Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Noord-Holland
De man en vrouw zijn ex-echtelieden die gezamenlijk eigenaar zijn van de voormalige echtelijke woning. De rechtbank had bij beschikking bepaald dat de woning aan de man wordt toebedeeld, mits hij binnen drie maanden de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en haar de helft van de overwaarde vergoedt. De man slaagde er niet binnen die termijn in de financiering rond te krijgen, maar wel twee maanden later. De vrouw wilde daarop de woning verkopen aan een derde, terwijl de man de woning aan zichzelf wilde toedelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man niet gehouden is mee te werken aan verkoop aan een derde, omdat zijn belang bij toedeling groter is dan het belang van de vrouw bij verkoop. De vrouw had onvoldoende rechtens te respecteren belang om de verkoop af te dwingen, mede omdat de man zich wel degelijk had ingespannen om de financiering rond te krijgen en de overschrijding van de termijn gering was. Ook speelde het huisvestingsbelang van de meerderjarige zoon mee.
De vordering van de vrouw werd afgewezen en de vordering van de man grotendeels toegewezen onder de voorwaarden dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid en de helft van de overwaarde aan haar wordt uitgekeerd. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de vrouw tot verkoop van de woning aan een derde wordt afgewezen en de man krijgt de woning toegewezen onder voorwaarden.