Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de rolbeslissing van 18 december 2024, waarbij de zaak is verwezen naar de parkeerrol, en de daarin genoemde stukken,
- de brief van CCC van 2 september 2025
- de brief van Samsung van 16 september 2025
- het B15-formulier van Samsung van 23 september 2025
- de verwijzing van de rechtbank naar de continuatierol, waarna een mondelinge behandeling is bepaald op 20 mei 2026
- de onttrekking van de advocaat van STEP op 25 maart 2026
- de akte uitlaten ex. artikel 7.2 van het Landelijk Procesreglement (LPR) tevens akte eiswijziging van 22 april 2026 van Samsung.
2.De feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van STEP
3.Het geschil
- voor recht verklaart dat Samsung in strijd heeft gehandeld met artikelen 6 lid 1 Mededingingswet (Mw) en artikel 101 lid 1 Verdrag Pro betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);
- voor recht verklaart dat Samsung aansprakelijk is jegens alle personen in Nederland die in de betreffende periode een televisie van het merk Samsung, of een televisie van een ander merk, hebben aangeschaft, en uit dien hoofde de door die persoon geleden schade dient te vergoeden;
- Samsung veroordeelt tot betaling van de ten gevolge van haar onrechtmatig handelen geleden schade.