Uitspraak
1.De procedure
- de brief van mr. Keuchenius met de juiste versie van productie 12;
- het verweerschrift in het incident.
2.De uitgangspunten
- bepaald dat de vererving en de wijze van afwikkeling van zijn nalatenschap zullen worden beheerst door Nederlands recht;
- [verzoeker] benoemd tot enig erfgenaam;
- [verweerder] benoemd tot executeur;
- aan [verzoeker] gelegateerd een in [plaats 3] gelegen woning;
- aan [verweerder] gelegateerd het aandeel van de erflater in de beperkte gemeenschap van inboedel, een bedrag van € 100.000,00 en het vruchtgebruik van zijn nalatenschap;
- de in [plaats 3] gelegen woning;
- een onverdeeld aandeel in een in Frankrijk gelegen woning;
- een 100% belang in Calenus B.V.
- een positief saldo bij de ING-bank
- belastingschulden;
- een schuld van de erflater aan Calenus B.V [1] .
3.Het verzoek en het verweer in de hoofdzaak
4.Het verzoek en het verweer in het incident
5.De beoordeling in het incident
Deze verordening is materieel van toepassing omdat de hoofdzaak betrekking heeft op de erfopvolging in nalatenschappen van overleden personen als bedoeld in artikel 1 lid 1 van Pro de erfrechtverordening en het geschil niet ziet op de in lid 2 van voornoemd artikel voorkomende uitzonderingen.
De erfrechtverordening is formeel van toepassing, omdat de erflater is overleden na 17 augustus 2015 (zie artikel 83 lid 1 van Pro de Europese Erfrechtverordening).
Toepassing van de hoofdregel zou meebrengen dat niet een in Nederland zetelende kantonrechter, maar een Franse rechter bevoegd is om van de hoofdzaak kennis te nemen. Immers, tussen partijen staat vast dat de erflater ten tijde van zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had in Frankrijk.
Mocht de kantonrechter op basis van de berichtgeving van partijen tot het oordeel komen dat door één van beide partijen (of door allebei) in Frankrijk niet met voldoende voortvarendheid wordt geprocedeerd, zal de kantonrechter hieraan de gevolgen verbinden die hij gerade acht.