Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.GLORY DAYS,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker gaf Glory Days opdracht tot restauratie van zijn klassieke Pontiac Firebird Formula 400, die in juni 2021 werd opgeleverd. Na oplevering constateerde een deskundige diverse gebreken. Partijen lieten gezamenlijk een deskundigenonderzoek uitvoeren door DEKRA, dat concludeerde dat de restauratie op enkele punten onvoldoende was en dat de motor tijdens het onderzoek niet kon worden gestart, waardoor niet alle gebreken konden worden vastgesteld.
Glory Days voerde herstelwerkzaamheden uit, waarna de auto in mei 2023 werd opgehaald. Een tweede deskundige constateerde in september 2023 opnieuw gebreken met herstelkosten van ruim €166.000. Verzoeker stelde Glory Days aansprakelijk, wat werd afgewezen. Vervolgens verzocht verzoeker de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen om meer duidelijkheid te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek formeel aan de eisen voldeed, maar wees het af op grond van artikel 196 lid 2 Rv Pro. Er was al een gezamenlijk deskundigenrapport dat in beginsel bindend is, tenzij zwaarwegende bezwaren bestaan, die hier niet zijn aangetoond. Bovendien is door het verstreken tijdsverloop en onduidelijkheid over het gebruik en de staat van de auto sinds oplevering niet aannemelijk dat een nieuw onderzoek de staat van de auto bij oplevering kan vaststellen.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker onvoldoende belang had bij het verzoek en dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde en mogelijk misbruik van bevoegdheid inhoudt. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen vanwege onvoldoende belang en het verstreken tijdsverloop.