ECLI:NL:RBNHO:2026:7976

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
C/15/372518/ HA RK 25-187
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:464 lid 2 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige psychiater en vaststelling voorschot in civiele zaak

In deze civiele procedure tussen verzoeker en Allianz Benelux N.V. heeft de rechtbank Noord-Holland bij tussenbeschikking van 1 juli 2026 prof. dr. M.L. Stek benoemd als deskundige psychiater. Dit volgt op een eerdere tussenbeschikking van 4 juni 2026, waarin de behandeling was aangehouden om partijen de gelegenheid te geven zich uit te laten over de hoogte van het voorschot voor het deskundigenonderzoek.

Partijen stemden in met het voorgestelde voorschot van €8.276,- inclusief btw, dat Allianz dient te voldoen. De rechtbank heeft bepaald dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen en dat partijen verplicht zijn mee te werken aan het onderzoek, met inachtneming van wettelijke en gedragsregels. Tevens is vastgelegd dat het volledige medische en procesdossier aan de deskundige wordt verstrekt.

De deskundige dient een uitgebreid onderzoek te verrichten aan de hand van een gedetailleerde vraagstelling, gericht op de medische situatie van verzoeker na twee ongevallen, waarbij ook de situatie zonder ongevallen wordt betrokken. Het rapport moet voldoen aan de richtlijnen van de NVMSR en andere relevante gedrags- en richtlijnen. De deskundige moet het rapport binnen zes maanden na betaling van het voorschot indienen en partijen krijgen gelegenheid tot het maken van opmerkingen op een concept-rapport.

De beschikking benadrukt de verplichting van partijen tot medewerking en de gevolgen van het niet naleven daarvan. De procedure is zorgvuldig ingericht om een gedegen en onafhankelijk deskundigenonderzoek te waarborgen, dat van belang is voor de verdere beoordeling van de civiele zaak.

Uitkomst: De rechtbank benoemt prof. dr. M.L. Stek als deskundige psychiater en stelt het voorschot op €8.276,- vast, te voldoen door Allianz.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/372518 / HA RK 25-187
Beschikking van 1 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. J.L.J.M. van de Mortel,
tegen
ALLIANZ BENELUX N.V.,
te Rotterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Allianz,
advocaat: mr. H.A. Kragt.
De zaak in het kort
Bij tussenbeschikking van 4 juni 2026 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden zodat partijen zich uit konden laten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen psychiater. In deze beschikking benoemt de rechtbank de psychiater als deskundige.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 4 juni 2026,
- de berichten van partijen van 8 juni 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de tussenbeschikking van 4 juni 2026 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen psychiater.
2.2.
In hun berichten van 8 juni 2026 hebben beide partijen de rechtbank bericht in te kunnen stemmen met de hoogte van het voorschot. Omdat partijen kunnen instemmen met de hoogte van het voorschot zal de rechtbank prof. dr. M.L. Stek als deskundig psychiater benoemen.
2.3.
De rechtbank heeft in de beschikking van 4 juni 2026 geoordeeld dat Allianz de kosten van het deskundigenonderzoek dient te voldoen.
2.4.
In de beschikking van 4 juni 2026 heeft de rechtbank overwogen dat aan de deskundige de nieuwe IWMD-vraagstelling zoals Allianz heeft voorgesteld zal worden voorgelegd. Deze vraagstelling is aangepast aan de situatie in deze zaak waarbij er twee ongevallen hebben plaatsgevonden.
2.5.
De rechtbank heeft in de beschikking van 4 juni 2026 overwogen dat partijen overeenstemming hebben dat aan de te benoemen deskundige het volledige medische en procesdossier dient te worden overgelegd. Mr. Van de Mortel heeft tijdens de mondelinge behandeling daarnaast toegezegd dat het huisartsenjournaal vanaf 2023 zal worden verstrekt.
2.6.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die de rechtbank geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.7.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Inleiding
Bij uw onderzoek dient u de expertiserapporten van:
  • Verlooy (en Koene) van 21 juni 2016, en
  • Portegies van 3 maart 2025
als uitgangspunt te nemen. U wordt verzocht in aanvulling op deze rapporten, en op basis van onderstaande vraagstelling en het toegezonden dossier, onderzoek te doen naar de door betrokkene gemelde pijnklachten.
Algemene toelichting
Deze vraagstelling is een vraagstelling die toegepast wordt in een juridisch kader, zowel binnen als buiten rechte. De vraagsteling heeft als doel de gevolgen van een ongeval in kaart te brengen, zowel op korte als lange termijn. Hierbij worden ook pre-existente of predisponerende factoren in beeld gebracht en gewogen. De deskundige geeft rekening houdend met zijn deskundigheidsgebied antwoord op deze vragen.
Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in het bestuurs- en civielrechtelijke verband versie 2024. Deze richtlijn is digitaal te raadplegen via www.nvmsr.nl/publicaties/. In deze richtlijn is geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen. De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor deskundigen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in de richtlijn – zo veel als mogelijk – in acht te nemen. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord. Ook dienen ingenomen standpunten wetenschappelijk onderbouwd te worden.

