ECLI:NL:RBNHO:2026:709

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
11985783 / EJ VERZ 25-18
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:235 BWArt. 806 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek handlichting minderjarige voor zelfstandig onroerend goed beheer

Een zeventienjarige profvoetballer verzocht de kantonrechter om handlichting, zodat hij zelfstandig onroerend goed kon aankopen en beheren met eigen middelen. Hij wilde onder meer zelfstandig koopovereenkomsten sluiten, betalingen verrichten en optreden in rechte met betrekking tot het onroerend goed.

Hoewel verzoeker werd bijgestaan door een team van professionals, waaronder een zaakwaarnemer, aankoopmakelaars, financieel adviseurs en een notaris, oordeelde de kantonrechter dat de wet handlichting niet toestaat voor bevoegdheden die betrekking hebben op registergoederen. Artikel 1:235 lid 3 BW Pro sluit uit dat minderjarigen over registergoederen kunnen beschikken, ongeacht of de aankoop volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd.

De kantonrechter benadrukte dat er geen ruimte is om van deze wettelijke bepaling af te wijken en dat verzoeker moet wachten tot hij meerderjarig is om zelfstandig een huis te kunnen kopen. Als alternatief werd verzoeker geadviseerd om samen met een juridisch specialist te zoeken naar andere mogelijkheden om zijn wens te realiseren. Het verzoek tot handlichting werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot handlichting voor zelfstandig beheer en aankoop van onroerend goed door de minderjarige wordt afgewezen vanwege wettelijke uitsluiting.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11985783 / EJ VERZ 25-18
Uitspraakdatum: 29 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker],
te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: verzoeker,
met als belanghebbenden, zijn ouders:
[belanghebbende]en
[belanghebbende]
te [plaats] .

1.Het verzoek

1.1.
Verzoeker is minderjarig en verzoekt de kantonrechter om hem zogenoemde handlichting te verlenen. De bedoeling van dat verzoek is dat verzoeker als minderjarige bepaalde bevoegdheden krijgt om zelfstandig onroerend goed aan te schaffen, te beheren en daarover te beschikken, alsmede om de daarbij behorende rechtshandelingen te verrichten.
1.2.
De mondelinge behandeling (zitting) van het verzoek was gepland op 22 januari 2026. Voorafgaand aan de zitting heeft de vader van verzoeker laten weten niet bij de zitting aanwezig te kunnen zijn. De kantonrechter heeft in overleg met verzoeker en zijn ouders besloten om zonder zitting uitspraak te doen.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker en zijn ouders treden gezamenlijk op en verklaren allemaal in te stemmen met het verzoek. Gelet op dit gezamenlijke verzoek en de aard daarvan acht de kantonrechter zich bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
2.2.
De kantonrechter zal het verzoek van verzoeker om hem handlichting te verlenen, afwijzen, om de volgende reden.
2.3.
Handlichting betekent dat aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend (artikel 1:235 van Pro het Burgerlijk Wetboek; BW). Handlichting kan, wanneer de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek door de kantonrechter worden verleend.
2.4.
Handlichting kan niet worden verleend tegen de wil van de ouders. Bij het verlenen van handlichting moet de kantonrechter bepalen welke bevoegdheden van een meerderjarige aan de minderjarige worden toegekend.
2.5.
Bij de beoordeling van het verzoek om handlichting moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord is. De wet vormt het beoordelingskader.
2.6.
Verzoeker is op dit moment zeventien jaar oud en profvoetballer bij Ajax. Hij ontvangt een substantieel jaarsalaris en heeft daarnaast bij het aangaan van zijn profcontract een aanzienlijke tekenvergoeding ontvangen. Hij wil dit geld gebruiken om zelfstandig en volledig uit eigen middelen een woonhuis te kopen. Daarom heeft hij de kantonrechter verzocht om hem de bevoegdheden van een meerderjarige op dat gebied toe te kennen. Dit betreft onder meer het zelfstandig sluiten van overeenkomsten met betrekking tot de aankoop van onroerend goed uit eigen middelen, het zelfstandig (laten) opstellen en ondertekenen van koopovereenkomsten, leveringsakten en overige documenten, het zelfstandig verrichten van betalingen ten behoeve van de aankoop, overdracht, onderhoud en beheer van het onroerend goed, het zelfstandig overeenkomsten aangaan met aankoopmakelaars, financieel adviseurs, beheerders, aannemers en notarissen en het zelfstandig optreden in rechte in zaken die verband houden met het aangeschafte onroerend goed.
2.7.
Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de wens van verzoeker en verzoeker ook overtuigend heeft toegelicht dat hij wordt bijgestaan door een team van professionals (zoals zijn zaakwaarnemer, [naam] van [bedrijf] , en daarnaast gespecialiseerde aankoopmakelaars, financieel adviseurs en een notaris), moet de kantonrechter het verzoek toch afwijzen. De wet staat namelijk niet toe dat aan verzoeker deze bevoegdheden worden toegekend. Het bepaalde in lid 3 van artikel 1:235 BW Pro sluit uitdrukkelijk uit dat een minderjarige kan beschikken over registergoederen. De bevoegdheden waarom verzoeker vraagt, houden allemaal daarmee verband. Er is geen ruimte om van de wet af te wijken, ook niet als de aan te kopen woning helemaal zelf wordt betaald zonder daarvoor een hypothecaire lening af te sluiten. Dat betekent dat de kantonrechter het verzoek niet mag toewijzen.
2.8.
Verzoeker zal dus moeten wachten tot hij meerderjarig is voordat hij zelf een huis kan kopen. In het geval verzoeker daarmee niet wil wachten geeft de kantonrechter hem in overweging om samen met een juridisch specialist op dit punt op zoek te gaan naar de juridische mogelijkheden om zijn wens tot de aankoop van een huis alsnog te realiseren. Een verzoek om handlichting is daarvoor in ieder geval niet de juiste weg.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst het verzoek tot handlichting af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
Ingevolge artikel 806 Rv Pro kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.