Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7497

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
14/016350-91
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico en langdurige behandeling

De betrokkene verblijft sinds 1995 onder de maatregel tbs met dwangverpleging wegens ernstige delicten zoals afpersing, diefstal met geweld en mishandeling. Ondanks ruim 31 jaar intramuraal verblijf en recente positieve ontwikkelingen sinds zijn overplaatsing naar de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA), is het volgens deskundigen niet aannemelijk dat de tbs binnen twee jaar kan worden beëindigd.

De kliniek en onafhankelijke gedragsdeskundigen rapporteren dat de betrokkene lijdt aan schizofrenie en middelenstoornissen, die onder gecontroleerde omstandigheden in remissie zijn. Het risico op terugval in middelengebruik en psychotische ontregeling bij ontslag is hoog, wat kan leiden tot gewelddadig gedrag. De betrokkene heeft een gebrek aan ziektebesef en intrinsieke motivatie, waardoor externe sturing noodzakelijk blijft.

De rechtbank weegt het advies van deskundigen en het standpunt van de betrokkene, die pleitte voor verlenging met één jaar. Gezien het langdurige resocialisatietraject en het risico op recidive, besluit de rechtbank de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar te verlengen. Dit biedt ruimte voor een geleidelijke uitbreiding van vrijheden en verdere monitoring van het functioneren van de betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar vanwege het blijvende hoge risico op gewelddadig gedrag en het langdurige resocialisatietraject.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 14/016350-91
Uitspraakdatum: 23 juni 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met dwangverpleging met twee jaar van
[betrokkene](hierna: de betrokkene),
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
nu verblijvende in Forensische Kliniek De Strandwal 2, 1851 VM in Heiloo (hierna: de FPA).

1.De procedure

Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 april 1995 is aan de betrokkene de maatregel van tbs met bevel tot dwangverpleging opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, afpersing, diefstal met geweld en mishandeling, meermalen gepleegd.
De tbs nam een aanvang op 22 april 1995. De termijn is laatstelijk verlengd met twee jaar bij beslissing van deze rechtbank van 28 juni 2024, welke beslissing in beroep door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 november 2024 is bevestigd, met aanvulling en verbetering van gronden.
De onderhavige vordering is op 13 mei 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a Sv, van 21 april 2026, afkomstig van Forensisch Psychiatrisch Centrum de Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door [deskundige 1] (directeur behandelzaken, psychiater en (plaatsvervangend) hoofd van de instelling) [deskundige 2] (psychiater) en door [deskundige 3] (hoofd behandeling);
  • een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv;
  • adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, lid 3 Sv van 24 maart 2026, opgemaakt door [psychiater] (psychiater) en [psycholoog] (psycholoog).
De vordering is op 9 juni 2026 op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige 3]. Verder waren aanwezig de officier van justitie (mr. W.M. van der Most) en de raadsvrouw van de betrokkene (mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan). Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene is een 64-jarige man waarbij sprake is van schizofrenie en van stoornissen in het gebruik van middelen als alcohol en cannabis, die door het jarenlange intramurale verblijf langdurig in remissie zijn. Sinds 18 maart 2025 verblijft betrokkene bij de FPA onder verantwoordelijkheid van het Outreach-team van de Oostvaarderskliniek. Ondanks de ernstige psychiatrische stoornis, weet de betrokkene op rustige wijze zijn leven binnen de instelling te leiden. De betrokkene heeft zich sinds zijn plaatsing bij de FPA vrij gemakkelijk aangepast aan de nieuwe setting. Op 12 januari 2026 is een aanvraag tot wijziging van het verlofplan ingediend, omdat het voor betrokkene zijn resocialisatietraject is benodigd dat hij meer vrijheden krijgt. Het AVT adviseert op 28 januari 2026 positief over deze aanvraag.
De komende periode zullen de ruimere vrijheden worden opgebouwd. Na aflopen van de time-out zal de betrokkene zijn oorspronkelijke vrijhedenfase krijgen, waarna om de twee weken een stap zal worden toegevoegd, na overleg met het Outreach-team en positieve evaluatie van de vrijheden in die twee weken. Verwacht wordt dat met het kunnen praktiseren van meer vrijheden betrokkene zijn gevoel van welzijn toeneemt en de samenwerking zich verstevigt. Zijn resocialisatietraject zal nog geruime tijd in beslag nemen. De aankomende maanden zal worden toegewerkt naar onbegeleide vrijheden op het terrein en begeleide vrijheden op het terrein. In de huidige context zijn er voldoende interventiemogelijkheden bij overtreden van de voorwaarden en wordt de kans op terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als laag. In een situatie uit-zorg (bij een hypothetisch ontslag) wordt het risico op gewelddadig gedrag echter ingeschat als hoog. Op dit moment is de verwachting dat bij ontslag betrokkene onmiddellijk zal terugvallen in middelengebruik en zal stoppen met zijn antipsychotica. Wanneer betrokkene ook zal stoppen met zijn medicatie verhoogt dit het risico op psychotische ontregeling, al dan niet door de luxerende werking van middelen. In het verleden (bij de Pompestichting) is gebleken dat wanneer de psychotische symptomen meer op de voorgrond komen te staan dit tot agressie heeft geleid. Tot slot is betrokkene een geïnstitutionaliseerde man en heeft er voorafgaand aan de tbs-maatregel nooit maatschappelijke inbedding plaatsgevonden. Het is van belang de koers geleidelijk vorm te geven en gezien de huidige beperkte vrijheden is de verwachting dat het transmurale verlofkader nog ruime tijd noodzakelijk is. De kliniek adviseert dan ook de maatregel tbs met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.
De deskundige [deskundige 3] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting namens de kliniek dit advies gehandhaafd en nog het volgende toegelicht:
Ik heb er vertrouwen in dat het lukt om stapsgewijs meer vrijheden voor de betrokkene te krijgen, zoals het zelfstandig kunnen bezoeken van de moskee in Alkmaar.
We doen er wel goed aan om de vrijheden stapsgewijs uit te breiden en de voortgang te monitoren. Eén jaar is daarvoor onvoldoende. Elke keer dat er een zitting is, zie ik spanning bij de betrokkene en mede daarom zie ik geen aanleiding om te adviseren de maatregel te verlengen met één jaar.

