Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7256

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
12128623/EJ VERZ26-86
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:464 lid 2 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor voorlopig onderzoek naar letselschade na aanval cliënt

Verzoeker, werkzaam bij Stichting Prinsenstichting, onderdeel van Stichting De Opbouw, werd op 8 december 2021 tijdens werktijd aangevallen door een cliënt, waarbij zij in een nekklem werd gelegd en ten val kwam met bewustzijnsverlies. Zij ervaart sindsdien ernstige nek- en rugklachten. Stichting Prinsenstichting erkende aansprakelijkheid, maar partijen verschillen van mening over de omvang van de gevolgen van het ongeval.

Verzoeker diende een verzoek in tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht. Partijen bereikten overeenstemming over de te benoemen deskundige, de vraagstelling gebaseerd op de oude IWMD-vraagstelling, het voorschot en de voorwaarden. De kantonrechter wijst het verzoek toe zonder mondelinge behandeling.

De deskundige, dr. G.J. Bouma, zal het onderzoek zelfstandig uitvoeren en een schriftelijk rapport binnen zes maanden indienen. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek en het voorschot van € 5.747,50 wordt door verweerders voldaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat gedetailleerde instructies over het onderzoek, rapportage en rechten van partijen.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht toegewezen en deskundige benoemd met vaststelling voorschot en voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12128623 \ EJ VERZ 26-86
Beschikking van1juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigden: mr. R.A. de Jong en mr. B.K. Vos,
tegen

1.STICHTING DE OPBOUW,

hierna: Stichting De Opbouw,
2.
STICHTING PRINSENSTICHTING,
hierna: Stichting Prinsenstichting,
beiden te Utrecht,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: verweerders,
gemachtigde: mr. H.M. Kruitwagen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift (met producties 1 tot en met 37), dat ertoe strekt een voorlopig deskundigenbericht te gelasten,
- de brief van 5 november 2025 namens [verzoeker] (met producties 38 tot en met 41),
- de brief van 11 februari 2026 namens [verzoeker] met het verzoek de zaak te verwijzen naar de kantonrechter,
- de e-mail van 3 maart 2026 namens verweerders,
- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 3 maart 2026 waarbij de zaak naar de afdeling kantonzaken is verwezen,
- het verweerschrift (met producties 1 tot en met 8),
- de brief van 10 maart 2026 namens [verzoeker] (met producties 42 tot en met 45),
- de brief van 11 maart 2026 namens verweerders dat partijen overeenstemming hebben bereikt over toewijzing van het verzoek (met productie 9),
- de e-mail van 19 maart 2026 van de kantonrechter aan partijen met een vraag over de vraagstelling aan de te benoemen deskundige,
- de brief van 23 maart 2026 namens [verzoeker] ,
- de brief van 24 maart 2026 namens verweerders,
- de e-mail van 12 mei 2026 van de kantonrechter aan partijen, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over het voorschot van de deskundige,
- de e-mail van 12 mei 2026 namens verweerders,
- de e-mail van 21 mei 2026 namens [verzoeker] .
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over toewijzing van het verzoek.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Feiten

2.1.
[verzoeker] heeft een arbeidsovereenkomst gesloten met Stichting Prinsenstichting. Stichting Prinsenstichting is onderdeel van Stichting De Opbouw.
2.2.
[verzoeker] is op 8 december 2021 onder werktijd, in haar hoedanigheid van begeleider, aangevallen door een cliënt waarbij zij in een nekklem werd gelegd. Zij kwam daardoor ten val en voor het bewustzijn. [verzoeker] ervaart nog steeds ernstige klachten aan haar nek en rug.
2.3.
Namens Stichting Prinsenstichting is aansprakelijkheid erkend.
2.4.
Partijen zijn het oneens over de omvang van de ongevalsgevolgen.

3.De beoordeling

3.1.
[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.
3.2.
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige te stellen vragen, wie van hen het voorschot van de deskundige dient te betalen en over welke stukken aan de deskundige dienen te worden verstrekt.
3.3.
Wat betreft de aan de deskundige te stellen vragen zijn partijen overeengekomen dat de oude IWMD vraagstelling zal worden gehanteerd. Dit hebben partijen desgevraagd in hun brieven van 23 maart 2026 en 24 maart 2026 aan de kantonrechter bevestigd. De kantonrechter zal partijen volgen in hun overeenstemming en de oude IWMD vraagstelling aan de deskundige voorleggen.
3.4.
De deskundige zal bij zijn onderzoek kennis moeten nemen van het procesdossier, waaronder met name:
i. de producties bij het verzoekschrift,
ii. de producties bij het verweerschrift,
iii. de producties bij de brief van 10 maart 2026 van [verzoeker] , en
iv. productie 9 van verweersters bij brief van 11 maart 2026 van [verzoeker] .
3.5.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 5.747,50 (inclusief btw). Hij heeft daarbij tevens verzocht dat:
  • het volledige dossier voor het onderzoek aan hem ter beschikking wordt gesteld, inclusief het huisartsenjournaal tot twee jaar voor het ongeval,
  • alle relevante radiologische beelden, zoals röntgenfoto’s, MRI scans, e.d. op een beelddrager of online aan hem ter inzage worden gegeven
  • partijen hem vrijwaren voor financiële aansprakelijk naar aanleiding van zijn rapportage en conclusies.
Partijen hebben de kantonrechter meegedeeld in te kunnen stemmen met de hoogte van het voorschot en de voorwaarden van de deskundige. Voor zover de stukken waarover de deskundige wenst te beschikken zich nog niet in het procesdossier bevinden, zal [verzoeker] deze aan de deskundige ter beschikking dienen te stellen.
3.6.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die de kantonrechter geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
3.7.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
3.8.
Partijen zijn overeengekomen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door verweerders moet worden gedeponeerd. De kantonrechter volgt partijen in deze overeenstemming.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

1.DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?
Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld?
Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?
Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.
Medisch onderzoekc. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?
Consistentied. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?
Diagnosef. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?
Beperkingeng. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?
Medische eindsituatieh. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

2.DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.
Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongevala. Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?
b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?
Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongevalc. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?
d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

3.OVERIG

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?
4.2.
benoemt tot deskundige:
dr. G.J. Bouma
correspondentieadres: OLVG, locatie West,
Jan Tooropstraat 164
1061 AE Amsterdam,
telefoon: 020-5108885
e-mailadres: g.bouma@olvg.nl,
4.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
4.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 5.747,50 (inclusief btw),
4.5.
bepaalt dat verweerders het voorschot moeten overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
4.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
4.7.
bepaalt dat [verzoeker] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
4.8.
bepaalt [verzoeker] de onder 3.5. genoemde stukken aan de deskundige ter beschikking stelt, voor zover deze zich nog niet in het procesdossier bevinden,
4.9.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
4.10.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/),
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Richtlijn voor gebruik van AI-toepassingen door gerechtelijk deskundigen (te raadplegen op www.lrgd.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
4.11.
wijst de deskundige erop dat hij bij zijn onderzoek kennis dient te nemen van de stukken zoals vermeld onder 3.4.,
4.12.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
4.13.
draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud op de griffie van de rechtbank, afdeling kantonzaken, in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
4.14.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige [verzoeker] in de gelegenheid moeten stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder Pro b BW en, indien [verzoeker] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoeker] (eventueel onder gesloten couvert via haar advocaat) moet toesturen en [verzoeker] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [verzoeker] gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [verzoeker] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
- indien [verzoeker] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de kantonrechter moet mededelen,
- indien [verzoeker] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
4.15.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
4.16.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026.
MKG/NB