Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Instructie auditieve en audiovisuele registratie van verhoren van aangevers, slachtoffers, getuigen en verdachten (2021I101)(hierna: de Aanwijzing). De verklaringen kunnen hierdoor niet worden gecontroleerd op juistheid, terwijl [slachtoffer] en [naam] hebben aangegeven zich op onderdelen niet te herkennen in de verklaringen. Om die reden zou ook de spontane bekentenis die de verdachte die nacht zou hebben afgelegd (maar wat hij ontkent) niet voor het bewijs mogen worden gebruikt.
primairten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslissingen met betrekking tot in beslag genomen voorwerpen
- 1 jas (voorwerpnummer 1722013)
- 1 paar schoenen (voorwerpnummer 1722014)
- 1 trui (voorwerpnummer 1722015)
- 1 shirt (voorwerpnummer 1722016)
- 1 broek (voorwerpnummer 1722017)
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
bewezendat de verdachte het
primairten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
12 (twaalf) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een
proeftijdvast van
twee jaren.
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendie gelden gedurende de proeftijd
:
De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum en -plaats 2], zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
verbeurd:
teruggave aan de verdachtevan:
- 1 jas (voorwerpnummer 1722013)
- 1 paar schoenen (voorwerpnummer 1722014)
- 1 trui (voorwerpnummer 1722015)
- 1 shirt (voorwerpnummer 1722016)
- 1 broek (voorwerpnummer 1722017).
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.382,53 (tienduizend driehonderdtweeëntachtig euro en drieënvijftig cent), bestaande uit € 2.882,53 als vergoeding voor de materiële schade en € 7.500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.382,53 (tienduizend driehonderdtweeëntachtig euro en drieënvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 (zesenzeventig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Wijst afhet verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.