ECLI:NL:RBNHO:2026:6892
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij vervaardigen en bezit metamfetamine
De rechtbank Noord-Holland heeft op 10 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het vervaardigen en het aanwezig hebben van metamfetamine(olie) in een drugslaboratorium in een bedrijfspand te Wormer, alsmede het bezit van 630 gram metamfetamine kristallen en een hagelgeweer met munitie.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het vervaardigen en het aanwezig hebben van meer dan 100 liter vloeistof met metamfetamine(olie), maar niet van het bezit van 630 gram kristallen en het wapen. De verdediging pleitte integrale vrijspraak, stellende dat onvoldoende bewijs bestond voor wetenschap en betrokkenheid van verdachte bij het drugslaboratorium.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om vast te stellen dat verdachte wetenschap had van het drugslaboratorium en betrokken was bij het productieproces. Observaties toonden slechts twee korte bezoeken aan het pand, waarbij verdachte zich in het woongedeelte bevond. DNA-sporen op een werkhandschoen in het laboratorium waren onvoldoende specifiek, mede door aanwezigheid van meerdere donoren.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder het vervaardigen en bezit van metamfetamine(olie) en het bezit van het hagelgeweer. De rechtbank vond de belastende omstandigheden onvoldoende specifiek en overtuigend om tot een bewezenverklaring te komen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid.