ECLI:NL:RBNHO:2026:8093

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
HAA 25/1466 en 25/2296
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:4 AwbArt. 40 OERArt. 43 OERArt. 87 Politiewet 2012Art. 90 Politiewet 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging en beëindiging opleiding Politieacademie na niet behalen Prof-fit test

Eiser volgde vanaf januari 2022 de opleiding tot politieagent aan de Politieacademie, maar slaagde niet voor het portfolio-examen Q8, mede door het niet behalen van de verplichte Prof-fit test. De Politieacademie besloot de opleiding niet te verlengen en te beëindigen, wat eiser aanvocht met meerdere beroepsgronden.

Eiser stelde onder meer dat hij onjuist was voorgelicht over de exameneisen, dat de Prof-fit test niet in de kwalificatiestructuur was opgenomen en dat de test discriminatoir was vanwege verschillen in geslacht en leeftijd. De Politieacademie verweerde zich met verwijzing naar de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en de wettelijke basis in de Politiewet 2012, en benadrukte haar beoordelingsruimte en het belang van fysieke weerbaarheid.

De rechtbank oordeelde dat de Prof-fit test een wettelijk en regulier onderdeel van het examen is, dat de Politieacademie voldoende zorg heeft gedragen voor studievoortgang en dat de beroepsgronden niet slaagden. De besluiten tot niet verlengen en beëindigen van de opleiding zijn daarmee rechtmatig en evenredig. Het beroep is ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de besluiten tot niet verlengen en beëindigen van de opleiding wegens het niet behalen van de Prof-fit test.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/1466 en 25/2296

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit Zaandam, eiser

(gemachtigde: mr.drs. M.H. Welter),
en

de directeur van de Politieacademie, de Politieacademie

(gemachtigden: mr. S.O. Visch en mr. G. Wind).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over twee besluiten van de Politieacademie. Het eerste besluit, van 8 oktober 2024, betreft het niet verlengen van de opleiding van eiser, het tweede besluit, van 22 oktober 2024, betreft het beëindigen van de opleiding. Eiser is het hiermee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de besluiten standhouden. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met de bestreden besluiten van 21 januari 2025 en 25 maart 2025 op de bezwaren van eiser is de politieacademie bij de besluiten van 8 en 22 oktober 2024 gebleven.
3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
4. De politieacademie heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft de beroepen op 20 maart 2026 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep van eiser, geregistreerd onder nummer 25/5003, inzake het besluit van de korpschef om eiser eervol te ontslaan. Aan de zitting hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de politieacademie. Tevens was aanwezig: [naam] (teamchef team Amsterdam bij de Politieacademie).

