ECLI:NL:RBNHO:2026:6891
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij vervaardigen en bezit metamfetamine
De rechtbank Noord-Holland heeft op 10 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het vervaardigen en het aanwezig hebben van metamfetamine(olie) in een drugslaboratorium, het bezit van 630 gram metamfetamine kristallen en het bezit van een hagelgeweer met munitie.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het vervaardigen en het aanwezig hebben van metamfetamine(olie) in het drugslaboratorium, maar niet van het bezit van 630 gram kristallen en het wapen. De verdediging pleitte integrale vrijspraak en voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor wetenschap en betrokkenheid van de verdachte bij het drugslaboratorium.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte wetenschap had van het drugslaboratorium of betrokken was bij het productieproces. Observaties, DNA-bewijs en vingerafdrukken waren onvoldoende specifiek en konden ook passen bij legitiem gebruik van het pand door de verdachte.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder het vervaardigen en bezit van metamfetamine(olie), het bezit van 630 gram kristallen en het bezit van het hagelgeweer met munitie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij vervaardigen en bezit van metamfetamine en bezit van een hagelgeweer.