Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6637

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/15/378683
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI) om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met een belaste voorgeschiedenis. De minderjarige verblijft momenteel met 1 op 1 begeleiding in een woning, maar er zijn ernstige zorgen over haar (seksuele) veiligheid, welzijn, crackgebruik, mogelijk prostitutie en structureel wegloopgedrag.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige al onder toezicht staat en dat er een machtiging is voor uithuisplaatsing die tot maart 2027 is verlengd. Gezien de verslechterende situatie en het onvermogen om buiten een gesloten setting grip op haar te krijgen, acht de kinderrechter onmiddellijke jeugdhulp noodzakelijk.

De kinderrechter concludeert dat er ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en dat een gesloten instelling noodzakelijk is om te voorkomen dat zij zich aan de hulp onttrekt. Een zitting kan niet worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor de minderjarige.

Daarom wordt een spoedmachtiging verleend voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor de duur van vier weken, met de mogelijkheid voor de GI en belanghebbenden om hun mening te geven en de verdere behandeling aan te houden. De beschikking is op 4 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter C. Maat.

Uitkomst: Spoedmachtiging verleend voor gesloten jeugdhulp met onmiddellijke uithuisplaatsing voor vier weken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/378683 / JU RK 26-888
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 4 juni 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een woning in [plaats] met 1 op 1 begeleiding. De woongroep in [plaats] is betrokken bij de inzet van de 1 op 1 begeleiding.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 maart 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 3 maart 2027.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 maart 2023 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. De machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 3 maart 2027.
2.5.
De GI is belast met de uitvoering van de reclasseringsmaatregel.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.
[de minderjarige] heeft een zeer belaste voorgeschiedenis en er zijn al lange tijd ernstige zorgen over haar. In de afgelopen periode nemen de zorgen over haar (seksuele) veiligheid en welzijn snel toe, terwijl het zicht op [de minderjarige] steeds kleiner wordt. Er is sprake van structureel wegloopgedrag. Er zijn zorgen over crackgebruik en mogelijk prostitutie. Het lukt buiten gesloten setting niet om grip op haar te krijgen.
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.4.
De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om
[de minderjarige]uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 juni 2026 tot 2 juli 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.3.
bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig op te roepen voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).