1.De situatie met ongevallen

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij werkzaamheden in, aan en om de woning, en bij het uitoefenen van hobby’s en bezigheden in recreatieve sfeer?
Aanbeveling 8.2 NVMSR:
De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet en beperkt zich tot de relevante gegevens ten behoeve van de beantwoording van de aan de deskundige voorgelegde vragen. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de betrokkene, zoveel mogelijk in diens eigen bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebruikt of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Termen als “betrokkene zou (...)” worden vermeden. Ook voegt de deskundige bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. De auto anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden weergegeven.
Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van de medische voorgeschiedenis (dat wil zeggen gezondheid voor de ongevallen) van de onderzochte op uw vakgebied? Wat is de medische behandeling geweest van de klachten en/of ervaren verschijnselen in gevolg op de ongevallen en het resultaat daarvan?
Aanbeveling NVMSR:
Bespreking van de ontvangen (medische) gegevens. In deze rubriek worden de beschikbare en ontvangen (medische) gegevens op een zakelijke wijze en zo getrouw mogelijke wijze weergegeven, zonder dat daar een eigen interpretatie of beoordeling van wordt gegeven. Uit brieven uit de behandelend sector wordt zorgvuldig en bij voorkeur letterlijk geciteerd. Indien u onvoldoende medische broninformatie heeft (zowel op, maar ook buiten uw vakgebied) om deze vragen adequaat te kunnen beantwoorden, kunt u deze alsnog in de behandelende sector opvragen, bij voorkeur middels gerichte vragen. Hiervoor is een medische machtiging van betrokkene vereist. Zie: https://www.knmg.nl/actueel/publicaties/omgaan-met-medische-gegevens .
Medisch onderzoek
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij onderzoek?
Aanbeveling 8.3 NVMSR
Het lichamelijk onderzoek wordt, indien van toepassing, zoveel mogelijk weergegeven zoals dat gebruikelijk is binnen de beroepsgroep. Afkortingen dienen hierbij zoveel mogelijk te worden vermeden of te worden weergegeven in een aparte tabel.
Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? NB: Confrontatie met gevonden inconsistenties is wel nodig; een betrokkene moet namelijk de kans krijgen om hier persoonlijk en verbaal op te reageren, dit is een ethisch punt.
Aanbeveling 2.2.8 RMSR:
Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze inconsistenties werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.
Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?
Aanbeveling 8.5 NVMSR:
Waar nodig of indien van toepassing wordt een differentiaal diagnostische overweging gegeven. In het rapport wordt onderbouwd waarom een differentiaal diagnostische overweging wordt verworpen.
Beperkingen
g. Welke vanuit de ongevallen medisch te verklaren beperkingen bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand. Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi- kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.
Medische eindsituatie
Toelichting: deze vraag heeft als doel om toekomstige risico’s en toekomstige verbeteringen in kaart te brengen. Denk hierbij aan enerzijds een kans op post‐traumatische artrose, aanwezigheid van osteosynthese materiaal of risico op post‐traumatische epilepsie en anderzijds aan mogelijke verbeteringen door therapie.
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel mogelijk?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?
Aanbeveling NVMSR 8.8:
Bij de bepaling van de functionele invaliditeit behoort een percentage dat de deskundige met verwijzing naar (in principe) de laatste versie van de AMA-guides en/of de richtlijnen van de eigen beroepsgroep beargumenteert. De functionele invaliditeit betreft de beperkingen ongeacht het beroep en de specifieke vaardigheden en heeft uitsluitend betrekking op de vaardigheden in het ADL, iADL en het maatschappelijk verkeer, zoals weergegeven in de AMA-guides. Het ontbreken van functieverlies conform de bepalingen in de AMA-guides, hoeft niet te betekenen dat er ook geen sprake is van beperkingen bij de beroepsuitoefening of bij specifieke activiteiten, maar dat valt niet onder het begrip functionele invaliditeit. Anderzijds hoeft de vaststelling van mate van functieverlies conform de AMA-guides niet automatisch tot beperkingen aanleiding te geven.

