Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6941

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
15/191598-23
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meerdere wapendelicten en bezit van professioneel vuurwerk

De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens, het meerdere malen overdragen van wapens en munitie, en het bezit van professioneel vuurwerk. De feiten vonden plaats tussen juni 2021 en november 2023 in diverse plaatsen waaronder Hoorn, Dordrecht en Zwaag.

De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte onder meer een geladen revolver, munitie, een 3D-geprint magazijn, een werpster en pepperspray in bezit had. Daarnaast werd bewezen verklaard dat hij meerdere overdrachten van vuurwapens, munitie en explosieven heeft gepleegd, waaronder een MG42 machinegeweer. De verdachte werd alleen veroordeeld voor medeplegen bij de overdracht van het MG42, voor de overige overdrachten werd hij vrijgesproken van medeplegen.

De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten, de gevaarlijke aard van de wapens en explosieven, en het bezit van professioneel vuurwerk mee. Tegelijkertijd hield zij rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn PDD-NOS, het feit dat hij een first offender is, en zijn positieve ontwikkeling na het voorarrest. De redelijke termijn was overschreden, wat tot strafmatiging leidde.

De opgelegde straf bestaat uit 250 dagen gevangenisstraf waarvan 143 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 220 uur. De verdachte kreeg vrijspraak voor wat niet bewezen kon worden en de voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 250 dagen gevangenisstraf (waarvan 143 voorwaardelijk) en 220 uur taakstraf wegens wapendelicten en bezit van professioneel vuurwerk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/191598-23 (P)
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 mei 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. J.A. Huibers en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te 's-Hertogenbosch, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en kort samengevat, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
Feit 1
het voorhanden hebben van wapens, munitie en een magazijn van een vuurwapen op 7 november 2023 te Hoorn;
Feit 2
primair
het medeplegen van het overdragen van wapens en/of munitie aan anderen, achtmaal gepleegd, in de periode van 27 juni 2021 tot en met 6 september 2023 te Hoorn en/of Dordrecht en/of Zwaag en/of IJsselmonde en/of Maarsbergen;
subsidiair
het zonder erkenning onderhandelen en/of transacties regelen voor de verkoop en/of levering van wapens of munitie in de periode van 27 juni 2021 tot en met 6 september 2023 te Hoorn en/of Dordrecht en/of Zwaag en/of IJsselmonde en/of Maarsbergen;
Feit 3
het medeplegen van het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik op 7 november 2023 te Hoorn.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten. Het medeplegen moet alleen worden aangenomen voor een van de overdrachten van feit 1.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van feiten 1 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overdrachten van de explosieven. Ten aanzien van de andere overdrachten heeft hij zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. De verweren zullen, voor zover relevant, bij de beoordeling van het bewijs besproken worden.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Redengevende feiten en omstandigheden
Feiten 1 en 3
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 3 is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het medeplegen. De verdachte heeft de feiten voor het overige bekend en door of namens hem is geen vrijspraak hiervoor bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv zal ten aanzien van deze feiten daarom worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, opgenomen in bijlage II, op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.
Feit 2
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen. Hieronder zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot een bewezenverklaring is gekomen.
3.3.2
Bewijsoverweging feit 2
Feit 2 ziet op acht overdrachten van wapens en/of munitie, waarvan twee overdrachten betrekking hebben op explosieven. De verdachte heeft de overdracht van de explosieven in zijn verhoren bij de Koninklijke Marechaussee bekend. Ter zitting heeft hij aangegeven bij die verklaring te blijven. De verdachte heeft ontkend dat hij de andere zes tenlastegelegde wapens en munitie heeft overgedragen. Hij deed zich in de WhatsApp-gesprekken groter en stoerder voor. Er was volgens de verdachte sprake van grootspraak.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de overdrachten van de explosieven. Ten aanzien van de overige zes overdrachten heeft hij zich op het standpunt gesteld dat het aankomt op een interpretatie van WhatsApp-gesprekken en dat het niet vastgesteld kan worden dat de overdrachten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn de vuurwapens niet aangetroffen en dus niet onderzocht, en kan dus niet worden vastgesteld dat het om echte vuurwapens ging.
Uit de vele WhatsApp-berichten die in het dossier zitten, is naar het oordeel van de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat ook op de ander zes ten laste gelegde momenten daadwerkelijk overdrachten hebben plaatsgevonden. De rechtbank zal hierna kort uiteenzetten waarom zij tot dat oordeel komt, en verder verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen die toegespitst zijn op deze zes overdrachten.
