In deze kortgedingprocedure vorderen eisers dat de gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van een perceel dat zij inmiddels in eigendom hebben. De gedaagde was voormalig eigenaar en had toegezegd het perceel uiterlijk 1 april 2026 ontruimd op te leveren, maar heeft dit niet gedaan vanwege het ontbreken van een vervangende locatie.
Eisers sommeerden de gedaagde tot ontruiming, die deels werd betwist. Daarnaast vorderden eisers dat de mestkelder op het perceel zou worden leeggezogen en de mest afgevoerd, hetgeen door de gedaagde werd betwist omdat hij de mestkelder niet gebruikte en deze al halfvol grondwater stond.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde zonder recht of titel op het perceel verblijft en wijst de ontruimingsvordering toe. De vordering tot het zuigen en afvoeren van mest wordt afgewezen omdat de mestkelder volgens de onbetwiste stellingen gevuld is met grondwater en niet met mest.
De dwangsom wordt gematigd tot €250 per dag met een maximum van €25.000. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.