Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a Sv, van 21 april 2026, afkomstig van Forensisch Psychiatrisch Centrum de Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door [deskundige 1] (directeur behandelzaken, psychiater en (plaatsvervangend) hoofd van de instelling) [deskundige 2] (psychiater) en door [deskundige 3] (hoofd behandeling);
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv;
- adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, lid 3 Sv van 24 maart 2026, opgemaakt door [psychiater] (psychiater) en [psycholoog] (psycholoog).
2.Het advies van de kliniek
3.De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen
- de nog aanwezige problematiek (schizofrenie met binnen het toestandsbeeld, incoherent denken, enige paranoïde expressie en cognitief/intellectueel verval; verslavingsproblematiek zonder expressie binnen de huidige gereguleerde omstandigheden),
- het risicoprofiel (zonder tbs nog hoge kans op -mede psychotisch gemotiveerd- gewelddadig gedrag in de breedte),
- de fase van behandeling (zeer langdurig verblijf binnen de tbs met lange fase binnen de LFPZ, verblijf binnen long care afdeling niveau 3, transmuraal verlof waarbinnen onbegeleide vrijheden moet worden opgebouwd, psychotisch (delict gebonden) functioneren niet geheel verbleekt, medicatietrouw moeizaam),
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.Het standpunt van de betrokkene
6.De beoordeling
7.De beslissing
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met
twee jaar.