ECLI:NL:RBNHO:2026:7633

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
HAA 26/2083
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArtikel 8 EVRMRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen verhoging eigen bijdrage opvang ontheemden Oekraïne

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de verhoging van de eigen bijdrage voor opvang op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Zij vorderen een voorlopige voorziening omdat zij de verhoogde bijdrage niet kunnen betalen en vrezen uitzetting en dakloosheid met hun minderjarige kinderen.

De voorzieningenrechter overweegt dat het college ter zitting heeft bevestigd dat verzoekers niet uit de opvang worden gezet vanwege het niet betalen van de eigen bijdrage. Ook is er geen sprake van een acute financiële nood of onomkeerbare situatie. De voorzieningenrechter stelt dat bij financiële geschillen in beginsel geen spoedeisend belang bestaat omdat bedragen na afloop van de bodemprocedure alsnog kunnen worden terugbetaald.

Verder is het besluit niet evident onrechtmatig omdat de RooO een eigen bijdrage voorschrijft bij een inkomen boven de norm, en verzoekers een inkomen hebben van € 2.500 tot € 2.800 per maand. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De zaak zal in de bodemprocedure inhoudelijk worden beoordeeld.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verhoging van de eigen bijdrage wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evidente onrechtmatigheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/2083

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekers] , uit [plaats] , verzoekers

en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bloemendaal, Intergemeentelijke afdeling Sociale Zaken
(gemachtigde: S. Wouterson).

Procesverloop

1. Het college heeft met het besluit van 27 oktober 2025 de eigen bijdrage voor opvang van verzoekers op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) per 1 oktober 2025 verhoogd naar € 488,44. Met het bestreden besluit van 27 februari 2025 op het bezwaar van verzoekers is het college bij dit besluit gebleven. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verwijzing naar het verweerschrift in het beroepsdossier (26/2086).
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Is er sprake van spoedeisend belang?
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.
2.1.
Verzoekers voeren aan dat wel sprake is van een spoedeisend belang. Zij hebben inmiddels een achterstand opgebouwd van meer dan € 1.600 wegens het niet (volledig) betalen van de verhoogde eigen bijdrage over de maanden oktober 2025 tot en met februari 2026 en deze schuld neemt maandelijks toe met € 488,44.
Verzoekers beschikken over een netto gezinsinkomen van € 2.500 tot € 2.800 per maand, inclusief kinderbijslag van € 236. Zij voeren aan dat na betaling van de structurele en onvermijdbare vaste lasten bestaande uit onderwijs voor de kinderen (€ 800/maand), ondersteuning ouders in oorlogsgebied (€ 250/maand), taalcursus en mobiliteit (€ 800 - € 950/maand) een maandelijks tekort resteert van circa € 412,- ongeacht de hoogte van de eigen bijdrage. Verzoekers stellen dat de verhoogde eigen bijdrage met hun inkomen feitelijk onbetaalbaar is. Ook is de schuldopbouw voor een gezin zonder vermogenspositie onherstelbaar.
Verder voeren verzoekers aan dat zij volledig afhankelijk zijn voor hun opvang en dat uitzetting tot dakloosheid zal leiden met hun twee minderjarige kinderen. Dit is in strijd met artikel 8 van Pro het EVRM en de Tijdelijke beschermingsrichtlijn (Richtlijn 2001/55/EG.) Daarbij komt dat de RooO geen expliciete grondslag kent voor beëindiging van de opvang wegens niet-betaling van de eigen bijdrage. Gedwongen verhuizing heeft volgens verzoekers voorts invloed op het onderwijs van hun kinderen en de arbeidsparticipatie van verzoekster, die in de gezondheidszorg in de regio werkt.
Verzoekers wijzen er verder op dat indien het beroep gegrond wordt verklaard, het terugbetalen van de bedragen door het college lang kan duren en belastend is.
2.2.
Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekers erkennen dat zij inkomsten uit werk hebben ten bedrage van € 2.500,- tot € 2.800,- per maand. Er hoeft geen onherstelbare schuld te ontstaan indien zij zich houden aan het bestreden besluit. Verder is er geen concrete dreiging van uitzetting uit de opvanglocatie. Mocht het beroep gegrond worden verklaard dan zullen de bedragen – zonder vertraging – worden terugbetaald conform de uitspraak van de rechtbank.
2.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van spoedeisend belang. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter in de eerste plaats dat door het college ter zitting desgevraagd is bevestigd dat verzoekers niet uit de opvang zullen worden gezet vanwege het uitblijven van de betaling van de eigen bijdrage. Van de door verzoekers veronderstelde dreigende uitzetting is dus geen sprake. Daarnaast is door het college toegelicht dat het uitblijven van betalingen op termijn weliswaar zou kunnen leiden tot het starten van een civiele procedure, maar dat ook dat op dit moment in het geheel nog niet het geval is. Van een acute financiële nood is daarom geen sprake.
2.4.
Voor zover verzoekers een aantal (principiële) gronden tegen het besluit hebben gericht, leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet voor de beoordeling daarvan. Dit zal bij uitstek in de bodemprocedure moeten gebeuren. Van onomkeerbare gevolgen die maken dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht is niet gebleken.
Is er sprake van evidente onrechtmatigheid?
3. Wanneer de voorzieningenrechter van oordeel is dat er geen sprake is van spoedeisend belang, kan de voorziening enkel nog getroffen worden als het besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat het voor de voorzieningenrechter overduidelijk is dat het standpunt van het college niet juist is. De voorzieningenrechter moet dit kunnen vaststellen zonder grondig onderzoek te doen naar de relevante feiten en/of wettelijke bepalingen van de zaak. Dit is niet het geval. Uit de RooO volgt dat een eigen bijdrage moet worden betaald indien sprake is van een inkomen boven de norm. Nu verzoekers een inkomen hebben van € 2.500 tot € 2.800 per maand, zitten zij boven deze norm. Van een evident onrechtmatig besluit als hiervoor bedoeld is daarom geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Molin, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.