ECLI:NL:RBNHO:2026:7249

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/15/362143/ HA ZA 25-80
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:962 lid 3 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen Allianz wegens onvoldoende tegenbewijs onderaannemerschap VOF onder CAR-polis

In deze civiele zaak vordert Allianz Benelux N.V. schadevergoeding van gedaagden, waarbij de VOF als rechtsvoorganger van gedaagde 1 als onderaannemer van de verzekerde van Allianz wordt beschouwd onder de CAR-polis. De rechtbank had in een tussenvonnis van 4 februari 2026 voorshands bewezen geacht dat de VOF onderaannemer was, en gaf Allianz de gelegenheid tegenbewijs te leveren.

Allianz stelde dat de VOF slechts nevenaannemer was, omdat de nutsvoorzieningen en waterleidingen door Waternet in opdracht van Bergwijkstadspark waren aangelegd, niet door de verzekerde. Allianz overhandigde een offerte van Waternet aan Bergwijkstadspark en een rapport van Top Expertise ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelde dat het tegenbewijs onvoldoende was om de eerdere vaststelling te ontzenuwen. De aannemingsovereenkomst verplichtte de verzekerde het gebouw sleutelklaar op te leveren, inclusief aansluiting op nutsvoorzieningen, wat ook het aanleggen van waterleidingen omvat. De offerte en het rapport boden geen overtuigend bewijs dat Bergwijkstadspark opdrachtgever was voor de aanleg.

Daarom beschouwt de rechtbank de VOF als onderaannemer en meeverzekerde onder de CAR-polis, waardoor Allianz op grond van artikel 7:962 lid 3 BW Pro geen schadevergoeding kan vorderen. De vorderingen van Allianz worden afgewezen en Allianz wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Allianz af wegens onvoldoende tegenbewijs dat de VOF geen onderaannemer is onder de CAR-polis.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/362143 / HA ZA 25-80
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
ALLIANZ BENELUX N.V.,
te Brussel (België), ook kantoorhoudende te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Allianz,
advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg,
tegen