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van de bestreden besluiten
6. Eiser is op 31 januari 2022 gestart met de opleiding tot politieagent GGP aan de Politieacademie. Op 30 september was de maximale doorlooptermijn van deze opleiding doorlopen. Eiser had op dat moment het portfolio-examen Q8 nog niet met een voldoende afgesloten.
7. Eiser heeft een verzoek tot verlenging van de opleiding ingediend. Dat verzoek is afgewezen met het besluit van 8 oktober 2024. Met het besluit van 21 januari 2025 (aangevuld met het besluit van 23 januari 2025) is de Politieacademie bij dat besluit gebleven.
8. Met het besluit van 22 oktober 2024 heeft de Politieacademie de opleiding van eiser beëindigd. Dat besluit is na bezwaar gehandhaafd met het besluit van 25 maart 2025.
Beroepsgronden
9. Eiser voert aan dat sprake is van een bijzondere omstandigheid om de opleiding te verlengen. Medewerkers van de Politieacademie hebben eiser misleid over de zogenaamd enige manier om zijn politiediploma te behalen, dat zou zijn het behalen van profit test. Verzuimd daarbij is te vermelden dat eiser zijn diploma ook kon verkrijgen met het verschaffen van de juiste uitleg in het Q8 examengesprek.
10. Verder heeft de Politieacademie volgens eiser een onjuist criterium aangelegd. Het toepassen van uitsluitend de regels in de OER brengt mee dat geen sprake is van evenredige belangenafweging. Als gevolg daarvan wordt eiser gedwarsboomd in zijn fundamentele recht van vrije beroepskeuze.
11. Eiser voert verder aan dat de Politieacademie miskent dat met handhaving van de gevolgen van het niet behalen van de profit test sprake is van discriminatie naar zowel geslacht als leeftijd.
12. In het aanvullend beroepschrift van 9 maart 2026 voert eiser aan dat profit door de Politieonderwijsraad niet is opgenomen in de kwalificatiestructuur. De Politieacademie is volgens eiser niet gerechtigd om eigenmachtig toevoegingen te doen aan de kwalificatiestructuur. Volgens eiser moet daaruit volgen dat hij heeft voldaan aan de voorwaarden om zijn diploma te krijgen. Volgens eiser heeft de Politieacademie niet voldaan aan de vergewisplicht van de Awb, omdat zonder meer is uitgegaan van de examenuitslag.
Verweerschrift
13. De Politieacademie heeft – voorzien van een uitgebreide toelichting – zijn standpunt gehandhaafd. De regels over het volgen, verlengen en beëindigen van een opleiding aan de Politieacademie zijn neergelegd in de Onderwijs- en Examenregeling Politieacademie 2025 (OER). Deze regeling is een algemeen verbindend voorschrift dat is vastgesteld op basis van artikel 90, eerste lid, van de Politiewet 2012. De Studiegids voor Politieagent GGP bevat toelatingseisen, informatie over de inhoud van de opleiding en toetsing en examinering daarvan, begeleiding tijdens de opleiding en het opleidingsprogramma. De Studiegids is voor de afzonderlijke kwartielen (Q1 tot en met Q8) uitgewerkt in verschillende studiewijzers, zodat studenten precies weten wat zij voor het examen moeten kennen en kunnen. Uit de Studiewijzer volgt dat eiser zijn fysieke vaardigheid en weerbaarheid moest aantonen door het behalen van de Prof-fit. Bij het portfolio examen Q8 is de uitslag van de Prof-fit een van de aan te leveren bewijsstukken.
14. De Politieacademie heeft er voorts op gewezen dat hij beleids- en beoordelingsruimte heeft. Het is de verantwoordelijkheid van de Politieacademie om goed getrainde en weerbare agenten af te leveren die voldoen aan de kwalificatie zoals vastgesteld door de minister. De fysieke vaardigheid en weerbaarheid maakt daarom deel uit van het verplichte curriculum. Die kan worden aangetoond door de Prof-fit test met goed gevolg af te ronden.
15. Ten aanzien van de stelling dat de Prof-fit test verboden onderscheid zou maken heeft de Politieacademie erop gewezen dat de strekking van het in diverse regelingen neergelegde discriminatieverbod is dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Bij het aantonen van fysieke prestaties zijn mannen en vrouwen echter geen gelijke gevallen, gelet op de bij fysieke prestaties relevante biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Een vergelijkbare redenering geldt voor het maken van een onderscheid tussen jongere en oudere mensen, die wat betreft fysieke prestaties evenmin als aan elkaar gelijke categorieën kunnen worden beschouwd. Met het negeren van die biologische verschillen bij het vaststellen van de vereisten waaraan voldaan moet worden zou aan vrouwen en ouderen minder recht worden gedaan.