Uit de WhatsApp-berichten tussen de verdachte en [naam 1] (hierna ook: [naam 1] ) blijkt dat zij hebben afgesproken elkaar op 27 juni 2021 vlakbij de woning van de verdachte te ontmoeten en dat deze ontmoeting ook heeft plaatsgevonden. Voor deze ontmoeting stuurt de verdachte een foto van een vuurwapen en spreken ze over de prijs. Kort na de ontmoeting stuurt [naam 1] foto’s en een vraag over dit wapen. Iets later meldt de verdachte dat hij de ‘magg’ (de rechtbank begrijpt: het magazijn) nog heeft, en deze alsnog zal brengen.
Op 25 augustus 2021 vraagt [naam 1] aan de verdachte of hij nog een paar foto’s kan sturen van de 357 Zastava. Op 26 augustus 2021 stuurt de verdachte op verzoek van [naam 1] een foto van dit vuurwapen. Uit de WhatsApp-berichten die daarop volgen blijkt dat er op 26 augustus 2021 een ontmoeting heeft plaatsgevonden waarbij de 357 Zastava is geruild voor een niet gespecificeerd ander wapen.
Op 3 oktober 2021 vraagt [naam 1] aan de verdachte om twee wapens, waaronder een Luger, voor hem te bewaren, waarna gesproken wordt over de prijs van dit wapen en een ontmoeting voor de overdracht. Uit de WhatsApp-berichten blijkt dat de verdachte en [naam 1] elkaar op 14 oktober 2021 in Zwaag hebben ontmoet voor de overdracht van een Luger.
Op 19 augustus 2022 hebben de verdachte en [naam 1] afgesproken in Rotterdam. Voor deze ontmoeting vraagt [naam 1] de verdachte een ‘nagant en amm’ (de rechtbank begrijpt: ammunitie) mee te nemen naar de afspraak. De verdachte en [naam 1] spreken af om wapens te ruilen. Na deze ontmoeting laten de verdachte en [naam 1] elkaar weten ‘safe’ te zijn en zegt de verdachte dat hij tevreden is en dat hij het goed doet.
Op 18 december 2022 maken de verdachte en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) een afspraak dichtbij het bedrijf van zijn vader en zijn broer, medeverdachte [medeverdachte] . Uit de berichten blijkt dat de verdachte bemiddelt ter zake van de verkoop van een MG42 door zijn broer aan [naam 2] . Daarnaast spreekt [naam 2] de verdachte aan op het ontbreken van een slagpin voor de MG42, waarna de verdachte zijn broer aanspoort om de slagpin op te sturen aan [naam 2] .
Verder maken de verdachte en [naam 1] op 6 september 2023 een afspraak waarbij de verdachte aangeeft munitie mee te nemen. Uit de berichten blijkt dat de ontmoeting heeft plaatsgevonden. Achteraf geven zowel de verdachte als [naam 1] aan blij te zijn met de over en weer overgedragen goederen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verklaring van de verdachte dat sprake was van grootspraak, als zijnde niet geloofwaardig terzijde stellen.
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of het bij de overdrachten ging om wapens in de zin van de Wet wapens en munitie (WWM). De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet volgt hoe de wapens conform de WWM gecategoriseerd moeten worden. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat dit niet aan een bewezenverklaring van het feit in de weg staat. Op grond van de WhatsApp-berichten, een proces-verbaal waarin een aantal wapens worden geduid en de verklaring van de verdachte over de explosieven, staat voor de rechtbank vast dat het ging om wapens en munitie, te weten een vuurwapen met magazijn, drie vuurwapens, een vuurwapen om automatisch te vuren, munitie en twee keer explosieven, waarvan vier vuurwapens in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III, onder 1, WWM, munitie in de zin van artikel 2, tweede lid, categorie III, WWM en explosieven in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7, WWM. Ten aanzien van de MG42 gaat de rechtbank er vanuit dat sprake is van een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III, onder 1, WWM en niet van een vuurwapen van categorie III, onder 2 (zijnde toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten, zoals in de
– nader omschreven en gewijzigde – tenlastelegging is opgenomen). Er is immers sprake van een vuurwapen in de vorm van een (machine)geweer, welke niet als een categorie II wapen kan worden aangemerkt.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte vuurwapens, munitie en explosieven heeft overgedragen in de zin van de WWM, op de onder 3.4 genoemde wijze. De rechtbank is aldus van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde feit bewezen is.
