De rechtbank Noord-Holland heeft op 30 januari 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de tante verzocht om het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen en haarzelf als voogd te benoemen. De minderjarige woont sinds 2016 bij de tante in Nederland en heeft sinds haar vierde bijna geen contact meer met de moeder die in het buitenland woont. De moeder is lastig bereikbaar en kan onvoldoende betrokken zijn bij de verzorging en opvoeding van het kind.
De rechtbank stelde vast dat de tante ontvankelijk was in haar verzoek, ondanks dat zij niet eerst de Raad voor de Kinderbescherming had verzocht tot het doen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. De Raad ondersteunde het verzoek en zag geen aanleiding tot nader onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het gezag van de moeder moest worden beëindigd omdat de moeder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen en het belang van de minderjarige daardoor wordt geschaad.
De rechtbank benoemde de tante als voogd, omdat zij de dagelijkse zorg voor de minderjarige draagt en in staat is de belangen van het kind te behartigen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De beslissing is van belang voor de rechtszekerheid en het welzijn van de minderjarige, die nu een passende gezagsstructuur krijgt.