Verzoeker, eigenaar van een woning en bedrijf in Cruquius, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer een last onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overtredingen van de Omgevingswet en gemeentelijke verordening. Het college eiste dat verzoeker bepaalde activiteiten op een strook grond ongedaan maakte, met een dwangsom tot €19.500 bij niet-naleving.
Verzoeker stelde beroep in tegen het bestreden besluit en vroeg om verlenging van de begunstigingstermijn, welke door het college werd afgewezen. Vervolgens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting was het college niet aanwezig en voerde geen verweer.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep niet kennelijk ongegrond was en dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar was. Daarom werden het primaire en bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €194 aan verzoeker. Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.