Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de spreekaantekeningen van [eiser].
3.De feiten
Ik wil nogmaals benadrukken dat ik niet voor de notaris, advocaat [betrokkene 2], ben verschenen en in ieder geval niet in zijn bijzijn heb getekend, en dat hij mij uiteraard niets heeft uitgelegd.
4.Het geschil in conventie
5.Het geschil in reconventie
6.De beoordeling
Voor de rechtsgeldigheid van het besluit van 13 januari 2026 geldt hetzelfde, aangezien [gedaagde 2] weerspreekt dat hij zijn handtekening in het bijzijn van de notaris heeft gezet en ook dat het besluit overeenkomstig zijn wil is genomen. De beschuldiging aan het adres van de notaris is ernstig, maar zonder nader onderzoek kan daaraan in deze procedure niet voorbij worden gegaan. Dat geldt te meer omdat [gedaagde 2] zijn verklaring hierover onder ede heeft afgelegd en de advocaat van [gedaagde 2] de notaris hierover heeft aangesproken [2] .