De betrokkene is sinds 2001 terbeschikking gesteld met dwangverpleging wegens poging tot doodslag. De maatregel is sindsdien meerdere malen verlengd, de laatste keer met één jaar in 2025, bevestigd door het gerechtshof. Na een periode van voorwaardelijke beëindiging werd de dwangverpleging in 2024 hervat vanwege bedreiging van een psychiater.
De betrokkene verblijft sinds februari 2026 in de Oostvaarderskliniek en bevindt zich in de observatiefase. De kliniek rapporteert een ernstige psychiatrische problematiek met schizofrenie, narcistische persoonlijkheidsstoornis, PTSS, cognitief verval en agressieregulatiestoornissen. Ondanks medicatie blijven psychotische symptomen en agressieproblemen bestaan. De betrokkene heeft een beperkt inzicht en baat bij intensieve begeleiding en toezicht.
De kliniek adviseerde aanvankelijk verlenging met twee jaar, maar stelde dit op de zitting bij tot één jaar, gezien het behandelplafond en de noodzaak tot stabilisatie en het zoeken naar een passend vervolgtraject. De officier van justitie volgde dit gewijzigde advies. De betrokkene en zijn raadsvrouw verzetten zich tegen verlenging met twee jaar en verzochten om aanhouding van de behandeling voor onderzoek naar een zorgmachtiging, wat de rechtbank afwees.
De rechtbank oordeelt dat verlenging met één jaar noodzakelijk is om de veiligheid van anderen te waarborgen en het recidiverisico te beperken. Er is overeenstemming dat betrokkene een beschermde omgeving nodig heeft. De rechtbank benadrukt dat verdere intensieve behandeling niet meer mogelijk is en dat de komende periode gericht zal zijn op stabilisatie en het actualiseren van risicomanagement. De mogelijkheid van een zorgmachtiging kan in de toekomst worden onderzocht.