ECLI:NL:RBNHO:2026:8070

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
HAA 25/4184, HAA 25/4190, HAA 25/3911, HAA 25/4189, HAA 25/4186
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:69a AwbArt. 6:19 AwbArt. 3:2 AwbArt. 3:4 AwbArt. 3:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor appartementen en medisch centrum in Nieuw-Vennep

Deze uitspraak betreft de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van 110 appartementen en een eerstelijns medisch centrum op het Pionier-Bolsterrein in Nieuw-Vennep. Eisers betwisten de vergunning, met name vanwege vermeende strijd met parkeerbeleid en mogelijke toename van parkeerdruk in hun woonomgeving.

De rechtbank stelt vast dat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dat de Wabo van vóór 2024 van toepassing is. De vergunning is verleend met inachtneming van het Parapluplan parkeerregels en het Handboek parkeernormen Haarlemmermeer 2018, inclusief een herstelbesluit dat tijdelijke parkeerplaatsen voorschrijft.

Eisers wonen op aanzienlijke afstand van het project en worden gescheiden door een drukke weg, waardoor de rechtbank oordeelt dat zij niet behoren tot de directe omgeving die beschermd wordt door het parkeerbeleid. Het relativiteitsbeginsel (art. 8:69a Awb) staat vernietiging van het besluit in de weg. Andere beroepsgronden, zoals strijd met milieucategorie en stikstofberekening, zijn onvoldoende onderbouwd en leiden niet tot vernietiging.

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst verzoeken om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en handhaaft de omgevingsvergunning inclusief het herstelbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/4184, HAA 25/4190, HAA 25/3911, HAA 25/4189, HAA 25/4186

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] , uit Nieuw-Vennep, Eiser I

(gemachtigde: M.B. de Jong),

[eiser 2] , Eiser II

(gemachtigde: mr. H. Martens)

[eiser 3] Eiser III

(gemachtigde: mr. M. Bontenbal)

[eiser 4] , Eiser IV

(gemachtigde: mr. S. Bosch)

[eiser 5] , Eiser V

(gemachtigde: mr. D.W. Giltay Veth)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, verweerder
gemachtigden: M. van der Bas en J. Dolman.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Zorg Vastgoed Management B.V. uit 's-Gravenhage (vergunninghouder of ZVM)
(gemachtigde: mr. G.A. van der Veen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het realiseren van 110 appartementen en een eerstelijns medisch centrum in Nieuw-Vennep op het Pionier-Bolsterrein. De omgevingsvergunning is verleend omdat verweerder de ruimtelijke ontwikkeling niet in strijd acht met een goede ruimtelijke ordening en omdat voldaan wordt aan het Parapluplan Parkeerregels en de daarop gebaseerde beleidsregels van het Handboek Parkeernormen Haarlemmermeer 2018. Eisers zijn het niet eens met de vergunningverlening. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt deze beroepsgronden in deze uitspraak.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat het toetsingskader. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4.
1.3.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop en totstandkoming van het bestreden besluit

