Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7230

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/15/379161 / JU RK 26-959
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 1:265b BWArt. 2 Besluit gezagsregistersArt. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens bedreiging en mishandeling

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 16 juni 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, vanwege ernstige bedreiging en mishandeling door de moeder. De minderjarige gaf aan niet meer thuis te durven zijn uit angst voor haar moeder en een vriendin van de moeder, die haar ook zou slaan. De moeder was boos omdat de minderjarige weigerde een hoofddoek te dragen en seksuele filmpjes bekeek.

De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestond dat de ontwikkeling van de minderjarige acuut en ernstig werd bedreigd, waardoor een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk was. Tevens werd een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor vier weken, omdat dit in het belang van de verzorging en opvoeding was.

De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De behandeling van het verzoek werd verder aangehouden en een zitting gepland. Tegen de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk, tegen de voorlopige ondertoezichtstelling niet.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en machtigt de uithuisplaatsing wegens acute bedreiging en mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/379161 / JU RK 26-959
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd in Haarlem,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Haarlem.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het mondelinge verzoek van de Raad op 16 juni 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] woont met haar moeder, stiefvader en halfzusje (dochter van moeder en stiefvader) in [plaats] . De biologische vader woont in [land] , met hem heeft [de minderjarige] sinds een week weer contact. Daarvoor heeft [de minderjarige] ongeveer tien jaar geen contact gehad met haar vader. [de minderjarige] heeft op 16 juni 2026 op school aangegeven dat zij niet meer naar huis wil en durft, omdat zij bang is voor haar moeder en omdat ze geslagen wordt door moeder en een vriendin van moeder. [de minderjarige] geeft aan dat moeder boos is op haar, omdat [de minderjarige] weigert een hoofddoek te dragen en moeder ontdekt heeft dat [de minderjarige] seksuele filmpjes bekijkt sinds zij tien dagen geleden een nieuwe telefoon heeft gekregen. [de minderjarige] vertelt dat moeder en haar vriendin zeggen dat ze haar dood zullen maken of haar vader zullen bellen om hem te laten weten wat ze gedaan heeft; haar vader zal dit gedrag ook niet accepteren. De Raad heeft getracht het gesprek aan te gaan met de moeder om veiligheidsafspraken te maken, maar die is boos geworden en heeft dat geweigerd. De moeder heeft gezegd dat [de minderjarige] niet meer welkom is thuis.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [2]
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 16 juni 2026 tot 16 september 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige], geboren op
[geboortedatum] in [plaats] , [land] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 juni 2026 tot 14 juli 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. C.E. Voskens op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.7.
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door
mr. M. Flipse, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open. [4]

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.
4.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).