2.De situatie zonder ongevallen

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.
Aanbeveling 8.4 NVMSR:
De vragen worden volledig, begrijpelijk en vooral eenduidig beantwoord. Bij de beantwoording van de vragen komen niet/nooit plotseling aspecten naar voren, die niet worden ondersteund/onderbouwd in de voorafgaande beschouwing. Het kan van belang zijn om bij de beantwoording van de vragen (zoals bij de IWMD-vraagstelling) inzicht te krijgen in de vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de betrokkene zoals die aanwezig is met/ten gevolge van het ongeval en de hypothetische situatie zonder het ongeval. Bij de hypothetische situatie zonder ongeval speelt de gezondheidstoestand vóór het ongeval een belangrijke rol en deze moet zorgvuldig worden beoordeeld en beschreven. Soms is dit door gebrek aan gegevens niet eenduidig te onderzoeken of vast te stellen. Op de deskundige rust de verplichting om de voorgeschiedenis expliciet te onderzoeken en waar nodig hiervoor de benodigde informatie op te vragen. Er dient nadrukkelijk onderscheid te worden gemaakt tussen klachten, afwijkingen en beperkingen in de situaties VOOR en ZONDER ongeval. De betrokkene kan immers na de ongevallen een nieuwe of andere aandoening hebben gekregen die los staat van de ongevallen of al aan een chronische of genetische aandoening lijden. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord.
Aanbeveling 8.6 NVMSR:
Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en verschijnselen. Deze vaststelling gebeurt in overeenstemming met de gangbare wetenschappelijk inzichten dan wel richtlijnen binnen het desbetreffende vakgebied. De deskundige zal nooit anamnestische klachten en/of anamnestische beperkingen aan een gebeurtenis (bijvoorbeeld een ongeval of incident) toeschrijven of de causaliteit ervan louter baseren op grond van het feit dat deze na de gebeurtenis voor het eerst worden vermeld. De beoordeling van een eventueel juridisch causaal verband is voorbehouden aan partijen en uiteindelijk de rechter.
Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongevallena. Bestonden voor de ongevallen bij betrokkene reeds klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied? Zo ja, zijn die klachten er nog steeds? Bestaan er andere klachten en/of afwijkingen die wel relevant zijn voor uw vakgebied?
Kunt u hierbij onderscheid maken tussen de gegevens bij anamnese verkregen en informatie op basis van de medische broninformatie verkregen?
b. Zo ja, kunt u zo mogelijk aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeiden en nu nog steeds uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeien? Kunt u hierbij aangeven, of deze gegevens anamnestisch zijn of gebaseerd op medische broninformatie?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen
Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongevallenc. Zijn er bij de onderzochte op uw vakgebied aanwijzingen dat hij/zij ook zonder ongeval de huidige klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied zou kunnen hebben ontwikkeld? Wilt u hierbij de algemene gezondheidstoestand van betrokkene meewegen? Kunt u daarbij aangeven of deze vraag wordt beantwoord op basis van anamnese of dat dit wordt afgeleid uit het medisch dossier?
d. Zo ja (dus zonder ongevallen ook klachten), kunt u dan een inschatting geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en/of afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en/ of afwijkingen zouden kunnen zijn voortgevloeid?
Kunt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en op semi kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten? Indien dit niet mogelijk is dit graag aangeven.
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

3.Overig

Aanbeveling 2.2.11. RMSR: Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij ter zake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.
a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?
3.2.
benoemt tot deskundige:
Prof. dr. M.L. Stek,
correspondentieadres: Postbus 59640,
1040 LC Amsterdam,
e-mailadres: stekexpertise@gmail.com,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 8.276,00 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat Allianz het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [verzoeker] het procesdossier en de stukken zoals genoemd in 2.5 afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Richtlijn voor gebruik van AI-toepassingen door gerechtelijk deskundigen (te raadplegen op www.lrgd.nl),
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud op de griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige [verzoeker] in de gelegenheid moeten stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder Pro b BW en, indien [verzoeker] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoeker] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [verzoeker] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [verzoeker] gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [verzoeker] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
- indien [verzoeker] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechter moet mededelen,
- indien [verzoeker] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toesturen, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
MKG/ NB