ECLI:NL:RBNHO:2026:6961
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens verblijf in het buitenland bevestigd
Eiser ontving sinds januari 2019 een WIA-uitkering die per 1 november 2024 werd beëindigd door het UWV vanwege zijn verblijf in het buitenland. Eiser betwistte dat hij meer dan acht maanden per jaar buiten Nederland verbleef en stelde dat hij een duurzame persoonlijke band met Nederland heeft.
De rechtbank oordeelde dat op basis van diverse bewijsstukken, waaronder paspoortstempels, bankafschriften, medische rapportages en verklaringen, eiser in 2022, 2023 en 2024 inderdaad langer dan acht maanden per jaar in Mexico verbleef. De stelling van eiser dat hij noodgedwongen langer in Mexico verbleef vanwege de ziekte van zijn vader werd niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet als pendelaar kan worden aangemerkt en dat hij geen duurzame persoonlijke band met Nederland heeft die het verblijf in het buitenland zou kunnen rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wegens verblijf in het buitenland wordt ongegrond verklaard.