ECLI:NL:RBNHO:2026:7894

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/15/351200
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:305a BWArt. 6 lid 1 MededingingswetArt. 101 lid 1 VWEUArt. 1018l lid 1 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid Stichting Eerlijke Prijzen wegens ontbreken bestuur en financiering

Stichting Eerlijke Prijzen & Marktwerking (STEP) heeft een collectieve actie ingesteld tegen Samsung Electronics Benelux B.V. wegens vermeende prijsbeïnvloeding van televisies, gebaseerd op een boete van de ACM voor schending van het mededingingsrecht.

De procedure richt zich op de ontvankelijkheid van STEP, waarbij de rechtbank constateert dat STEP sinds het aftreden van haar enige bestuurder en het beëindigen van de financieringsovereenkomst met de procesfinancier geen bestuur en onvoldoende middelen meer heeft om de procedure te voeren.

Hierdoor voldoet STEP niet aan de waarborgvereisten van artikel 3:305a BW voor collectieve acties. Tevens is STEP zonder advocaat niet in staat proceshandelingen te verrichten. De rechtbank verklaart STEP niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten.

Samsung vordert daarnaast een verhoogde proceskostenveroordeling, maar de rechtbank wijst dit af omdat de vorderingen niet summierlijk ondeugdelijk zijn. De kosten van het incident worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Het vonnis is gewezen door drie rechters en op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: STEP wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bestuur en onvoldoende financiële middelen en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/351200 / HA ZA 24-193
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
STICHTING EERLIJKE PRIJZEN & MARKTWERKING,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij, verweerster in de incidenten,
hierna te noemen: STEP,
voormalig advocaat: mr. K.E.L. van Haastrecht,
tegen
SAMSUNG ELECTRONICS BENELUX B.V.,
gevestigd te Schiphol,
gedaagde partij, eiseres in de incidenten,
hierna te noemen: Samsung,
advocaat: mr. C.E. Schillemans en mr. T.M. Sweerts.
De zaak in het kort
Deze zaak betreft een collectieve actie als bedoeld in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW). STEP wenst op te komen voor de belangen van – kort gezegd – Nederlandse kopers van een televisie, omdat Samsung volgens STEP jarenlang op ongeoorloofde wijze (online) verkoopprijzen van televisies heeft beïnvloed. STEP meent dat Nederlandse consumenten daardoor in de betreffende periode te veel hebben betaald voor een televisie. Deze gedragingen zijn door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gekwalificeerd als een schending van het (Europese) mededingingsrecht, waarvoor Samsung een boete opgelegd heeft gekregen van bijna 40 miljoen euro.
In deze fase gaat het over de ontvankelijkheid van STEP. De rechtbank oordeelt dat STEP niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor ontvankelijkheid, omdat bij gebreke van onder andere een bestuur en voldoende financiering niet voldaan is aan het waarborgvereiste. De rechtbank verklaart STEP in dit vonnis daarom niet-ontvankelijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit
  • de rolbeslissing van 18 december 2024, waarbij de zaak is verwezen naar de parkeerrol, en de daarin genoemde stukken,
  • de brief van CCC van 2 september 2025
  • de brief van Samsung van 16 september 2025
  • het B15-formulier van Samsung van 23 september 2025
  • de verwijzing van de rechtbank naar de continuatierol, waarna een mondelinge behandeling is bepaald op 20 mei 2026
  • de onttrekking van de advocaat van STEP op 25 maart 2026
  • de akte uitlaten ex. artikel 7.2 van het Landelijk Procesreglement (LPR) tevens akte eiswijziging van 22 april 2026 van Samsung.
1.2.
Na onttrekking van de advocaat van STEP heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat de mondelinge behandeling op 20 mei 2026 komt te vervallen en is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van STEP

2.1.
STEP is opgericht op 16 januari 2024 voor deze zaak tegen Samsung alsmede een vergelijkbare zaak tegen LG (bij de rechtbank geregistreerd onder nummer C/15/358688). STEP heeft voor deze collectieve actie een financieringsovereenkomst gesloten met [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]).
2.2.
Op 23 maart 2026 is de op dat moment enig bestuurder van STEP afgetreden als bestuurder.
2.3.
Op 26 maart 2026 heeft [bedrijf] de rechtbank bericht dat de financiering door haar is beëindigd.

