Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.J.M. Laurier, advocaat te 's-Gravenhage;
- [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad);
- [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] , namens de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de jeugdreclassering);
- mr. K.Y. Ramdhan, advocaat te Amsterdam, raadsman van de benadeelde partijen [de benadeelde partij 5] en [de benadeelde partij 2] ;
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
- het op naam van de verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 maart 2026 waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld;
- het voorlichtingsrapport van de Raad van 10 februari 2026;
- de evaluatie van de jeugdreclassering van 19 november 2025.
7.Vordering benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregel
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
150 (honderdvijftig) dagen.
105 (honderdvijf) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendat de verdachte gedurende de proeftijd:
dadelijk uitvoerbaarzijn.
40 (veertig) uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie.
[de benadeelde partij 5]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 3.000,00, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 5] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.
[de benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.590,83, bestaande uit € 590,83 aan materiële schade en
€ 5.000,00 aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.
40 (veertig) uren, subsidiair 20 (twintig) dagen jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 april 2024.
30 (dertig) uren, subsidiair 15 (vijftien) dagen jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 14 april 2023.