Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met vijftien producties;
- het door partijen gedane aanhoudingsverzoek;
- de akte van [eiser 1] en [eiser 2] van 11 december 2025, met wijziging van eis;
- de antwoordakte van De Gemeente van 5 februari 2026, met twee producties;
- het tussenvonnis van 26 maart 2026;
- het bericht van 3 juni 2026 van De Gemeente, met een productie;
-de mondelinge behandeling van 17 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
2.De feiten
“de bekendmaking en totstandkoming van het Omzettingsbeleid 2007 onrechtmatig is jegens de op het moment van invoering daarvan zittende erfpachters waarop de AB1978 of de AB 1991 van toepassing zijn “
3.Het geschil
(i) verklaart voor recht dat De Gemeente jegens [eiser 1] en [eiser 2] onrechtmatig heeft gehandeld door het Omzettingsbeleid 2007 in te voeren zonder overgangsregeling en zonder [eiser 1] en [eiser 2] daarover te informeren;
(ii) De Gemeente veroordeelt tot het vergoeden van de daardoor door [eiser 1] en [eiser 2] geleden schade, te vermeerderen met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over het schadebedrag vanaf 1 januari 2008 tot aan de dag van betaling.
4.De beoordeling
€ 17.544,50.
Er kunnen zich ten aanzien van de financiering van de aankoop van de bloot eigendom door een erfpachter, in abstracto, drie situaties voordoen:
De Gemeente heeft geen verweer gevoerd tegen de door [eiser 1] en [eiser 2] gestelde ingangsdatum 1 januari 2008. De kantonrechter zal de rente vanaf die onweersproken ingangsdatum toewijzen.