Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6381

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
15/064165-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting maatregel plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders

De rechtbank Noord-Holland heeft op 2 juni 2026 uitspraak gedaan over een tussentijdse beoordeling van de voortzetting van de ISD-maatregel die aan de betrokkene is opgelegd op 18 juni 2025 voor de duur van twee jaar.

De betrokkene, gedetineerd in PI Ter Apel, had een verzoek ingediend tot beëindiging van de maatregel, onder meer omdat hij geen verblijfsrecht meer in Nederland heeft. De rechtbank heeft het toetsingsverslag van 30 maart 2026 en de zitting van 19 mei 2026 betrokken bij haar beoordeling. Uit het verslag blijkt dat de betrokkene onvoldoende zelfinzicht toont in zijn verslavingsproblematiek en dat er sancties zijn opgelegd wegens diefstal en weigering van urinecontrole.

De deskundige heeft bevestigd dat de betrokkene nog steeds een risico vormt en dat behandeling noodzakelijk is om recidive te voorkomen. De rechtbank overweegt dat de ISD-maatregel minimaal een jaar moet duren om effectief te zijn en dat de maatregel nog geen jaar van kracht is. Gezien het recidiverisico en de hardnekkige verslavingsproblematiek acht de rechtbank voortzetting van de maatregel noodzakelijk.

De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging af en bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet tot 3 juli 2027, met ruimte voor het opstellen van een vertrekplan voor de betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af en bepaalt voortzetting tot 3 juli 2027.

Uitspraak

RECHTBANK noord-holland

Team Straf, locatie Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/064165-25
Uitspraakdatum: 2 juni 2026
Beslissing ex artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvorderingvan de rechtbank naar aanleiding van het verzoek namens de betrokkene:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel (hierna: PI Ter Apel),
tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel).

1.De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 18 juni 2025 waarin aan de betrokkene de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van twee jaren;
  • het verzoekschrift van de betrokkene tot een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel van 5 januari 2026, ingediend door de raadsman van de betrokkene, mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat te Zoetermeer, en
  • het uitgebrachte toetsingsverslag van 30 maart 2026, opgemaakt door [deskundige], plaatsvervangend vestigingsdirecteur en [casemanager], senior casemanager, verbonden aan de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen (hierna: PI Veenhuizen).
Tijdens de behandeling ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 zijn gehoord de raadsman van de betrokkene en de officier van justitie, mr. R. Funke Küpper.
Daarnaast is eerdergenoemde [casemanager] als deskundige ter zitting gehoord.

2.Het standpunt van de inrichting

Uit het toetsingsverslag van 30 maart 2026 blijkt onder meer het volgende. De aan de betrokkene opgelegde ISD-maatregel is gestart op 3 juli 2025 en eindigt op 3 juli 2027. De betrokkene heeft een groepstraining ten aanzien van verslavingshulp positief afgerond. De betrokkene heeft verder het dagprogramma gevolgd, maar stelde zich nauwelijks open ten aanzien van zijn problematiek. Er zijn op twee momenten sancties opgelegd aan de betrokkene wegens diefstal van parfumflesjes afkomstig van de arbeid en het weigeren van een urinecontrole. De betrokkene lijkt de ernst van zijn verslavingsproblematiek niet in te zien en er kan nog gewerkt worden aan zelfinzicht. Hij verklaart bijvoorbeeld geen verslaving te hebben en gaat niet langer naar de groepsbijeenkomst van de Poolstalige AA. Dit terwijl hij eerder heeft verklaard fors, vrijwel dagelijks, alcohol gebruikt te hebben, wat tevens delictgerelateerd is. Het advies van de inrichting is om de ISD-maatregel voort te zetten.
Op de zitting heeft de deskundige het advies gehandhaafd en in aanvulling op het toetsingsverslag het volgende naar voren gebracht. De betrokkene is op 16 april 2026 ongewenst verklaard en hiertegen zijn geen rechtsmiddelen ingesteld. Door een incident in de PI Veenhuizen op 28 april 2026 is de betrokkene overgeplaatst naar de PI Ter Apel. De Richtlijn voor meerderjarige veelplegers bepaalt dat een betrokkene ten minste één jaar in de ISD moet verblijven, wil de maatregel effectief zijn. Bij vreemdelingen zonder geldige verblijfstitel wordt eerst na ommekomst van dat jaar gewerkt aan een plan voor vertrek naar het land van herkomst. Er zal tot die tijd behandeling moeten plaatsvinden om het recidiverisico te matigen.

3.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is tot het beëindigen van de recidive en het beveiligen van de maatschappij en heeft gevorderd het verzoek tot beëindiging af te wijzen en de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort te zetten.

4.Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsman

De raadsman van de betrokkene heeft aangegeven dat de betrokkene geen verblijfsrecht meer in Nederland heeft en de ISD-maatregel dan ook niet hoeft voort te duren. De raadsman heeft verzocht de ISD-maatregel te beëindigen vanaf het moment dat de betrokkene Nederland heeft verlaten.

5.De beoordeling

De rechtbank dient in de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beëindiging van de recidive van de betrokkene en tot beveiliging van de maatschappij in het algemeen. De rechter toetst of beëindiging van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein, en of er sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de maatregel niet zinvol meer is. In dat geval zal de rechtbank de maatregel in beginsel beëindigen.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is ter voorkoming van recidive en ter beveiliging van de maatschappij. De maatregel is op 3 juli 2025 gestart en dus nog geen jaar van kracht is. Uit het toetsingsverslag en wat de deskundige naar voren heeft gebracht blijkt dat de betrokkene vanwege een incident is overgeplaatst naar de PI Ter Apel. Daar komt bij dat de betrokkene onvoldoende probleembesef toont. Er zijn mogelijkheden om de betrokkene meer zelfinzicht bij te brengen gedurende de resterende tijd dat de maatregel voortduurt. Dit is ook nodig, gelet op het recidiverisico en de hardnekkige verslavingsproblematiek. De rechtbank ziet dan ook op dit moment geen reden om af te wijken van wat in het vonnis is besloten, namelijk een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. Dit laat onverlet dat er in het kader van de ISD-maatregel gewerkt kan worden aan een vertrekplan.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel moet worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] te Polen, wordt voortgezet.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gewezen door:
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, voorzitter,
mr. I.A. Groenendijk en mr. F.H.B. Budde, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juni 2026.