ECLI:NL:RBNHO:2026:672

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
12065177 \ EJ VERZ 26-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:223 BWArt. 57 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter heft beslagen op onroerende zaak voor vereffening nalatenschap

De vereffenaar van een nalatenschap verzoekt de kantonrechter om het conservatoir en executoriaal beslag op een woning op te heffen, zodat de woning verkocht kan worden en de schuldeisers van de nalatenschap kunnen worden uitbetaald.

De woning is het belangrijkste actief van de nalatenschap, terwijl de schuldenlast aanzienlijk is, waaronder een hypothecaire schuld en vorderingen van de curator en LBIO. De curator ziet af van verweer en LBIO voert verweer dat niet tot een ander oordeel leidt.

De kantonrechter oordeelt dat opheffing van het beslag noodzakelijk is voor de vereffening en dat de verdeling van de verkoopopbrengst buiten deze procedure valt. Het verzoek wordt daarom toegewezen en de beslagen worden opgeheven.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het conservatoir en executoriaal beslag op de woning wordt toegewezen om de vereffening van de nalatenschap mogelijk te maken.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12065177 \ EJ VERZ 26-25 WD
Beschikking van 29 januari 2026
in de zaak van
PARTIAR B.V., in haar hoedanigheid van vereffenaar van na te melden nalatenschap,
te Voorhout,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
procederend in persoon,
tegen
1.
[curator] ,in hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam 2] B.V.,
te Amsterdam,
2.
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen(hierna: LBIO),
woonplaats gekozen hebbende te Maastricht op het kantooradres van gerechtsdeurwaarder mr. R.J.V. Batta,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: de curator respectievelijk LBIO.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het bericht van de curator dat deze afziet van het voeren van verweer en zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter;
- het verweerschrift van LBIO.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 8 april 2025 is [erflater] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [plaats] , laatst gewoond hebbende te [plaats] , overleden (hierna: de erflater).
2.2.
Bij beschikking van 9 september 2025 is de vereffenaar benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater.
2.3.
Tot de nalatenschap behoort de voorheen mede aan de erflater toebehorende woning aan het adres [adres] (hierna: de onroerende zaak). De andere mede-eigenaar van de onroerende zaak is [naam 1] . De onroerende zaak is blijkens de openbare registers op 1 juli 2021 belast met een recht van hypotheek ten behoeve van ASR Levensverzekering N.V. (hierna: ASR).
2.4.
Op 26 juli 2024 heeft de curator conservatoir beslag gelegd op de onroerende zaak.
2.5.
Op 19 augustus 2025 heeft LBIO executoriaal beslag gelegd op de onroerende zaak.
2.6.
Op 2 december 2025 heeft de vereffenaar een overeenkomst gesloten waarbij zij – samen met [naam 1] de onroerende zaak aan een derde heeft verkocht. De overeengekomen leveringsdatum is 2 februari 2026.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De vereffenaar verzoekt dat de kantonrechter de door de curator en LBIO op de onroerende zaak gelegde beslagen opheft.
3.2.
LBIO voert verweer. De curator refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op verzoek van een vereffenaar kunnen reeds gelegde beslagen, voor zover dat voor de vereffening nodig is, door de kantonrechter worden opgeheven [1] . Dit brengt mee dat het verzoek zal worden toegewezen, als de kantonrechter kan vaststellen dat opheffing van de beslagen noodzakelijk is voor de vereffening van de nalatenschap. Dit laatste houdt in dat de opheffing van de beslagen nodig moet zijn om aan de schuldeisers van de nalatenschap enige uitbetaling te kunnen doen.
4.2.
Uit de door de vereffenaar ter onderbouwing overgelegde concept boedelbeschrijving blijkt van een schuldenlast van minimaal € 868.749,55. Tot deze schuldenlast behoort de hypothecaire schuld aan ASR van € 727.531,68 en de vordering van de curator, vooralsnog begroot op € 140.588,92. Daarnaast moet nog rekening worden gehouden met de schuld aan LBIO. Deze schuldeiser is wel op de concept boedelbeschrijving vermeld, maar haar schuld is slechts als p.m.-post daarop opgenomen. Voorts blijkt uit de beschikking van 9 september 2025 dat [naam 1] (mogelijkerwijs) een vordering heeft op de nalatenschap.
4.3.
Uitgaande van de concept-boedelbeschrijving vormt de onroerende zaak het enige (noemenswaardige) actief van de nalatenschap. De kantonrechter gaat er daarbij vanuit dat het uit de concept boedelbeschrijving blijkende aandelenpakket in de failliete vennootschap [naam 2] B.V. waardeloos is.
4.4.
Uit het voorgaande volgt dat voor enige uitbetaling aan de schuldeisers verkoop van de onroerende zaak noodzakelijk is. Hiermee is de noodzaak tot het opheffen van het beslag gegeven. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het verzoek moet worden toegewezen.
4.5.
Wat LBIO hiertegen heeft ingebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Voor zover de door LBIO gemaakte opmerkingen zien op de verdeling van de verkoopopbrengst, merkt de kantonrechter op dat dit buiten het bestek van deze procedure valt.
Uit de regeling in artikel 57 van Pro de Faillissementswet (Fw) [2] vloeit namelijk voort dat (i) de vereffenaar zorgdraagt voor de verdeling van de opbrengst en daarbij de rechten van de beslag leggende schuldeisers uitoefent en (ii) eventuele geschillen aangaande de verdeling van de verkoopopbrengst moeten worden beslecht in de in lid 4 van voornoemd artikel genoemde rangregelingprocedure bij de voorzieningenrechter.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek toe;
5.2.
heft op de hiervoor genoemde, op 26 juli 2024 respectievelijk 19 augustus 2025 gelegde, beslagen op de onroerende zaak, het woonhuis met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden gelegen te [adres]
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 4:223 lid 3 BW Pro
2.Dit artikel is op grond van artikel 4: 223 lid 1 ook toepasselijk op de vereffening van een nalatenschap