Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6406

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
11828873 \ CV EXPL 25-2271
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 sub d BWRichtlijn 93/13/EEGArt. 22 RvArt. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over transparantie prijsbeding en algemene voorwaarden in consumentenovereenkomst

In deze civiele zaak vordert Tandartspraktijk Plein B.V. betaling van een openstaand bedrag van €361,18 van de gedaagde partij. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De overeenkomst betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen handelaar en consument, waardoor ambtshalve toetsing aan consumentenrecht verplicht is.

De kantonrechter stelt vast dat de informatieplichten niet ambtshalve hoeven te worden getoetst vanwege een wettelijke uitzondering. Wel moet het prijsbeding worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, waarbij kernbedingen zoals het prijsbeding zijn uitgesloten van toetsing mits transparant. Omdat niet is gesteld of gebleken hoe de prijs is overeengekomen, kan de rechter deze toets niet uitvoeren en geeft hij de eisende partij de mogelijkheid dit aan te vullen.

Daarnaast moet de rechter ambtshalve onderzoeken of de toepasselijke algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten. De eisende partij heeft niet de juiste versie van de algemene voorwaarden overgelegd, waardoor ook hier aanvulling wordt toegestaan. Indien de eisende partij niet aan deze opdrachten voldoet, kan dit leiden tot afwijzing van de vordering. De zaak wordt aangehouden tot 7 mei 2026 voor nadere aanvulling.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om de eisende partij in de gelegenheid te stellen haar vordering aan te vullen en de juiste algemene voorwaarden te overleggen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11828873 \ CV EXPL 25-2271
Uitspraakdatum: 9 april 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Tandartspraktijk Plein B.V.
te Purmerend
de eisende partij
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 361,18 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
2.2.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de eisende partij als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
Informatieplichten
2.3.
Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
Het prijsbeding
2.4.
Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van Pro deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
2.5.
Niet gesteld of gebleken is hoe de prijs in dit geval tussen partijen is overeengekomen. Daarom kan niet beoordeeld worden of sprake is van een transparant prijsbeding, zodat de kantonrechter de eventuele ambtshalve taak op dit punt niet kan uitvoeren. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld haar vordering op dit punt aan te vullen.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat zij hierover in eventuele vervolgzaken [1] een onderbouwde stelling moet innemen, bij gebreke waarvan de kans bestaat dat de vordering (gedeeltelijk) wordt afgewezen.
De algemene voorwaarden
2.6.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.7.
Uit de facturen (productie 1) blijkt dat op de overeenkomst ‘
de algemene KNMT betalingsvoorwaarden’ van 19 december 2012 van toepassing zijn. De eisende partij heeft echter niet de juiste versie van de algemene voorwaarden bij de dagvaarding gevoegd. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij nog in de gelegenheid gesteld om bij akte de juiste versie van de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele oneerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet (op de juiste wijze) overleggen van de toepasselijke algemene voorwaarden in eventuele vervolgzaken [3] tot (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering kan leiden.
Conclusie
2.8.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte aan te vullen als omschreven in r.o. 2.5. Daarbij wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om bij diezelfde akte de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen en om zich uit te laten over de eventuele oneerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering.
2.9.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
7 mei 2026om de eisende partij in de gelegenheid te stellen haar vordering bij akte aan te vullen zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.De eisende partij is al eerder gewaarschuwd. Daarom geldt deze waarschuwing voor procedures die worden ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 november 2025. De dagvaarding in deze procedure is echter van vóór die datum.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).
3.De eisende partij is ook op dit punt al eerder gewaarschuwd. Daarom geldt deze waarschuwing eveneens voor procedures die worden ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 november 2025.