Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- het laten vasthouden van zijn penis door die [benadeelde] en/of zich door die [benadeelde] laten aftrekken en/of
- het (onverhoeds) brengen en/of houden van zijn penis in de mond van die [benadeelde] en/of zich door die [benadeelde] laten pijpen.
2.Voorvragen
het laten vasthouden van zijn penis door die [benadeelde] en/of zich door die [benadeelde] laten aftrekken,zoals ten laste gelegd onder het eerste gedachtestreepje, sprake is van verjaring. De verdenking ziet in zoverre niet op verkrachting van een kind onder de twaalf jaar, zoals bedoeld in artikel 244 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr), omdat er bij deze handelingen geen sprake is van binnendringen van het lichaam. Ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging moet de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard in de vervolging, aldus de raadsman.
of mede bestaan uithet seksueel binnendringen van het lichaam. Gelet op de formulering van dat artikel is het de kennelijke bedoeling van de wetgever dat dergelijke handelingen indien zij aan "seksueel binnendringen" voorafgaan dan wel daarop volgen of daarmee gepaard gaan, onder dat artikel vallen. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 18 mei 1999 (NJ 1999/541, ECLI:NL:HR:1999:ZD1456). De aangever heeft verklaard dat hij na de turnles alleen met de verdachte achterbleef in het lerarenhok en dat hij hem toen heeft moeten aftrekken en pijpen. In zoverre staat het
“laten vasthouden van zijn penis door die [benadeelde] en/of zich door die [benadeelde] laten aftrekken”, zoals de verdachte in de tenlastelegging wordt verweten, in een zodanig verband met het pijpen, dat deze handelingen kunnen worden begrepen onder artikel 244 Sr Pro. Hierdoor is ten aanzien van die verdenking dus geen sprake van verjaring.