16. De Politieacademie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser voldoende in de gelegenheid gesteld is de Prof-fit test te behalen. De Politieacademie heeft er daarbij op gewezen dat eiser vanwege zijn blessure in december 2023 de mogelijkheid heeft gekregen een aangepaste Prof-fit test af te leggen en intensief begeleid is. Eiser heeft vervolgens, nadat hij hersteld was, zelf drie keer een afspraak om de test af te leggen heeft afgezegd en tijdens de wel afgelegde test heeft hij een van de onderdelen in het geheel niet afgelegd.
17. De Politieacademie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat voor het buiten toepassing laten van artikel 43, tweede lid, onder a, van de OER geen aanleiding bestaat. Dit artikel bevat een gebonden bevoegdheid die is neergelegd in een algemeen verbindend voorschrift. Dat kan alleen buiten toepassing gelaten worden als er specifieke omstandigheden zijn die maken dat in het voorliggende geval toepassing ervan zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Eiser heeft geen concrete omstandigheden of onderbouwing aangedragen voor de stelling dat de genoemde bepaling in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel. Het enkele gegeven dat de opleiding wordt beëindigd nadat de maximale doorlooptijd is verstreken maakt het toepassen van de beëindigingsbevoegdheid niet onredelijk bezwarend. Dat alle examenonderdelen moeten worden afgerond binnen een bepaalde termijn is dat evenmin. Ter zitting heeft de Politieacademie daaraan nog toegevoegd dat er niet zoiets bestaat als een recht om politieagent te worden.
Oordeel van de rechtbank
Prof-fit test
18. Vaststaat dat eiser geen administratief beroep heeft aangetekend tegen de uitslag van zijn Q8-examen. Of de uitslag juist is, kan in de onderhavige procedure niet worden beoordeeld, omdat het gaat om een kennen of kunnen (artikel 8:4, derde lid, van de Awb). In het kader van deze procedure is het daarom een gegeven dat eiser dit examen niet heeft gehaald.
19. De rechtbank begrijpt het standpunt van eiser zo dat de uitslag van het examen niet aan de besluiten ten grondslag gelegd mag worden, omdat voor een onderdeel van dit examen, namelijk de (uitslag van de) Prof-fit test de juridische grondslag ontbreekt.
20. De rechtbank volgt eiser daarin niet. De Politieacademie heeft – uitvoerig en overtuigend – toegelicht dat die juridische grondslag er wel is. Uit het samenstel van de bepalingen in de Politiewet 2012 (artikelen 87 ev), de OER, de studiegids en studiewijzers volgt dat de Prof-fit een van de onderdelen van het Q8-examen is.
21. De door eiser gestelde strijdigheid met de kwalificatiestructuur en adviezen van de Politieonderwijsraad volgt de rechtbank niet. Zoals ook te lezen valt in de toelichting op de Regeling Politieonderwijs [1] is de kwalificatiestructuur een samenhangend geheel van kwalificatiedossiers en kwalificaties dat ten dienste staat van het ontwikkelen van politieopleidingen met bijbehorende examens. Wat in de kwalificaties is opgenomen, moet terugkomen in de politieopleidingen en examens. De kwalificatiedossiers worden op basis van een advies van de Politieonderwijsraad door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld. Vervolgens ontwikkelt de Politieacademie op basis van de kwalificatiedossiers de politieopleidingen en de bijbehorende examens.
22. In de door de minister (op 10 juni 2022) vastgestelde kwalificatie behorend bij het beroepsprofiel Politieagent is verder te lezen: “De Politieacademie ontwikkelt kwalificaties in samenwerking met het werkveld en stakeholders. En legt deze voor aan de commissie Kwalificatiestructuur Politieonderwijs (KSP) van de Politieonderwijsraad (hierna: de Raad). Na advies van deze commissie en de Raad stelt de Minister van J&V de kwalificatie vast als deze voldoet aan alle eisen.”
23. De Politieonderwijsraad heeft dus een adviserende rol bij de totstandkoming van de kwalificatiestructuur, en de kwalificatiestructuur geeft richting aan het politieonderwijs, maar schrijft niet voor hoe het onderwijs moet zijn ingericht. Het is aan de Politieacademie het onderwijs zo in te richten dat studenten de kennis en vaardigheden ontwikkelen zodat voldaan wordt aan de kwalificatiestructuur.