3.De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen

3.1
Het advies van de psychiater
In het rapport van de psychiater is onder meer het volgende opgenomen:
Bij de betrokkene is sprake van een gebrek aan ziektebesef en inzicht, een belangrijk symptoom van schizofrenie, waardoor er geen intrinsieke motivatie is om zich te conformeren aan de -ter reductie van de risico’s en nadelen- noodzakelijke behandeling en leefregels. Daardoor is er een dwingend extern risicomanagement nodig om deze gebrekkige motivatie extern aan te sturen. Vanuit deze optiek kan gesteld worden dat bij het wegvallen van een externe ondersteuning de betrokkene geen motivatie zal ervaren om zijn medicatie te blijven gebruiken, geen motivatie zal ervaren om zich te onthouden van alcohol en drugs, geen organisatie en planning zal hebben om zijn leven adequaat te organiseren waardoor hij paranoïde psychotisch zal decompenseren en een traject zal opgaan van teloorgang en geldgebrek van waaruit hij delict gevaarlijk wordt. Dit betekent dat het risico op gewelddadig gedrag in de toekomst bij het wegvallen van de tbs-maatregel en bij de afwezigheid van het blijvend adresseren van de risicofactoren als hoog moet worden ingeschat. De omgevingsprothese blijft cruciaal. Onduidelijk is hoe de betrokkene zal omgaan met uitbreiding van vrijheidsgraden. Als hij zich aan de afspraken weet te houden dan kan mogelijk in de loop van de twee jaar ook de reclassering een rol gaan spelen zodat over twee jaar duidelijk is of de tbs-maatregel voorwaardelijk beëindigd kan worden. Onderzoeker adviseert de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen en de dwangverpleging te continueren.
3.2
Het advies van de psycholoog
In het rapport van de psycholoog is onder meer het volgende opgenomen:
Het risico op gewelddadig gedrag in geval van beëindiging van het toezicht of de maatregel
(in een situatie uit-zorg) wordt als ‘hoog’ ingeschat. Bij een hypothetisch ontslag vallen externe beschermende factoren zoals toezicht, structuur en begeleiding weg. De verwachting is dat de betrokkene zijn medicatie zal staken en het risico op middelengebruik toeneemt. Hierdoor vergroot de kans op maatschappelijke teloorgang, wat kan leiden tot verder afglijden en een verhoogde kans op gewelddadig gedrag tegen zowel bekenden als onbekenden. Het geweld kan daarbij psychotisch gedreven zijn. De betrokkene is weinig empathisch en zal, waar hij geweld toepast, niet geremd worden door hetgeen hij bij een slachtoffer teweegbrengt. Continuering van het bevel tot verpleging is mede hierom ook gewenst omdat hierdoor de Oostvaarderskliniek op de achtergrond makkelijk beschikbaar blijft voor benodigde interventies.
Op grond van het onderhavige onderzoek wordt, gelet op:
  • de nog aanwezige problematiek (schizofrenie met binnen het toestandsbeeld, incoherent denken, enige paranoïde expressie en cognitief/intellectueel verval; verslavingsproblematiek zonder expressie binnen de huidige gereguleerde omstandigheden),
  • het risicoprofiel (zonder tbs nog hoge kans op -mede psychotisch gemotiveerd- gewelddadig gedrag in de breedte),
  • de fase van behandeling (zeer langdurig verblijf binnen de tbs met lange fase binnen de LFPZ, verblijf binnen long care afdeling niveau 3, transmuraal verlof waarbinnen onbegeleide vrijheden moet worden opgebouwd, psychotisch (delict gebonden) functioneren niet geheel verbleekt, medicatietrouw moeizaam),
geadviseerd om de maatregel tbs met bevel tot verpleging te verlengen met de duur van
twee jaar.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van
de tbs met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar.

