Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
an de raadkamer d.d. 21 januari 2026 op het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechter-commissaris
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft het hoger beroep van de officier van justitie tegen een beslissing van de rechter-commissaris die de bewaring van verdachte beperkte tot het moment dat hij schoon werd verklaard door de Koninklijke Marechaussee.
De rechter-commissaris had op 9 december 2025 bewaring bevolen en dit bevel op 10 december 2025 hersteld, waarbij de twaalfjaarsgrond/geschokte rechtsorde als grondslag werd genomen. De rechtbank oordeelt dat deze beperking onjuist is omdat het feit van invoer van cocaïne via Schiphol een ernstig geschokte rechtsorde betreft die niet beperkt mag worden tot de schoonverklaring.
De rechtbank verwerpt het standpunt van de officier van justitie dat de recidivegrond van toepassing is, aangezien verdachte een first offender is zonder concreet gevaar voor herhaling. Ook het argument dat verdachte als arbeidsmigrant geen binding met Nederland heeft, wordt niet gevolgd.
Bij de belangenafweging acht de rechtbank schorsing van de voorlopige hechtenis passend vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat verdachte geruime tijd vrij was zonder nieuwe contacten met justitie en een stabiele situatie in Nederland heeft.
De rechtbank beveelt daarom bewaring voor veertien dagen en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toe.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt verlengd en het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis wordt toegewezen.