24. De stelling van eiser dat de Prof-fit test als zodanig niet is opgenomen in de kwalificatiestructuur en daardoor geen onderdeel kan zijn van het examen gaat daarom niet op. Dat de Prof-fit test geen verband zou houden met de kwalificaties waarvoor opgeleid wordt, zoals door eiser betoogd is, volgt de rechtbank evenmin. Een politieagent is fysiek, mentaal en moreel weerbaar, zo is in de kwalificatie meermaals te lezen. Fysieke weerbaarheid is dan ook een onderdeel waarop getoetst kan (en moet) worden. De wijze waarop dat plaatsvindt – het is nogmaals gezegd – is aan de Politieacademie.
25. De omstandigheid dat de Fysieke vaardigheidstoets (FVT) in het kwalificatiedossier onder “overige vereisten”, als één van de beroepsvereisten is opgenomen betekent niet dat daarmee een andere manier van toetsen van de fysieke weerbaarheid in het kader van de opleiding is uitgesloten.
26. De omstandigheid dat de eisen die gelden voor het behalen van de Prof-fit test verschillen naar gelang geslacht en leeftijd leidt niet tot het oordeel dat daarmee sprake is van verboden discriminatie. Integendeel, juist het stellen van dezelfde eisen zou verboden discriminatie opleveren, omdat biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen jongeren en ouderen daarmee genegeerd zouden worden, met als gevolg dat die eisen voor vrouwen en ouderen negatief uitwerken.
27. Deze beroepsgronden treffen daarom geen doel.
28. De prof-fit test onverbindend verklaren, zoals door eiser is verzocht, is in de onderhavige procedure niet mogelijk. De test vormt immers een onderdeel van het examen, waarvoor een andere bezwaarroute geldt.
Niet verlengen opleiding.
29. In artikel 40 van Pro de OER is bepaald dat het verantwoordelijke sectorhoofd de maximaal toegestane doorlooptijd voor bepaalde tijd kan verlengen als de student wegens bijzondere omstandigheden niet in staat is de opleiding binnen de maximale doorlooptijd af te ronden.
30. De bijzondere omstandigheid zou er volgens eiser uit bestaan dat hij niet goed is voorgelicht, omdat hij ook via een juiste uitleg bij het examen zijn diploma kon verkrijgen.
31. De Politieacademie heeft erop gewezen dat er geen andere manier was om zijn examen met een voldoende af te ronden dan door het behalen van de Prof-fit test.
32. De rechtbank overweegt hierover dat van onjuiste voorlichting geen sprake is geweest. Er is eiser met juistheid meegedeeld dat de Prof-fit test een verplicht onderdeel was van het Q8 examen.
33. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Beëindiging van de opleiding
34. Op grond van artikel 43, tweede lid, onder d, van de OER wordt de inschrijving van de student beëindigd als de maximaal toegestane doorlooptijd is verstreken. Het verantwoordelijke sectorhoofd mag de opleiding alleen beëindigen als de opleiding binnen de redelijke belasting voor de Politieacademie voor zodanige voorzieningen heeft gezorgd dat de mogelijkheden voor een goede studievoortgang zijn gewaarborgd.
35. In verband met de schouderblessure van eiser heeft de Politieacademie eiser geadviseerd een aangepaste Prof-fit test te doen. Daarnaast heeft eiser begeleiding gekregen om de test alsnog af te leggen. Eiser heeft vervolgens viermaal de mogelijkheid gekregen de test af te leggen, waarvan hij driemaal kort tevoren de test afgezegd heeft en eenmaal de test niet voltooid heeft. Eiser heeft verder geen hulp ingeroepen van bijvoorbeeld een studieadviseur en heeft hij het hulpaanbod van de praktijkbegeleider afgeslagen. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee voldoende zorggedragen voor zodanige voorzieningen dat een goede studievoortgang gewaarborgd is.
36. Deze beroepsgrond slaagt dus evenmin.
37. Ten aanzien van het beroep op het evenredigheidsbeginsel overweegt de rechtbank als volgt.
38. De omstandigheid dat eiser als gevolg van het niet verlengen en beëindigen van de opleiding niet het beroep van zijn keuze kan uitoefenen maakt de besluiten niet onevenredig. Dat het beoogde beroep niet kan worden uitgeoefend is inherent aan het niet afronden van de beroepsopleiding. Het recht op vrije beroepskeuze gaat niet zo ver dat ook zonder de vereiste opleiding te hebben genoten elk beroep kan worden uitgeoefend. Van een onevenredig nadeel is dan ook geen sprake.
39. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de beroepsgronden geen doel treffen.

Conclusie en gevolgen

40. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Regeling politieonderwijs, Staatscourant 2024 nr. 7016, gewijzigd per 19 april 2025, Staatscourant 2025 nr. 6356