3.Het geschil

3.1.
STEP heeft tegen Samsung vorderingen ingesteld op grond van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (hierna: WAMCA). Zij vordert onder meer en kort gezegd dat de rechtbank:
  • voor recht verklaart dat Samsung in strijd heeft gehandeld met artikelen 6 lid 1 Mededingingswet (Mw) en artikel 101 lid 1 Verdrag Pro betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);
  • voor recht verklaart dat Samsung aansprakelijk is jegens alle personen in Nederland die in de betreffende periode een televisie van het merk Samsung, of een televisie van een ander merk, hebben aangeschaft, en uit dien hoofde de door die persoon geleden schade dient te vergoeden;
  • Samsung veroordeelt tot betaling van de ten gevolge van haar onrechtmatig handelen geleden schade.
3.2.
Samsung concludeert tot niet-ontvankelijkheid van STEP, met veroordeling van STEP in de kosten van deze procedure met vervijfvoudiging van de salarissen van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Voor het instellen van een collectieve vordering onder de WAMCA moet STEP onder meer voldoen aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW. Een van de vereisten is dat de gelijksoortige belangen van degenen waarvoor de belangenorganisatie opkomt voldoende dienen te zijn gewaarborgd (lid 1, uitgewerkt in lid 2). Vereist is onder meer dat de belangenorganisatie beschikt over voldoende middelen om de kosten voor het instellen van een rechtsvordering te dragen (artikel 3:305a lid 1 sub a en sub c BW).
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat niet voldaan is aan het waarborgvereiste, al vanwege het feit dat bij STEP een bestuursvacuüm is ontstaan en het na beëindiging van de financieringsovereenkomst met de procesfinancier ontbreekt aan voldoende financiële middelen voor deze procedure. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank niet toe aan een verdere beoordeling van de ontvankelijkheidsvereisten. Bovendien is STEP bij gebreke aan een advocaat niet in staat proceshandelingen te verrichten. De rechtbank zal STEP niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen.
4.3.
Dat het evident is dat STEP niet aan fundamentele ontvankelijkheidsvereisten voldoet, is anders dan Samsung betoogt geen grond voor de conclusie dat de ingestelde vorderingen summierlijk ondeugdelijk zijn. Er is geen sprake van een vordering waarbij bijvoorbeeld elke feitelijke grondslag ontbreekt of dat deze rechter niet bevoegd zou zijn over deze vorderingen te oordelen en de vorderingen om die reden (inhoudelijk) geen kans van slagen hebben. Er is dan ook geen ruimte voor de door Samsung gevorderde verhoogde proceskostenveroordeling op grond van artikel 1018l lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
4.4.
STEP is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Samsung worden begroot op:
- griffierecht
9.825,00
- salaris advocaat
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00, tarief VIII)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.645,00
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.6.
Bij vonnis in incident van 17 juli 2024 is nog niet beslist over de kosten van het door Samsung opgeworpen aanhoudingsincident en vrijwaringsincident, waarbij STEP verweer heeft gevoerd tegen het aanhoudingsincident. De kosten in het incident zullen zo worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt. In het aanhoudingsincident is de vordering van Samsung weliswaar afgewezen, maar gelet op de verdere gang van zaken in dit geschil acht de rechtbank een veroordeling van Samsung in die kosten niet op zijn plaats.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
compenseert de kosten van het incident zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
5.2.
verklaart STEP niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
5.3.
veroordeelt STEP in de proceskosten van € 14.645,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als STEP niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt STEP tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart het bepaalde onder 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs, mr. W.S.J. Thijs en mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
1604