1.[gedaagde sub 1]2. [gedaagde sub 2]3. [gedaagde sub 3] ,

allen te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. J.H. Tuit.
De zaak in het kort
In een tussenvonnis in deze zaak heeft de rechtbank voorlopig bewezen geacht dat [de VOF] (hierna: de VOF) als onderaannemer van de verzekerde van Allianz ( [naam] ) is te beschouwen en onder de CAR-polis valt die Bergwijkstadspark voor de bouw van een appartementencomplex met parkeergarage had afgesloten. De VOF was de rechtsvoorganger van gedaagde 1. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om Allianz in de gelegenheid te stellen tegenbewijs te leveren. Allianz is daarin niet geslaagd. De rechtbank wijst de vorderingen van Allianz daarom af.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 februari 2026,
- de akte uitlating na tussenvonnis van Allianz van 1 april 2026 (met producties 11 en 12), en
- de antwoordakte na tussenvonnis van [gedaagden]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij vonnis van 4 februari 2026 heeft de rechtbank voorshands bewezen geacht dat de VOF als onderaannemer van [naam] en dus als meeverzekerde op de CAR-polis is te beschouwen. De rechtbank heeft Allianz in de gelegenheid gesteld daarvan tegenbewijs te leveren.
2.2.
Allianz stelt dat [naam] op grond van de aannemingsovereenkomst alleen verantwoordelijk was voor het aanvragen/afsluiten van de nutsvoorzieningen. Aan die verplichting heeft [naam] voldaan door daartoe een overeenkomst met Waternet te sluiten. Allianz stelt dat Waternet ook de realisatie van de waterleidingen voor haar rekening heeft genomen. Niet in opdracht van [naam] , maar in opdracht van Bergwijkstadspark. Allianz verwijst daarvoor naar een offerte van Waternet gericht aan Bergwijkstadspark voor het maken van 3x Q3-16 drinkwateraansluiting in de kelder en 2x Q3-4 drinkwateraansluiting in de meterkast. De VOF was dus een nevenaannemer en niet de onderaannemer van [naam] , zodat het tegenbewijs is geleverd, aldus Allianz.
2.3.
[gedaagden] betwisten dat Allianz tegenbewijs heeft geleverd. Zij wijzen erop dat voorwaarde voor het gereed zijn van het werk is ‘het aangesloten zijn op de nutsvoorzieningen’. Onder verwijzing naar wat onder ‘aanvraag van de nutsaansluiting’ kan worden verstaan, stellen [gedaagden] dat Bergwijkstadspark als onderaannemer van [naam] moet worden beschouwd omdat het ‘aanvragen van de nutsaansluiting’ tot het werk van [naam] behoort en blijft behoren. Daarnaast wijzen [gedaagden] erop dat [naam] zelf de levering van het water heeft aangevraagd en dat het spoelen van de leiding een voorbereidingshandeling betreft voor de levering van water. Daarmee behoort het spoelen van de leiding tot het werk van [naam] .
2.4.
De rechtbank overweegt als volgt.
Voldoende voor het slagen van tegenbewijs is dat het bewijs dat op voorhand geleverd is, wordt ontzenuwd. [1] Voldoende daarvoor is dat door het tegenbewijs zoveel twijfel wordt gezaaid dat de eerdere vaststelling door de rechtbank onhoudbaar wordt. De rechtbank is van oordeel dat het tegenbewijs van Allianz daarin niet slaagt.
2.5.
In de aannemingsovereenkomst is opgenomen dat [naam] het gebouw sleutelklaar dient op te leveren. Onder sleutelklaar dient te worden verstaan dat het gebouw direct voor ingebruikname beschikbaar is. De rechtbank concludeert daaruit dat [naam] niet alleen verantwoordelijk was voor de aanvraag van de nutsvoorzieningen, maar ook voor het laten aanleggen van de waterleidingen. Dit volgt ook uit de aannemingsovereenkomst waarin staat dat het werk bij oplevering is aangesloten op de nutsvoorzieningen. Allianz heeft weliswaar een offerte overgelegd van Waternet aan Bergwijkstadspark voor het aanleggen van drinkwateraansluitingen in de kelder en meterkast, maar deze offerte zegt niets over wie de waterleidingen heeft aangelegd. [gedaagden] stellen naar het oordeel van de rechtbank terecht dat het doorspoelen van de waterleidingen onderdeel was van het aanleggen van de waterleidingen. Voor haar stelling dat Bergwijkstadspark heeft gecontracteerd met Waternet ten behoeve van de realisatie van de wateraansluitingen verwijst Allianz ook naar het rapport van Top Expertise, productie 2 bij dagvaarding. Uit dit rapport blijkt echter dat de overeenkomst tussen Bergwijkstadspark en Waternet niet in het bezit van Top Expertise is. Uit dat rapport blijkt dan ook niet dat Bergwijkstadspark de opdrachtgever is voor de aanleg van de waterleidingen door Waternet.
2.6.
De door Allianz bij haar akte overgelegde producties zaaien onvoldoende twijfel over het oordeel van de rechtbank dat zij voorshands bewezen achtte dat [naam] de opdracht heeft gegeven voor realisatie van de watervoorzieningen. Allianz slaagt dan ook niet in het leveren van tegenbewijs. De rechtbank beschouwt de VOF als onderaannemer van [naam] en dus als meeverzekerde onder de CAR polis. Dit betekent dat Allianz op grond van artikel 7:962 lid 3 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) geen schadevergoeding van [gedaagden] kan vorderen. De rechtbank zal om die reden, zoals ook al in het vonnis van 4 februari 2026 is aangekondigd, de vorderingen van Allianz afwijzen.
2.7.
Allianz is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.090,00
(2,5 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.274,00
2.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst de vorderingen van Allianz af,
3.2.
veroordeelt Allianz in de proceskosten van € 5.274,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Allianz niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt Allianz tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
MKG/NB

Voetnoten

1.Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3807.