5.Het standpunt van de betrokkene

De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie en heeft verzocht de vordering te beperken tot één jaar. Namens de betrokkene heeft de raadsvrouw in het bijzonder naar voren gebracht dat de betrokkene al ruim 31 jaar in de tbs verblijft. Ondanks dat er nu sprake is van enig perspectief, is de toekomst voor de betrokkene nog steeds onzeker. In de afgelopen twaalf jaar is er geen enkel geweldsincident geweest. Het is dan ook belangrijk de voortgang van de maatregel over een jaar te toetsen, ook om de betrokkene perspectief te bieden.

6.De beoordeling

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat op dit moment bij de betrokkene nog steeds een ziekelijke stoornis bestaat en dat het recidiverisico hoog is als de tbs maatregel wegvalt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De verdediging heeft verzocht de maatregel niet met twee jaar (zoals geadviseerd door de deskundigen) maar met één jaar te verlengen. Bij de beantwoording van de vraag met welke termijn de tbs moet worden verlengd, neemt de rechtbank, overeenkomstig vaste jurisprudentie, tot uitgangspunt dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling en het resocialisatietraject van een terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zullen nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de maatregel met één jaar, de maatregel verlengd moet worden met twee jaar. Dit kan slechts anders zijn als de reële kans bestaat dat de maatregel al na verloop van een jaar kan worden gewijzigd of beëindigd dan wel als het verloop van de behandeling of het resocialisatietraject daartoe aanleiding biedt.
Hoewel de rechtbank er oog voor heeft dat de betrokkene al ruim 31 jaar in de tbs verblijft en nu, sinds zijn overplaatsing naar de FPA, goed lijkt om te gaan met zijn nieuw verworven vrijheden, is de rechtbank het met de deskundigen eens dat niet in de lijn der verwachting ligt dat de tbs binnen twee jaar (voorwaardelijk) zou kunnen worden beëindigd. Uit het advies van de kliniek blijkt dat de komende periode, ook bij het nog verder uitbreiden van vrijheden, meer zicht zal komen op zijn functioneren en draagkracht, waarbij een cruciale fase van het traject ingegaan zal worden. Dit dient stapsgewijs, zorgvuldig en op een rustige manier te verlopen, mede gelet op de omstandigheid dat de betrokkene hiervoor geruime tijd op de LFPZ afdeling heeft verbleven (waarin hij slechts zeer beperkte vrijheden genoot). De enkele omstandigheid dat een verlenging met één jaar de betrokkene meer zou motiveren, is onvoldoende om hiertoe over te gaan. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank de tbs-maatregel van de betrokkene verlengen met twee jaar.

7.De beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene] met
twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. I.M. Hendriks, voorzitter,
mr. I.A.M. Tel en mr. F.H.B. Budde, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juni 2026.