De rechtbank Noord-Holland heeft op 10 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte geboren in 1990, die werd verdacht van meerdere Opiumwetfeiten. De verdachte werd deels veroordeeld en deels vrijgesproken.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte in de periode van 18 april tot 3 mei 2021 betrokken was bij het vervaardigen en het aanwezig hebben van meer dan 100 liter metamfetamineolie in een drugslaboratorium in een bedrijfspand te Wormer. Dit werd onderbouwd met observaties, DNA-bewijs op handschoenen en het ontbreken van een verklaring van de verdachte. De rechtbank concludeerde dat de verdachte een uitvoerende rol had in het productieproces en veroordeelde hem voor medeplegen van deze feiten.
Voor de overige feiten, waaronder bezit van 630 gram metamfetaminekristallen, bezit van een hagelgeweer, voorbereidingshandelingen en bezit van diverse harddrugs op een andere locatie, sprak de rechtbank de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 16 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van de feiten, de ondergeschikte rol van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en zijn persoonlijke omstandigheden. Een geldboete werd niet opgelegd.