ECLI:NL:RBNHO:2026:7720

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000148623:B001 ZK
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewind wegens vervallen grond voor verkwisting na schuldenvrijheid

Betrokkene stond sinds 2014 onder bewind vanwege problematische schulden. De bewindvoerder verzocht om voortzetting van het bewind op grond van verkwisting, omdat betrokkene naar verwachting opnieuw schulden zou maken door hoge uitgaven.

De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende bewijs is geleverd voor verkwisting. Betrokkene heeft een goed inkomen en maakt geen nieuwe schulden, ondanks uitgaven aan persoonlijke zaken zoals kleding en auto. Het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind werd afgewezen.

Gezien het feit dat betrokkene sinds 2025 schuldenvrij is en de lange duur van het bewind, concludeerde de kantonrechter dat de grond voor het bewind is komen te vervallen. Het bewind werd daarom opgeheven, met de mogelijkheid voor betrokkene om zelfstandig de financiën te beheren, eventueel met hulp van familie.

Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven omdat betrokkene schuldenvrij is en geen sprake is van verkwisting.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer
:
NL:TZ:0000148623:B001 ZK
dossiernummer
:
BM15096
datum
:
5 juni 2026

beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
R.P.F. van Maas, h.o.d.n. RVM-Bewindvoering,
Deimoslaan 9 a, 1702 CK Heerhugowaard,
Kamer van Koophandel-nummer 51522748,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],[adres]hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 17 januari 2026;
- de schriftelijke reactie van de betrokkene, ontvangen op 9 maart 2026;
- het bericht van de verzoeker, ontvangen op 2 april 2026;
- de aanvullende reactie van de betrokkene, ontvangen op 15 april 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 mei 2026. Daarbij waren betrokkene en verzoeker aanwezig.

beoordeling

Verzoeker vraagt om wijziging van de grond van het bewind van ‘verkwisting of het hebben van problematische schulden’ naar de grond ‘verkwisting’. Verzoeker verwacht dat betrokkene opnieuw schulden zal maken als het bewind eindigt, omdat betrokkene veel geld uitgeeft. Volgens de bewindvoerder is er sprake van verkwisting. Verzoeker heeft niet bedoeld om een verlenging van vier jaar te vragen, maar hij vindt het wel verstandig als het bewind voorlopig voortduurt.
Betrokkene wil opheffing van het bewind. Het bewind is ingesteld vanwege de problematische schulden en betrokkene is sinds 2025 schuldenvrij. Er is geen reden meer voor het bewind. Betrokkene is het er ook niet mee eens dat verzoeker in zijn verzoek heeft aangegeven het bewind met een termijn van vier jaar te willen verlengen.
Uit de stukken en de behandeling op zitting is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk geworden dat er sprake is van verkwisting. Betrokkene heeft een goed inkomen en hij geeft geld uit aan zaken die voor hem belangrijk zijn, zoals kleding en zijn auto. Volgens verzoeker vraagt betrokkene regelmatig om extra geld. Dat acht de kantonrechter echter onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat er sprake is van verkwisting door betrokkene. Vast staat immers dat het inkomen van betrokkende de ruimte biedt voor extra uitgaven en dat betrokkene geen nieuwe schulden maakt. De kantonrechter overweegt dat betrokkene sinds 2014 onder bewind staat. Dat is een lange tijd, en er is lang over gedaan om de schulden af te betalen. Nu er geen schulden meer zijn, is de grond voor het bewind komen te vervallen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voldoende aannemelijk dat betrokkene de financiën weer zelfstandig kan doen, waar nodig met hulp van familie. De kantonrechter zal het bewind opheffen.

beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind af;
  • heft het bewind ten behoeve van
  • bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.