2. Vergunninghouder heeft op 18 december 2023 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van 110 appartementen boven een eerstelijns medisch centrum. Verweerder heeft deze aanvraag toegewezen. De aanvraag is behandeld via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb.
2.1.
De omgevingsvergunning is verleend op 31 juli 2025 en bekendgemaakt op 11 augustus 2025.
2.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
Na het instellen van het beroep heeft verweerder op 9 december 2025 een herstelbesluit genomen. Op grond van artikel 6:19 Awb Pro is het beroepschrift (mede) gericht tegen dit herstelbesluit. Dit herstelbesluit is op 12 december 2025 bekendgemaakt. In dit herstelbesluit heeft verweerder een aantal (extra) voorschriften opgenomen die onder andere inhouden dat de vergunninghouder 104 tijdelijke parkeerplaatsen dient te realiseren en deze in stand dient te houden totdat elders een (grotere) definitieve parkeerhub is gerealiseerd waarbij 104 parkeerplaatsen exclusief gereserveerd zijn voor de parkeerbehoefte van dit project.
2.4.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
Vergunninghouder heeft een schriftelijke reactie ingediend.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Eiser I met zijn gemachtigde, Eiser II met zijn gemachtigde, de gemachtigde van Eiser III, Eiser IV met zijn gemachtigde, Eiser V met zijn gemachtigde. De gemachtigden van verweerder. [naam] namens de vergunninghouder en de gemachtigde van vergunninghouder.
Achtergrond
2.7.
Vergunninghouder heeft aan zijn aanvraag een ruimtelijke onderbouwing ten grondslag gelegd. Daarin staat onder andere dat ten behoeve van de herontwikkeling van het Pionier-Bolsterrein een Masterplan is opgesteld op grond waarvan uiteindelijk ongeveer 2000 woningen gerealiseerd zullen worden. Met het onderhavige project wordt invulling gegeven aan een onderdeel van dit Masterplan, namelijk het bouwplan ten behoeve van één van de “plots” van het Bolsterrein (plot 9). Om aan de parkeernormen te voldoen, voorziet het Masterplan in één of meer “parkeerhubs”. Dat zijn gecentreerde plekken waar men kan parkeren. Tijdens de gefaseerde ontwikkeling van het plangebied zal geparkeerd worden op tijdelijke parkeerplaatsen. Ten aanzien van het onderhavige bouwplan dient de parkeernorm te worden bepaald op grond van het “Parapluplan parkeerregels”, het “Parapluplan parkeerregels – partiële herziening” en het Handboek Parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018. Verweerder heeft de parkeerbehoefte vastgesteld op 104,1 parkeerplaatsen. Ten behoeve van het onderhavige (deel)project zal een tijdelijk parkeerterrein met minimaal 104 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Op grond van het herstelbesluit zullen deze tijdelijke parkeerplaatsen in stand moeten blijven en exclusief beschikbaar moeten blijven voor de bewoners totdat de definitieve parkeerhub(s) is (zijn) gerealiseerd waarbij ook in die definitieve parkeerhub het benodigd aantal parkeerplaatsen exclusief aangewezen moet zijn en blijven ten behoeve van het onderhavige project. De toekomstige gebouwgebruikers worden (privaatrechtelijk) verplicht om een parkeerplaats af te nemen in de hub. Op de zitting van de rechtbank heeft verweerder erkend dat het aantal van 104,1 parkeerplaatsen afgerond dient te worden naar 105 parkeerplaatsen.
Eisers I t/m V verzetten zich tegen de verleende vergunning. Zij maken zich zorgen dat het Masterplan (en ook het onderhavige bouwplan) de parkeerdruk in de omgeving van hun woning zal laten toenemen. Eisers wonen op een afstand variërend van ongeveer 600 tot 850 meter van het onderhavige (deel)project. De wijk waarin eisers wonen en het projectplan worden gescheiden door een drukke doorgaande weg en de Zuidtak Zuidtangent.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (Ow) en de Invoeringswet Ow in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Ow blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Ow het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is in dit geval ingediend op 18 december 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
3.1.
De aanvraag heeft betrekking op de activiteit “bouwen van een bouwwerk” (artikel 2.1, eerste lid, onder a Wabo) en de activiteit “gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan” (artikel 2.1, eerste lid, onder c Wabo). Toetsing dient voor de laatstgenoemde activiteit plaats te vinden aan de hand van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo. Nu de beroepsgronden zich niet richten tot de activiteit bouwen, blijft dit verder in deze uitspraak buiten beschouwing.
3.2.
Het project ligt in een gebied waar, voor zover van belang, de bestemmingsplannen “Nieuw-Vennep”, “Parapluplan parkeerregels” en Parapluplan parkeerregels-partiële herziening” gelden.
3.3.
Het project is in strijd met de artikelen 8.1, 8.2.1, sub a en 8.4.2, sub d, van de bouw- en gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep”. Ter plaatse geldt de bestemming “Bedrijventerrein”. Woningen en maatschappelijke voorzieningen zijn niet toegestaan. Buitenplans afwijken is toegestaan als geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening en het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
3.4.
Volgens het Parapluplan parkeerregels en het Parapluplan parkeerregels-partiële herziening dient op grond van artikel 3.2.1 op eigen terrein in voldoende mate ruimte te zijn gereserveerd en ingericht en in stand te worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. Op grond van artikel 3.2.4 kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 voor wat betreft het parkeren op eigen terrein als op een andere wijze in voldoende mate ruimte wordt gereserveerd, ingericht en in stand gehouden voor het parkeren overeenkomstig het geldende parkeerbeleid.
3.5.
Het huidige parkeerbeleid is vastgelegd in het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 (herziening 2025), geldend vanaf 26 maart 2025. Het op het bouwplan van toepassing zijnde parkeerbeleid is vastgelegd in het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018.
Is sprake van onjuiste parkeernormen, een mogelijk te hoge parkeerdruk en strijd met een goede ruimtelijke ordening?
4. Eisers II, IV en V betogen dat verweerder in strijd met het Parapluplan en het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 (herziening 2025) handelt. Verweerder is uitgegaan van onjuiste parkeernormen doordat niet op eigen terrein wordt voorzien in parkeerplaatsen. Daarnaast betogen zij dat op basis van de parkeernormen meer dan de beoogde 104 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd.
