ECLI:NL:RBNHO:2026:7772

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
11913185 \ CV EXPL 25-3738
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:265 BWArt. 6:271 BWArt. 6:136 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst thuisbatterij wegens niet-tijdige levering en installatie

In februari 2025 sloot eiser een koopovereenkomst met Hi Tronic voor een thuisbatterij, waarvoor hij een aanbetaling deed en het resterende bedrag betaalde. De levering en installatie, oorspronkelijk gepland voor maart 2025, vonden niet tijdig plaats. Na meerdere uitstel en een mislukte installatiepoging in augustus 2025, waarbij eiser de toegang tot zijn woning weigerde vanwege ontbrekende onderdelen, stelde eiser Hi Tronic in gebreke en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 2 september 2025.

Hi Tronic voerde verweer dat geen fatale termijn was overeengekomen en dat eiser zelf de installatie had verhinderd. De kantonrechter oordeelde dat geen fatale termijn was afgesproken, maar dat Hi Tronic na de ingebrekestelling van 4 augustus 2025 in verzuim was geraakt. Het niet verschijnen van Hi Tronic op de zitting leidde tot het aannemen van de juistheid van de stellingen van eiser.

De kantonrechter verklaarde de ontbinding rechtsgeldig en veroordeelde Hi Tronic tot terugbetaling van het volledige aankoopbedrag van € 13.279,75, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 september 2025. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het beroep van Hi Tronic op verrekening van kosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.

Uitkomst: De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden en Hi Tronic is veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag met rente en vergoeding van kosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11913185 \ CV EXPL 25-3738 TB
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Legal Advice Wanted B.V.,
tegen
de besloten vennootschap
HI TRONIC B.V.,tevens bekend onder de namen
BATTEROO, BATTERIJNET, BATTERIJNET B2B, THUISOPSLAGBATTERIJ.NL,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Hi Tronic,
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 oktober 2025
- de conclusie van antwoord van 25 november 2025
- het tussenvonnis van 10 december 2025
- de e-mail van 7 april 2026 van mr. J.E. van Rossem waarin hij zich als gemachtigde van Hi Tronic onttrekt
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiser] en zijn gemachtigde zijn op de mondelinge behandeling verschenen. Hi Tronic is niet verschenen op de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Begin februari 2025 is [eiser] telefonisch benaderd door ‘Het Verduurzamingsplatform” namens Hi Tronic over de koop en installatie van een thuisbatterij.
2.2.
Hi Tronic (BatterijNet) heeft een offerte verstuurd aan [eiser] met betrekking tot een thuisbatterij met de omschrijving “1x Batterijnet A15 1 Fase” voor een bedrag van € 13.279,75. [eiser] heeft deze offerte digitaal ondertekend op 4 februari 2025 en een betaling van 25% van het totaalbedrag gedaan.
2.3.
Op 19 februari 2025 is een medewerker van Hi Tronic bij [eiser] langs geweest om een technische keuring/aanschouwing uit te voeren. [eiser] heeft op 21 februari 2025 het resterende bedrag van € 10.623,80 voldaan.
2.4.
Op 23 juli 2025 stond een afspraak gepland om de thuisbatterij te installeren. Op de avond hieraan voorafgaand is [eiser] door Hi Tronic gebeld dat de installatie niet kan doorgaan vanwege leveringsperikelen.
2.5.
Op 4 augustus 2025 heeft [eiser] Hi Tronic in gebreke gesteld en een termijn van 10 dagen gegeven om de thuisbatterij alsnog te leveren en installeren binnen de gestelde termijn.
2.6.
Op 14 augustus 2025 is een monteur van Hi Tronic bij [eiser] langs geweest voor levering en installatie van de thuisbatterij. De installatie is niet doorgegaan omdat [eiser] Hi Tronic de toegang tot zijn huis heeft geweigerd.
2.7.
Op 2 september 2025 heeft [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat de overeenkomst op 2 september 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en betaling van € 13.279,75, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Hi Tronic voert verweer tegen de vordering.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak is van belang of de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Hi Tronic moet het aankoopbedrag voor de thuisbatterij van € 13.279,75 aan [eiser] terugbetalen. De verweren van Hi Tronic dat [eiser] niet mocht ontbinden en dat Hi Tronic de gemaakte kosten mag verrekenen, slagen niet. De kantonrechter legt dat hieronder uit.
[eiser] heeft de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden
4.2.
[eiser] stelt dat Hi Tronic te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat hij daarom de overeenkomst mocht ontbinden. Hi Tronic was op grond van de overeenkomst verplicht uiterlijk op 10 maart 2025 een thuisbatterij te leveren en te installeren. Dat heeft zij niet gedaan binnen de afgesproken termijn en ook nadien niet op de afgesproken installatiedata van 16 april 2025 en 23 juli 2025. Op 4 augustus 2025 heeft [eiser] Hi Tronic in gebreke gesteld en een termijn van tien dagen gegeven om tot levering en installatie over te gaan. Op 14 augustus 2025 is een monteur van Hi Tronic langs gekomen om één derde deel van de batterij te installeren. Omdat het slechts een derde deel van de thuisbatterij betrof en dit voor [eiser] onvoldoende was, heeft [eiser] de installatie geweigerd.
4.3.
Hi Tronic voert aan dat zij niet tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zij stond op meerdere momenten gereed om de installatie volledig uit te voeren. Tussen partijen is nimmer een fatale termijn van 10 maart 2025 overeengekomen, noch is een andere datum als fatale termijn overeengekomen. Afspraken werden in overleg gemaakt dan wel aangepast. Geen van deze omstandigheden rechtvaardigt de conclusie dat Hi Tronic tekort zou zijn geschoten, laat staan dat sprake is van verzuim. Als er al sprake zou zijn van verzuim dan is dat aan de zijde van [eiser] . [eiser] heeft namelijk zelf de installatie van de thuisbatterij onmogelijk gemaakt door de monteur te weigeren op 14 augustus 2025. Dat Hi Tronic maar één derde deel van de thuisbatterij zou komen installeren is onjuist en feitelijk onmogelijk. De door Hi Tronic geleverde systemen worden als één compleet pakket geïnstalleerd. Door de monteur weg te sturen heeft [eiser] zelf verhinderd dat Hi Tronic tot uitvoering van de overeenkomst kon overgaan. Omdat geen sprake is van een tekortkoming of verzuim aan de zijde van Hi Tronic, was [eiser] niet gerechtigd de overeenkomst op 2 september 2025 te ontbinden. Hi Tronic stelt zich bovendien nog op het standpunt dat de ingebrekestelling van 4 augustus 2025 geen geldige ingebrekestelling betrof. De door [eiser] genoemde termijn betrof geen redelijke termijn zoals onder meer is vereist voor een geldige ingebrekestelling omdat de termijn midden in de zomervakantie viel waardoor installatiecapaciteit beperkt was.
4.4.
De kantonrechter stelt voorop dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst te ontbinden. Dit is slechts anders als de tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Of ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Om een overeenkomst te kunnen ontbinden is vereist dat de wederpartij in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen. In deze zaak is niet gebleken dat nakoming door één van beide partijen tijdelijk of blijvend onmogelijk was. Om in verzuim te raken moet de schuldeiser de schuldenaar in gebreke stellen door haar schriftelijk een redelijke termijn te geven om alsnog haar verplichtingen na te komen. Geen ingebrekestelling hoeft plaats te vinden wanneer, voor zover hier relevant, (i) een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft of (ii) wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.
4.5.
[eiser] heeft de overeenkomst ontbonden omdat Hi Tronic de thuisbatterij niet binnen de gestelde termijn heeft geleverd en geïnstalleerd. Zoals hiervoor overwogen, moest Hi Tronic in verzuim zijn voordat [eiser] de overeenkomst kon ontbinden. Om in verzuim te raken moet Hi Tronic in beginsel in gebreke gesteld worden, maar een ingebrekestelling kan achterwegen blijven indien een fatale termijn voor de levering en installatie was afgesproken. Volgens [eiser] was dat het geval omdat partijen hebben afgesproken dat de thuisbatterij uiterlijk 10 maart 2025 geleverd en geïnstalleerd zou worden. Hi Tronic betwist dat er een fatale termijn is afgesproken.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat tussen partijen een fatale termijn is afgesproken. Het uitgangspunt is dat een termijn moet zijn overeengekomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid moet voortvloeien uit de aard van de overeenkomst in verband met de omstandigheden van het geval [1] . Dat is hier niet het geval. [eiser] stelt weliswaar dat aan hem is toegezegd dat binnen twee weken na volledige betaling zou worden geleverd en geïnstalleerd maar dat is – gelet op de gemotiveerde betwisting van Hi Tronic – onvoldoende onderbouwd om aan te nemen dat met Hi Tronic een ‘voor voldoening bepaalde termijn’ is overeengekomen. De conclusie is dat 10 maart 2025 geen fatale termijn voor de levering en installatie van de thuisbatterij was. Hi Tronic is dan ook niet op 10 maart 2025 in verzuim geraakt.
4.7.
Hi Tronic is wel in verzuim geraakt nadat [eiser] op 4 augustus 2025 een ingebrekestelling aan Hi Tronic stuurde. In die brief gaf [eiser] aan Hi Tronic nog een termijn van tien dagen om de thuisbatterij te leveren en te installeren. Zo niet, dan zou de overeenkomst ontbonden worden. Vast staat dat Hi Tronic de thuisbatterij niet alsnog heeft geleverd en geïnstalleerd. Hi Tronic stelt in dat kader dat het niet aan haar te wijten is dat de thuisbatterij op 14 augustus 2025 niet is geleverd en geïnstalleerd omdat [eiser] de toegang heeft geweigerd. [eiser] heeft tijdens de zitting hierover verklaard dat op 14 augustus 2025 een zzp’er namens Hi Tronic langs is gekomen voor installatie van de thuisbatterij en dat de zzp’er [eiser] heeft medegedeeld dat er nog veel spullen ontbraken. [eiser] heeft daarop gezegd tegen de zzp’er dat er dan geen volledige installatie van de thuisbatterij kan plaatsvinden, waar de zzp’er het mee eens was. Het verweer van Hi Tronic dat een thuisbatterij niet in delen kan worden geïnstalleerd, gaat niet op gelet op de betwisting door [eiser] . Volgens [eiser] bestaat de installatie uit modules en er ontbrak een module en bovendien ontbrak het aansluitstuk. De conclusie was dat de zzp’er de thuisbatterij niet operationeel kon krijgen op 14 augustus 2025 en dat [eiser] om die reden toegang heeft geweigerd. Omdat Hi Tronic niet op de zitting is verschenen, heeft zij dus niet gereageerd op wat [eiser] op de zitting naar voren heeft gebracht. Uit het niet verschijnen op de zitting kan de kantonrechter de gevolgtrekkingen maken die zij geraden acht [2] . In dit geval leidt de kantonrechter uit het niet verschijnen van Hi Tronic af dat Hi Tronic de stellingen van [eiser] niet (meer) betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid hiervan. Daar komt bij dat de overeenkomst in februari 2025 is gesloten en ook het volledige aankoopbedrag is betaald, maar [eiser] een half jaar later nog steeds geen thuisbatterij heeft. Hij had daarom gegronde reden om Hi Tronic te weigeren op 14 augustus 2025 toen bleek dat spullen voor levering en installatie van de thuisbatterij ontbraken. Het verweer van Hi Tronic dat [eiser] in schuldeisersverzuim is komen te verkeren, treft dan ook geen doel. Dat houdt in dat de kantonrechter [eiser] volgt in zijn stelling dat Hi Tronic op 15 augustus 2025 in verzuim is komen te verkeren omdat levering en installatie van de thuisbatterij, ook na ingebrekestelling, is uitgebleven. Anders dan Hi Tronic betoogt bevatte de brief van 4 augustus 2025 wel een redelijke termijn om alsnog over te gaan tot levering en installatie van de thuisbatterij. Bovendien heeft Hi Tronic zelf de afspraak op 22 juli 2025 ingepland voor 14 augustus 2025. Het verzuim van Hi Tronic was dus op 15 augustus 2025 ingetreden.
4.8.
De conclusie is dat [eiser] de overeenkomst mag ontbinden [3] . [eiser] heeft de overeenkomst bij brief van 2 september 2025 dus terecht buitengerechtelijk ontbonden. De door [eiser] gevorderd verklaring voor recht dat de overeenkomst op 2 september 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden kan daarom worden toegewezen.
4.9.
Door ontbinding van de overeenkomst ontstaat een verbintenis tot ongedaanmaking voor partijen van de al door hen ontvangen prestaties [4] . Dat houdt in dat Hi Tronic in beginsel het bedrag van € 13.279,75 dat zij van [eiser] heeft ontvangen zal moeten terugbetalen.
Verrekening
4.10.
Hi Tronic doet een beroep op verrekening van de door haar gestelde gemaakte kosten c.q. schade als gevolg van de overeenkomst en de daaropvolgende uitvoering. Hi Tronic heeft die totale kosten bij antwoord conservatief begroot op ten minste 2.950,00. Een beroep op verrekening [5] slaagt alleen als de gegrondheid daarvan op eenvoudige wijze is vast te stellen. Dat is hier niet het geval. Enige onderbouwing ten aanzien van dit schadebedrag ontbreekt volledig. Hi Tronic kan dan ook geen beroep doen op verrekening van het door haar hiervoor genoemde schadebedrag.
Hi Tronic moet de aanbetaling terugbetalen met rente
4.11.
Aangezien de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, heeft [eiser] recht op terugbetaling van het betaalde bedrag van € 13.279,75. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook toewijzen. [eiser] heeft Hi Tronic tot uiterlijk 9 september 2025 de gelegenheid gegeven om het bedrag terug te betalen. Hi Tronic is vanaf die datum in verzuim, zodat de wettelijke rente dan ingaat.
Buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen
4.12.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 1.098,43 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat [eiser] niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
4.13.
Hi Tronic is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.888,04
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst op 2 september 2025 rechtsgeldig is ontbonden.
5.2.
veroordeelt Hi Tronic om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 13.279,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Hi Tronic om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.098,43 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt Hi Tronic in de proceskosten van € 1.888,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hi Tronic niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Hi Tronic tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2. tot en met 5.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:83 aanhef Pro en onder a BW.
2.Artikel 88 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv.”).
3.Artikel 6:265 BW Pro.
4.Op grond van artikel 6:271 BW Pro.
5.Artikel 6:136 BW Pro.