Medeplegen
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het medeplegen alleen kan worden bewezen ten aanzien van de overdracht op 18 december 2022 van, kort gezegd, het vuurwapen MG42. Met de gedragingen die blijken uit de WhatsApp-berichten hebben de verdachte en zijn broer beiden een wezenlijke bijdrage aan de overdracht van het vuurwapen geleverd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er tussen de verdachte en de medeverdachte sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen. Voor de overige zeven overdrachten moet de verdachte partieel worden vrijgesproken van het medeplegen.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat
Feit 1hij op 7 november 2023 te Hoorn,
- een geladen vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III onder 1e Wet Wapens en Munitie, te weten, een revolver van het merk Forehand Arms Co (type 38, kaliber .38 S&W) en
- 17 stuks munitie in de zin artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie, en
- een hulpstuk van wezenlijke aard van een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III sub 1 Wet Wapens en Munitie juncto artikel 3 lid 1 Wet Pro Wapens en Munitie, te weten een (3D-geprint) magazijn, en
- een werpster, een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 3 Wet Wapens en Munitie, en
- een bus pepperspray, een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro II sub 6 Wet Wapens en Munitie,
voorhanden heeft gehad;
Feit 2
hij op 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 WWM, te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") heeft overgedragen aan [naam 2]
en hij
- op 27 juni 2021 te Hoorn een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM en bijbehorend magazijn heeft overgedragen aan [naam 1] en
- op 26 augustus 2021 te Dordrecht een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Zastava Magnum 357 heeft overgedragen aan [naam 1] en
- op 14 oktober 2021 te Zwaag een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Luger heeft overgedragen aan [naam 1] en
- op 19 augustus 2022 te IJsselmonde een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Nagant met munitie heeft overgedragen aan [naam 1] en
- op 6 september 2023 te IJsselmonde munitie in de zin van artikel 2 lid Pro 2, categorie 3 WWM (overige munitie), te weten 4 doosjes munitie en 5 losse patronen (merk: Makarov) heeft overdragen aan [naam 1] en
- op 6 januari 2022 te Zwaag een wapen van categorie II, onderdeel 7° (voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing), te weten explosieven, heeft overgedragen aan [naam 1] en
- op 22 januari 2023 te Maarsbergen een wapen van categorie II, onderdeel 7° (voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing), te weten explosieven, heeft overgedragen aan [naam 2] ;
Feit 3hij op 7 november 2023 te Hoorn, in elk geval in Nederland opzettelijk,
- 186 bangers, te weten:
3 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6), en
36 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6), en
1 stuk knalvuurwerk (Cobra 8), en
1 stuk knalvuurwerk (Super Size No.1), en
1 stuk knalvuurwerk (Super Cobra 6), en
1 stuk knalvuurwerk (Shock Bull Dog), en
5 stuks knalvuurwerk (DumBum Limited Edition), en
1 stuk knalvuurwerk (Spain Cracker), en
40 stuks knalvuurwerk (Colour Salute), en
4 stuks knalvuurwerk (Gold Thunder), en
47 stuks knalvuurwerk (Dumbum), en
5 stuks knalvuurwerk (Titan 5), en
1 stuk knalvuurwerk (Cobra 3), en
40 stuks knalvuurwerk (FP3 Colored Flower), en
- 11 vuurpijlen (Joker2), en
- 50 shells, te weten:
5 shells (Gulvano bomba 6 “), en
4 stuks shells (Gulova Bomba), en
6 stuks shells (Kulova Puma 150mm 6”, artikelnr. S6K) , en
2 stuks shells (Kulova Puma 150 mm 6”, artikelnr. S6H), en
1 stuk shell (6PPNY-21-11), en
2 shells (diameter 3 inch), en
3 stuks shells (3 inch Green Peony), en
2 stuks shells (3 inch Shell/ 3 inch Bomba Kulista), en
3 stuks shells (Display shell, artikelnr. LC30110 Puma KAT4), en
3 stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30113 Puma KAT 4), en
4 stuks shells (Big Nut), en
6 stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30133 Puma Kat4), en
6 stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30103 Puma KAT4), en
1 stuk shell (Big Nut DS03), en
2 stuks shells (Binut), en
- overig professioneel vuurwerk, te weten 6 knalstrengen (Traca),
professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot munitie van categorie III,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 2 primair
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7º, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
en
medeplegen van het handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III;
feit 3
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft gezeten.
6.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft een vorm van autisme, PDD-NOS, en is dus een kwetsbare jongeman met een uit de hand gelopen hobby. De verdachte heeft zijn leven weer op de rit gekregen en is een ‘first offender’. Gelet hierop en gelet op het tijdsverloop heeft de raadsman verzocht om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen die niet langer is dan de duur van het voorarrest, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf of geldboete.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straffen die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtredingen van de WWM. De verdachte heeft zich in eerste plaats schuldig gemaakt aan het overdragen van meerdere vuurwapens, munitie en explosieven en het voorhanden hebben van een vuurwapen, een magazijn, munitie, een werpster en een busje pepperspray. Het voorhanden hebben van wapens en het overdragen van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en dient daarom te worden bestreden, met name omdat wapens vaak worden gebruik bij het plegen van ernstige strafbare feiten.
De verdachte heeft tweemaal explosieven aan een ander verkocht. Explosieven zijn buitengewoon gevaarlijke stoffen en zijn om die reden strikt gereguleerd. Ook zonder kwade opzet kan het experimenteren daarmee ernstige schade, zwaar lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. Ook zorgen explosies voor schrik en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft geen oog gehad voor deze mogelijke gevolgen.
Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij veel interesse had in het verzamelen van oorlogsspullen, waaronder wapens en munitie. De regelgeving omtrent (antieke) wapens en munitie is complex. Bij de afweging welke wapens en munitie de verdachte wel en niet voorhanden mag hebben wordt extra zorgvuldigheid verwacht en de verdachte moet zich ervan vergewissen dat de wapens en munitie voldoen aan de geldende regelgeving.
Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid zwaar vuurwerk zonder over gespecialiseerde kennis te beschikken. Het vuurwerk lag onder meer in de slaapkamer van de verdachte waarbij hij geen veiligheidsmaatregelen had getroffen. Door het vuurwerk op deze manier te bewaren, heeft de verdachte voor zowel zichzelf als zijn medebewoners, omwonenden en goederen een zeer gevaarlijke situatie in het leven geroepen.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie van 4 mei 2026), waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 14 mei 2026, waarbij de reclassering adviseert aan de verdachte een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De risico’s op recidive worden door de reclassering als laag ingeschat. De verdachte kampt met PDD-NOS en had vanwege zijn psychische problematiek de grootste moeite zich staande te houden in detentie. Hij is door de onderhavige verdenking zijn werk bij het ministerie van Defensie kwijt geraakt. Na schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte een nieuwe baan gevonden in de bouw van boten. Hij woont weer bij zijn ouders. Volgens de reclassering is de verdachte ondanks zijn stoornis voldoende zelfredzaam. Er wordt dan ook geen noodzaak gezien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
Op te leggen straffen
Bij het bepalen van de hoogte van de straffen heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop en gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, in beginsel zonder meer een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur gerechtvaardigd is.
Daar staat tegenover dat het een bijzondere zaak betreft. De verdachte en de medeverdachten hebben aangegeven dat zij een voorliefde delen voor historische oorlogsspullen en deze verzamelen onder meer door op plekken van veldslagen met metaaldetectors grondonderzoek te doen. De rechtbank neemt deze achtergrond in aanmerking en ziet een deel van de feiten daarmee in een ander licht. De rechtbank realiseert zich dat dit niet opgaat voor het overdragen van de explosieven. Dit lijkt immers los te staan van de interesse in historische oorlogspullen. Op het overdragen van explosieven staat als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. De rechtbank ziet desondanks ruimte om aan de verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht, gecombineerd met een forse taakstraf en een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank neemt daarbij allereerst in acht dat het overdragen van de explosieven is gedaan in 2021 en 2022 en inmiddels lange tijd is verstreken. Verder is de verdachte een ‘first offender’ en heeft deze zaak veel gevolgen voor hem gehad, waaronder het verlies van zijn baan bij defensie. De verdachte heeft PDD-NOS, een vorm van autisme. De bij de verdachte vastgestelde psychische problematiek maakt dat deze strafzaak zeer belastend voor hem is, wat ook is gebleken uit de behandeling ter zitting. Ook heeft hij het voorarrest als zeer zwaar ervaren. De verdachte is in februari 2024 geschorst uit voorlopige hechtenis. Hij heeft zich gehouden aan de bijzondere voorwaarden en is niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. De verdachte heeft in de afgelopen periode zijn leven weer op orde weten te krijgen. Hij heeft inmiddels weer een baan, waar hij het erg goed doet. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou deze ontwikkeling teniet doen, hetgeen de rechtbank niet wenselijk acht.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen moeten worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een deel van deze straf, te weten 143 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank daarnaast de maximale taakstraf van 240 uren opleggen.
Redelijke termijn
De rechtbank neemt bij de straftoemeting in aanmerking dat de redelijke termijn is overschreden. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
De verdachte is op 7 november 2023 aangehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het moment geweest waarop de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen. Van bijzondere omstandigheden is in deze zaak geen sprake. De rechtbank wijst vonnis op 11 juni 2026. Daarmee is de redelijke termijn overschreden met zeven maanden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
De rechtbank zal daarom de hierboven genoemde taakstraf met twintig uren verminderen en legt dus een taakstraf op voor de duur van 220 uren, te vervangen door 110 dagen hechtenis.

7.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 62, 63 van het Wetboek van Strafrecht;
artikel 13, 26, 31, 55 van de Wet wapens en munitie;
artikel 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;
artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

8.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de onder 1, 2 primair en 3 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
250 (tweehonderdvijftig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 143 dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
220 (tweehonderdtwintig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 110 dagen hechtenis.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Boonstra, voorzitter,
mr. G.M.G. Hink en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
Feit 1hij op of omstreeks 7 november 2023 te Hoorn, in elk geval in Nederland,
- een geladen vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III onder 1e Wet Wapens en Munitie, te weten, een revolver van het merk Forehand Arms Co (type 38, kaliber .38 S&W (A.11.02.001; p. 1141) en/of
- 21 (kogel)patronen en/of munitie in de zin artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie. (A.11.03.002 en A. 11.05.002) en/of
- een hulpstuk van wezenlijke aard van een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III sub 1 Wet Wapens en Munitie juncto artikel 3 lid 1 Wet Pro Wapens en Munitie, te weten een (3D-geprint) magazijn (A.11.03.001) en/of
- een werpster, een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 3 Wet Wapens en Munitie. (A.11.03.004) en/of
- een bus pepperspray, een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro II sub 6 Wet Wapens en Munitie (A.11.03.005),
voorhanden heeft gehad.
Feit 2primair
hij tezamen en in vereniging met (een) ander(en),
- op of omstreeks 27 juni 2021 te Hoorn, in ieder geval in Nederland een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM en/of bijbehorend magazijn heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 2.3.1) en/of
- op of omstreeks 26 augustus 2021 te Dordrecht, in ieder geval in Nederland een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Zastava Magnum 357 heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 2.3.2) en/of
- op of omstreeks 14 oktober 2021 te Zwaag, in ieder geval in Nederland een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Luger heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 2.3.3) en/of
- op of omstreeks 19 augustus 2022 te IJsselmonde, in ieder geval in Nederland een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM, te weten een Nagant met munitie heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 2.3.4) en/of
- op of omstreeks 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland, een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 2 WWM te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") heeft overgedragen aan [naam 2] (ZD [verdachte] 2.2.3) en/of
- op of omstreeks 6 september 2023 te IJsselmonde, in ieder geval in Nederland, munitie in de zin van artikel 2 lid Pro 2, categorie 3 WWM (overige munitie), te weten 4 doosjes munitie en 5 losse patronen (merk: Makarov) heeft overdragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 2.3.5) en/of
- op of omstreeks 6 januari 2022 te Zwaag, in ieder geval in Nederland, een wapen van categorie II, onderdeel 7° (voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing), te weten semtex en/of C4 (klei), althans explosieven, heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] 1.1) en/of
- op of omstreeks 22 januari 2023 te Maarsbergen, in ieder geval in Nederland een wapen van categorie II, onderdeel 7° (voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing), te weten semtex en/of C4 (klei), althans explosieven, heeft overgedragen aan [naam 2] en/of (ZD [verdachte] 1.2).
subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 juni 2021 tot en met 6 september 2023 te Hoorn en/of Dordrecht en/of Zwaag en/of IJsselmonde en/of Maarsbergen, in ieder geval in Nederland, zonder erkenning heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie,
en het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot (een) vuurwapen(s) van categorie III, onderdeel 1° (te weten (een) vuurwapen(s) in de vorm van (een) gewe(e)r(en) en/of (een) revolver(s) en/of (een) pisto(o)l(en) voor zover deze niet valt/vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°, te weten:
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 1 WWM en/of bijbehorend magazijn (ZD [verdachte] 2.3.1) en/of
- een Zastava Magnum 357 revolver (ZD [verdachte] 2.3.2) en/of
- een Luger pistool (ZD [verdachte] 2.3.3) en/of
- een Nagant revolver (ZD [verdachte] 2.3.4) en/of
en/of het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 2 WWM te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") (ZD [verdachte] 2.2.3)
en/of het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot munitie in de zin van artikel 2 lid Pro 2, categorie 3 WWM (overige munitie), te weten 4 doosjes munitie en 5 losse Maka (vermoedelijk munitie van het merk Makarov) (ZD [verdachte] 2.3.5) en/of\
en/of het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot (een) wapen(s) van categorie II, onderdeel 7° (voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik, te weten:
zesmaal een halve kilo, dan wel een (grote) hoeveelheid (3 kilo) semtex en/of C4 (klei), althans explosieven (ZD [verdachte] 1.1 en 1.2).
Feit 3hij op of omstreeks 7 november 2023 te Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), al dan niet opzettelijk,
- 186 bangers, te weten:
3, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) (COV rapport pag. 12), en/of
36, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6) (COV rapport pag. 14), en/of
1, stuk knalvuurwerk (Cobra 8) (COV rapport pag. 17), en/of
1, stuk knalvuurwerk (Super Size No.1) (COV rapport pag. 19), en/of
1, stuk knalvuurwerk (Super Cobra 6) (COV rapport pag. 22), en/of
1, stuk knalvuurwerk (Shock Bull Dog) (COV rapport pag. 24), en/of
5, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (DumBum Limited Edition) (COV rapport pag. 26) en/of
1, stuk knalvuurwerk (Spain Cracker) (COV rapport pag. 29), en/of
40, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Colour Salute) (COV rapport pag. 31), en/of
4, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Gold Thunder) (COV rapport pag. 33), en/of
47, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Dumbum) (COV rapport pag. 35), en/of
5, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Titan 5) (COV rapport pag. 37), en/of
1, stuk knalvuurwerk (Cobra 3) (COV rapport pag. 39), en/of
40, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (FP3 Colored Flower) (COV rapport pag. 41), en/of
- 11 Vuurpijlen,
althans één of meer, stuks vuurpijlen (Joker2) (COV rapport pag. 49), en/of
- 50 shells, te weten
5, althans één of meer, shells (Gulvano bomba 6 “) (COV rapport pag. 57), en/of
4, althans één of meer, stuks shells (Gulova Bomba) (COV rapport pag. 59), en/of
6, althans één of meer, stuks shells (Kulova Puma 150mm 6”, artikelnr. S6K) (COV rapport pag. 61), en/of
2, althans één of meer, stuks shells (Kulova Puma 150 mm 6”, artikelnr. S6H) (COV rapport pag. 63), en/of
1, stuk shell (6PPNY-21-11) (COV rapport pag. 65), en/of
2, althans één of meer, shells (diameter 3 inch) (COV rapport pag. 67), en/of
3, althans één of meer, stuks shells (3 inch Green Peony) (COV rapport pag. 70), en/of
2, althans één of meer, stuks shells (3 inch Shell/ 3 inch Bomba Kulista) (COV rapport pag. 72), en/of
3, althans één of meer, stuks shells (Display shell, artikelnr. LC30110 Puma KAT4) (COV rapport pag. 74), en/of
3, althans één of meer, stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30113 Puma KAT 4) (COV rapport pag. 76), en/of
4, althans één of meer, stuks shells (Big Nut) (COV rapport pag. 78), en/of
6, althans één of meer, stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30133 Puma Kat4) (COV rapport pag. 80), en/of
6, althans één of meer, stuks shells (Display Shell, artikelnr. LC30103 Puma KAT4) (COV rapport pag. 82), en/of
1, stuk shell (Big Nut DS03) (COV rapport pag. 84), en/of
2, althans één of meer, stuks shells (Binut) (COV rapport pag. 86), en/of
- Overig professioneel vuurwerk, te weten
6, althans één of meer, knalstrengen (Traca) (COV rapport pag. 88),
in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad
Bijlage II
De bewijsmiddelen
(…)