Eisers I t/m V betogen daarnaast dat doordat verweerder van een te lage parkeernorm is uitgegaan, dit zal leiden tot een hogere parkeerdruk in hun woonomgeving. Dat geldt niet alleen voor het onderhavige project maar ook voor het gehele project (het Masterplan). Eisers I t/m V betogen verder dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht wat de gevolgen van het hele projectplan zullen zijn op de parkeerdruk die eisers in hun straten zullen ondervinden. Eisers betogen dat het onderhavige bouwplan, in combinatie met het Masterplan en de huidige parkeerregulering in Nieuw-Vennep, maakt dat het bouwplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
4.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Vergunninghouder heeft een vergunning aangevraagd voor een bouwplan waarbij 110 appartementen worden gerealiseerd en ook een medisch centrum met verschillende diensten (het project). De omgevingsvergunning is aangevraagd vanwege het in 3 t/m 3.4 genoemde kader. In deze zaak dient de rechtbank te toetsen of verweerder in redelijkheid de vergunning heeft kunnen verlenen ten behoeve van de realisatie van dit project. Daar komt verweerder de nodige beleidsruimte toe en dient de rechtbank terughoudend te toetsen. Het project maakt onderdeel uit van een groter geheel, namelijk van het Masterplan Pionier-Bolsterrein waar uiteindelijk ongeveer 2000 woningen gebouwd zullen worden. Maar het masterplan en andere daaronder vallende projecten liggen niet ter toetsing voor in deze zaak.
4.2.
De rechtbank overweegt verder dat het bepaalde in het Parapluplan en het daarop gebaseerde Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 tot doel heeft om, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, te waarborgen dat voor een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voldoende parkeercapaciteit aanwezig is om parkeeroverlast in de directe omgeving van de ruimtelijke ontwikkeling te voorkomen. Eisers wonen op een afstand van minimaal 600 meter van de ruimtelijke ontwikkeling (gerekend via Google maps). De rechtbank overweegt dat die afstand tot de ruimtelijke ontwikkeling dermate groot is dat niet meer gesproken kan worden van de “directe omgeving”. Daar komt bij dat aan de hand van de overige omstandigheden, zoals deze onder 2.7 zijn genoemd, ook geen andere aanknopingspunten aanwezig zijn voor de conclusie dat zich vanwege de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling eventuele parkeerproblemen zullen voordoen in de woonwijk van eisers. Daarbij heeft de rechtbank naast de afstand tot de ruimtelijke ontwikkeling meegewogen dat de wijk van eisers door middels van een drukke doorgaande weg van de ruimtelijke ontwikkeling wordt gescheiden en dat dat de toekomstige gebouwgebruikers verplicht worden om een parkeerplaats af te nemen bij hun woning. De norm dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn om parkeerdruk tegen te gaan, strekt derhalve kennelijk niet tot bescherming van de belangen waarvoor eisers in deze procedure bescherming zoeken. De rechtbank is van oordeel dat het in artikel 8:69a Awb opgenomen relativiteitsbeginsel daarom in de weg staat aan vernietiging van het besluit. De beroepsgrond zal daarom verder niet inhoudelijk worden besproken.
Overige beroepsgronden
4.3.
Eiser V heeft nog aangevoerd dat sprake is van strijd met het bestemmingsplan omdat voor het perceel [perceel] een milieucategorie 3.2 geldt, hetgeen betekent dat de afstand van dat perceel tot de dichtstbijzijnde beoogde woningen 50 meter moet zijn. Deze afstand wordt niet gehaald omdat de dichtstbijzijnde beoogde woning op 35 meter is gelegen. Daarnaast betoogt Eiser V dat een nieuwe stikstofberekening dient te worden gemaakt omdat sinds de laatste berekening sprake is van een nieuwe Aerius calculator en Monitor. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze twee beroepsgronden dat deze gronden ook niet tot vernietiging van het besluit kunnen leiden op basis van artikel 8:69a Awb. Ook deze normen strekken niet tot bescherming van de belangen van eiser V dan wel is niet te verwachten dat eiser V, mede gelet op de afstand tot de ruimtelijke ontwikkeling, onevenredige nadelige gevolgen zal ondervinden in zijn woon- en leefklimaat.
Niet nader onderbouwde beroepsgronden
5. Eiser V heeft nog aangevoerd dat sprake zou zijn van misleiding door het college. Deze grond passeert de rechtbank omdat Eiser V deze grond niet nader heeft onderbouwd.
Datzelfde geldt voor de beroepsgrond dat onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden. Ook deze beroepsgrond heeft Eiser V niet nader onderbouwd. Daar komt bij dat participatie onder de Wabo niet verplicht is, anders dan dat zienswijzen ingediend kunnen worden en niet is gebleken dat verweerder op dat punt niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De rechtbank passeert deze beroepsgronden wegens onvoldoende onderbouwing.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank komt tot de conclusie dat de onder 4 genoemde beroepsgronden niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit en het herstelbesluit op grond van artikel 8:69a Awb. De overige aangevoerde beroepsgronden zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen daarom ook niet leiden tor vernietiging van het bestreden besluit en herstelbesluit. Eisers krijgen geen gelijk. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat in het hogerberoepschrift de gronden van hoger beroep kenbaar moeten worden gemaakt. Na de genoemde termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 3:4
1
Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2.
De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 3:9
Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.
Artikel 6:19, eerste lid
Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.
Artikel 8:69a
De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.
Bijzondere wet
Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c Wabo
1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
(…)
c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,
Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3 Wabo
1
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening:
1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking,
2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of
3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;
Parapluplan parkeerregels
Artikel 3.2.1
3.2.1 Reserveren en inrichten ruimte voor parkeren, stallen, laden, lossen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken geldt, dat op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer.
3.2.4 Afwijken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1:
a. voor wat betreft het parkeren op eigen terrein: indien op andere wijze in voldoende mate ruimte wordt gereserveerd, ingericht en in stand wordt gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer;
voor wat betreft het in voldoende mate ruimte reserveren, inrichten en in stand houden: indien aanpassing van het (bouw)plan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd.