Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit Hoofddorp, verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de uitbetaling van de WW-uitkering van verzoekster per 13 december 2025 stopgezet wegens vermeende verwijtbare werkloosheid. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitbetaling te bespoedigen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was. Volgens vaste jurisprudentie is een voorlopige voorziening bij het ontzeggen van een financiële aanspraak alleen mogelijk bij een acute financiële noodsituatie die onmiddellijke verlening van een voorschot rechtvaardigt.
Verzoekster stelde dat zij door het uitblijven van de WW-uitkering in financiële problemen kwam en overhandigde een overzicht van haar vaste lasten. De voorzieningenrechter vond dit onvoldoende bewijs voor een acute noodsituatie. Bovendien wees zij erop dat verzoekster de mogelijkheid had om bijstand aan te vragen, inclusief voorschotten, en dat het niet benutten van deze alternatieve voorziening het verzoek niet spoedeisend maakte.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster kreeg het betaalde griffierecht niet terug en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.