit dat de prostitutie kort na de verhuizing van de meubels op 18 mei 2025, haar aanvang heeft genomen en vast staat dat [naam] pas op 23 juni 2025 in een Jellinekkliniek is opgenomen. Dat betekent dat [naam] in ieder geval vanaf 18 mei tot 23 juni 2025, hoewel zij daar feitelijk wel toe in staat moest worden geacht, op geen enkele wijze toezicht heeft gehouden op of zich heeft bekommerd over de wijze waarop de aan haar zorg toevertrouwde woning werd gebruikt.
4.6.
Al met al is sprake van een voldoende ernstige tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst met de daaruit voortvloeiende ontruiming rechtvaardigt. De kantonrechter realiseert zich dat [naam] een groot belang heeft bij het behoud van haar woning, onder meer, omdat het voor het slagen van haar hulpverleningstraject noodzakelijk is dat zij over een stabiele thuissituatie beschikt. De kantonrechter kan echter in dit geval aan dit belang van [naam] geen doorslaggevende betekenis toekennen.
Ter zitting is namelijk duidelijk geworden dat Parteon een groot belang heeft bij de ontruiming. Op de mondelinge behandeling heeft Parteon onweersproken naar voren gebracht dat de gehuurde woning zich bevindt in een kwetsbare wijk waar Parteon te maken heeft met veel problemen die samenhangen met illegale prostitutie en drugs(criminaliteit). Om deze problemen het hoofd te kunnen bieden, is het noodzakelijk voor Parteon om hier voldoende effectief tegen te kunnen optreden. Afwijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming zou Parteon hierin naar het oordeel van de kantonrechter te veel frustreren.
4.7.
Vanwege de persoonlijke omstandigheden van [naam] stelt de kantonrechter in afwijking van het verstekvonnis de ontruimingstermijn vast op 3 maanden met ingang van de betekening van dit vonnis.
4.8. Hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd over – onder meer - het gebruik van de woning en het (hoofd)verblijf van [naam] , leidt niet tot een andere beslissing en behoeven geen nadere bespreking.
4.9.
Op de mondelinge behandeling heeft Parteon aangegeven dat de in de inleidende dagvaarding gestelde huurachterstand van € 928,11 is verminderd tot € 767,57. De kantonrechter zal in afwijking van het verstekvonnis de bewindvoerder q.q. tot betaling van laatstgenoemd bedrag veroordelen. De verschuldigdheid en de hoogte van dit bedrag zijn niet betwist. De kantonrechter schaart zich achter het in het verstekvonnis opgenomen oordeel aangaande de ambtshalve toetsing van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene huurvoorwaarden. De veroordeling in het verstekvonnis tot betaling van de lopende huurtermijnen kan in stand blijven. [naam] is hiertegen in deze verzetprocedure niet opgekomen.
4.10.
De bewindvoerder q.q. zal als de in het ongelijk gelijk gestelde partij in de kosten van deze verzetprocedure worden veroordeeld. De kosten zijn te begroten op:
- salaris gemachtigde
217,00
(1 punt × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
325,50
4.11.
Het voorgaande leidt tot na te melden beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt het verstekvonnis, voor zover [naam] daarin is veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening (beslissing 4.2.) en voor zover [naam] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 928,11 (beslissing 4.3.)
en beslist daarop opnieuw rechtdoende als volgt:
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om het perceel aan het [adres] te ( [postcode] ) [plaats] binnen drie maanden na betekening van dit vonnis te ontruimen, te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken – voor zover deze laatste niet het eigendom van Parteon zijn – en onder overgave der sleutels ter vrije beschikking aan Parteon te stellen;
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om aan Parteon een bedrag van € 767,57 te betalen;
5.4.
bekrachtigt het verstekvonnis voor het overige;
5.5.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. in de proceskosten van € 325,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder q.q. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.