3.4.Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de (primair) ten laste gelegde feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 7 en het subsidiair ten laste gelegde feit 6 heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1:
hij op 1 juni 2025 te Amsterdam op de openbare weg, de [de openbare weg] , tezamen en in vereniging met anderen, een mobiele telefoon (Iphone 12), die aan [de benadeelde partij 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door tegen voornoemde [de benadeelde partij 1] te zeggen: "Ey bro, ik heb een vraagje voor je kan je met ons meelopen in een steegje" en "wat bedoel je je hebt niks,
dat is disrespectvol" en "welk model telefoon heb je" en "je moet niet wegrennen” en “je mag niet om hulp roepen anders gaat het heel fout" en vervolgens onverhoeds een telefoon uit de handen van voornoemde [de benadeelde partij 1] te trekken en vervolgens tegen vernoemde [de benadeelde partij 1] te zeggen: "ik gooi je in de sloot als je niet de code van je telefoon geeft" en tegen [de benadeelde partij 1] te zeggen "dat hij mee moest lopen" en vervolgens een klap tegen het gezicht van voornoemde [de benadeelde partij 1] te geven en daarbij te zeggen: "dat dit een voorbeeld was
van wat er zou gebeuren als [de benadeelde partij 1] niet zou meewerken" en " het kan heel snel verlopen of heel snel fout gaan".
Feit 2:
hij op 1 juni 2025 te Amsterdam op de openbare weg, de [de openbare weg] ,
tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een mobiele telefoon, die aan [de benadeelde partij 2] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij 2] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, naar [de benadeelde partij 2] zijn toegegaan en vervolgens tegen voornoemde [de benadeelde partij 2] hebben gezegd: "je moet niet zulke zure gezichten trekken. Je gaat sowieso aangifte doen, ik geef je platte hand!" en vervolgens de kleding van voornoemde [de benadeelde partij 2] hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 3:
hij op 1 juni 2025 te Amsterdam op de openbare weg, [de openbare weg] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [de benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk Apple Iphone 14) die aan die [de benadeelde partij 3] toebehoorde door tegen voornoemde [de benadeelde partij 3] te zeggen: "welke telefoon heb jij" en vervolgens (op korte afstand) een handvat van een mes, aan voornoemde [de benadeelde partij 3] te tonen en vervolgens daarbij te zeggen: "we doen het of op de makkelijke manier of op deze manier".
Feit 4:
hij op 2 juni 2025 te Diemen op de openbare weg bij het [treinstation] treinstation,
tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [de benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk Apple Iphone 12) die aan die [de benadeelde partij 4] toebehoorde door tegen voornoemde [de benadeelde partij 4] te zeggen: "Eyy stil staan" en vervolgens met verdachte zijn fiets de weg voor voornoemde [de benadeelde partij 4] te blokkeren en tegen voornoemde [de benadeelde partij 4] te zeggen: "herken je mij nog van de vorige keer, je ging om hulp roepen toch" en vervolgens een klap tegen het gezicht van voornoemde [de benadeelde partij 4] te geven en tegen voornoemde [de benadeelde partij 4] te zeggen: "welke telefoon heb je" en vervolgens verdachtes hand in de broekzak van voornoemde [de benadeelde partij 4] te steken en daarbij te zeggen: "geef mij je telefoon" en tegen voornoemde [de benadeelde partij 4] te zeggen dat hij mee moest lopen en zijn Apple ID code moest geven.
Feit 5:
hij op 2 juni 2025 te Amsterdam, op de openbare weg [de openbare weg] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [de benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon die aan die [de benadeelde partij 5] toebehoorde door tegen voornoemde [de benadeelde partij 5] te zeggen: "Ey jongen" en vervolgens de weg voor voornoemde [de benadeelde partij 5] te blokkeren met verdachte zijn fatbike en vervolgens de fietskrat van [de benadeelde partij 5] zijn fiets vast te pakken en vast te houden en vervolgens tegen voornoemde [de benadeelde partij 5] te zeggen: "geef je telefoon en je code" en "maak je tas open" en vervolgens meermalen een klap in het gezicht van voornoemde [de benadeelde partij 5] te geven en daarbij te zeggen: "geef je telefoon en je code" en "Bro je gaat je telefoon en je code geven anders ga ik je beaten”.
Feit 6 subsidiair:
hij in de periode van 8 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Amsterdam,
een telefoon (merk Apple Iphone) (goednummer [goednummer] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Feit 7 primair:
hij op 9 juni 2025 te Diemen, op de openbare weg het [de openbare weg] , tezamen en in vereniging met een ander, een mobiele telefoon (merk Apple Iphone) die aan [de benadeelde partij 8] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [de benadeelde partij 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door de weg voor voornoemde [de benadeelde partij 8] te blokkeren met verdachte zijn fatbike en vervolgens tegen voornoemde [de benadeelde partij 8] te zeggen: "wat voor telefoon heb je" en "dat hij moest meelopen naar een steegje" en "dat hij zijn schoenen moest
uittrekken" en "dat hij zijn telefoon moest resetten" en vervolgens klappen in het gezicht en een vuistslag in de buik van voornoemde [de benadeelde partij 8] te geven en vervolgens te zeggen: "als je je wachtwoord niet meer weet dan gaan we je schoenen meenemen" en "als je de politie belt dan heb je een probleem".
In de tenlastelegging van feit 7 is eenmaal de naam [de benadeelde partij 1] vermeld in plaats van de naam [de benadeelde partij 8] . De rechtbank zal de tenlastelegging op dit punt verbeterd lezen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.